Paragrafen

Paragraaf Bedrijfsvoering

De Gemeentelijkschappelijke Regeling Samenwerking A2 (GRSA2)

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - De Gemeentelijkschappelijke Regeling Samenwerking A2 (GRSA2)

De paragraaf bedrijfsvoering geeft een toelichting op de onderdelen Bedrijfsvoering en Werk & Inkomen. De GRSA2 voert deze taken uit voor de 70.000 inwoners van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard, als voor haar eigen interne organisatie. Deze paragraaf biedt inzicht in de ontwikkelingen omtrent bedrijfsvoering, gericht op het adequaat uitvoeren en het bieden van een kwalitatieve dienstverlening.

Wat hebben we ervoor gedaan?

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Wat hebben we ervoor gedaan?

Organisatieontwikkelingen GRSA2
Een belangrijke ontwikkeling is de aanstelling van een vaste directeur. Per 1 februari 2024 vult zij deze rol in. Een vaste invulling zorgt voor meer koersvastheid en stabiliteit in de doorontwikkeling van de GRSA2. Naast de directie, zijn ook de managersfuncties ingevuld. Dit zorgt voor een stabiel MT. In 2024 is een fundament gebouwd voor het optimaliseren van de dienstverlening. Dit is in lijn met het bestuursbesluit om de GRSA2 te voorzien van een impuls en te investeren in de toekomst van de organisatie. Het Ontwikkelplan van de GRSA2 gaat hier verdere handen en voeten aan geven. (CUP 733)

Wat heeft de GRSA2 in 2024 gedaan?

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Wat heeft de GRSA2 in 2024 gedaan?

Personele ontwikkelingen GRSA2
Door het tijdelijk aanstellen van een verzuimcoach en strakke sturing vanuit het MT, is het verzuim fors afgenomen. Van 9,06% in 2023 naar 5,42% in 2024. Dit betekent dat de combinatie van een laag verzuimpercentage, in combinatie met een lage meldingsfrequentie, de GRSA2 als ‘gezond bedrijf’ kan worden beschouwd. De cijfers geven geen reden tot directe aanpak. Echter is het belangrijk om de cijfers nauwlettend in de gaten te houden en alert te blijven.

Met nieuwe wervingsmethoden hoopt de GRSA2 sneller haar vacatures in te kunnen vullen. Daarnaast wordt gepoogd om hoge inhuurkosten te drukken. De GRSA2 en andere gemeenten worden geconfronteerd met hogere tarieven, waardoor de kosten stijgen. Echter blijven vacatures bij sommige vakgebieden moeilijk vervulbaar. Denk hierbij aan financiën en IT, met in het bijzonder de vacatures op het gebied van privacy- en informatiebeveiliging. De organisaties lopen risico indien deze vacatures oningevuld blijven.

In 2024 heeft de GRSA2 diverse opleidingen en trainingen gefaciliteerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inhouse BBV-cursus. Naast dat deze opleidingen een belangrijke bijdrage leveren aan de investering in onze medewerkers, heeft de ontwikkeling van kennis en competenties een positief effect op de kwaliteit van de dienstverlening aan onze klantgemeenten.

Doorontwikkeling dienstverlening
Naast de reguliere dienstverlening, zijn er een aantal ontwikkelingen geweest. Het traject omtrent de jaarrekeningcontroles 2024 is zeer intensief geweest. Dit heeft geleid tot een forse extra capaciteitsvraag voor met name de teams Financiën en Auditing & Control en het tijdelijk aantrekken van externen. De prioriteit lag voornamelijk op het afronden van de accountantscontroles. Ondanks de uitdaging, heeft dit uiteindelijk geleid tot vier goedkeurende verklaringen.

In 2024 zijn er stappen gezet op het gebied van optimaliseren van de P&C, is er een start gemaakt met het implementeren van de aanbevelingen financiële functie BMC en heeft de formatieontwikkeling een plaats gekregen in het toekomstplan. Om efficiënter de P&C-producten te kunnen samenstellen, is Pepperflow geïmplementeerd. Naast dat de kans op het verstrekken van foutieve informatie wordt verkleind, helpt deze applicatie de vier organisaties om de financiële verantwoording naar een hoger niveau te tillen. Tevens is de applicatie Checkpoint aangeschaft. De risico’s en bevindingen vanuit team Auditing & Control zijn beter inzichtelijk via deze software. Daarnaast zorgt dit voor een professionaliseringsslag omtrent de uitvoering van de (verbijzonderde) interne controles.

De producten- en dienstencatalogus (PDC) is een belangrijk document ten aanzien van de afspraken over de dienstverlening die de GRSA2 biedt aan de drie gemeenten. Tijdens de directieraad in maart 2024 is besloten om de actualisatie van de PDC ‘on hold’ te zetten. De samenwerking wordt vooralsnog gecontinueerd in de huidige vorm. Desondanks wordt er gekeken naar welke diensten we kunnen leveren met de mensen die we hebben. Daar waar dat de dienstverlening onder druk zet gaan we het gesprek aan.

Om de kwaliteit van onze ICT-dienstverlening te verbeteren, is gestart met het vernieuwen van het ICT-fundament. Dit zorgt voor meer continuïteit, schaalbaarheid en flexibiliteit, passend bij het plaats- en tijdonafhankelijk werken. Daarnaast zijn in 2024 de budgethoudersregeling en het inkoopbeleid herzien, waarna deze per 1 januari 2025 van kracht zijn.

Informatieveiligheid en privacy
Gemeenten verwerken veel informatie en persoonsgegevens. Deze informatie wordt o.a.  gebruikt om besluiten te nemen, beleid op te maken, beschikkingen af te geven, hulp en diensten te verlenen. Het kan vergaande gevolgen hebben als informatie niet juist of niet beschikbaar is of in verkeerde handen terechtkomt. Informatiebeveiliging is het middel om te borgen dat (persoons)gegevens beschermd zijn, systemen en informatie beschikbaar zijn en betrouwbaar zijn. Informatiebeveiliging, wat gaat over de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie, heeft een hoge prioriteit. Informatieveiligheid en privacy zijn van wezenlijk belang voor de (lokale) overheid. In november 2024 is daarom ook besloten om de formatie voor een Privacy Officer op te nemen in de begroting.

Jaarlijks leggen gemeenten verticaal(toezichthouders/ministeries) en horizontaal(gemeenteraad) verantwoording af over informatiebeveiliging. Hiervoor is de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) ontwikkeld. Dit is een zelfevaluatie aangevuld met een externe audit voor de domeinen DigiD en Suwinet. De ENSIA-audit is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid(BIO). Een basisniveau van informatiebeveiliging wat geldt voor alle overheidslagen. Over de resultaten van de ENSIA-zelfevaluatie en IT-audit worden de gemeenteraden jaarlijks via een Raadsinformatiebrief geïnformeerd.

In 2024 is een start gemaakt met een nieuw “Strategisch informatiebeveiligings- en privacy beleid”.  Daarnaast is in 2024 ingezet op bewustwording, dit is en blijft een continue proces. De mens is een belangrijke, maar ook kwetsbare schakel als het gaat over informatiebeveiliging.

W&I
De werkzaamheden van de afdeling Werk & Inkomen volgen grotendeels de landelijke ontwikkelingen en die van de 3 gemeenten. Daarnaast heeft het team Werk & Inkomen zich in 2024 wederom ingezet voor de afhandeling van de energietoeslag, het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen en het financieel ondersteunen van slachtoffers van de kinderopvangtoeslagaffaire. Ook is het uitvoeringsplan schuldhulpverlening gestart en is de evaluatie van het breed minimabeleid & het kader voor de opzet van het minimabeleid (geharmoniseerd) tot stand gekomen. Door het project ‘klant in beeld’ zijn uitkeringsgerechtigden goed in beeld en zijn nieuwe re-integratietrajecten aanbesteed.  

Al met al een bewogen jaar, met diverse uitdagingen op het gebied van bedrijfsvoering. Desondanks heeft de GRSA2 mooie resultaten bereikt en zijn er stappen gezet om de dienstverlening te verbeteren. Het bestuur heeft in november 2024 haar vertrouwen uitgesproken om te investeren in de toekomst van de GRSA2. De organisatie ziet deze ontwikkeling met enthousiasme tegemoet en gaat hier in 2025 verdere invulling aan geven.

Het P-Budget 2024

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Het P-Budget 2024

In 2024 ontstaat een voordeel van circa 684.000 in het P-budget, onder andere als gevolg van de openstaande vacatures en lagere kosten voor secundaire arbeidsvoorwaarden dan begroot. 

In onderstaande tabel staat weergegeven hoe het P-budget voor 2024 is opgebouwd.

Ontwikkeling P-budget Primaire begroting 2024 Begroting 2024 na begr.wijz. Jaarrekening 2024 realisatie Jaarrekening 2024 afwijking (+ = voordeel)
Salarissen en inhuur 10.182.170 11.126.867 10.891.504 408.256
Bestuur en raad 1.310.340 1.114.008 1.140.800 -26.793
Opleiding en secundaire arbeidsvoorwaarden 1) 387.722 237.722 180.593 57.129
Administratieve kosten 284.307 284.307 123.669 160.638
Totaal P-budget oorspronkelijk 12.164.539 12.762.903 12.336.567 599.230
Overige budgetten inhuur 1.240.776 1.155.384 85.392
Totaal P-budget 12.164.539 14.003.679 13.491.951 684.622
1) Exclusief het budget voor organisatieontwikkeling

Het positieve verschil van € 598.000 op het P-budget kan op hoofdlijnen als volgt worden verklaard:

 408.000 De lagere kosten voor salarissen en inhuur komen voort uit de analyse bij de jaar afsluiting dat er voor € 260.000 kon worden doorbelast naar SPUK’s en andere specifieke dekkingen. Daarnaast is het niet gelukt voor alle openstaande vacatures die gaandeweg de 2e helft van 2024 zijn ontstaan ook in 2024 met bezetting via inhuur te realiseren.
+  190.000 Lagere kosten studies, congressen, vergaderkosten en reis- en verblijfkosten
     

De positieve afwijking van € 85.000 op de overige budgetten voor inhuur wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere inhuur op de BRP straat en is als volgt opgebouwd:

Overige budgetten inhuur betreft: Begroting 2024 na begr.wijz. Jaarrekening 2024 realisatie Jaarrekening 2024 afwijking
Budget inhuur BRP straat 658.430 571.383 87.047
Frictiebudget Sociaal domein 162.145 193.054 -30.909
Masterplan Verkeer 90.000 74.772 15.228
Budget inhuur Bouw-, woning- en welstandstoezicht 230.201 232.049 -1.848
Budget inhuur bestemmingsplannen 100.000 84.126 15.874
Totaal overige budgetten inhuur 1.240.776 1.155.384 85.392

In 2024 zijn meer uren doorbelast aan grondexploitaties, projecten, particuliere plannen, Oekraïne en SPUK - regelingen. Omdat de kosten van deze uren niet ten laste van de exploitatie komen ontstaat een voordeel van € 22.000. Dit voordeel is verwerkt in het voordeel van € 598.000.

De kosten van de uren die worden doorbelast aan de grondexploitaties en de particuliere plannen worden via de grondverkopen en de afspraken die in de anterieure overeenkomsten worden gemaakt terugontvangen. De uren die aan projecten worden toegerekend komen via de kapitaallasten in de exploitatie. 

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheidsverantwoording

Inleiding

Met ingang van het boekjaar 2023 is de gemeente verplicht om zelf een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen. Hiermee legt het college zelfstandig verantwoording af in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.

De raad  heeft een verantwoordingsgrens vastgesteld waarboven de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens is vastgesteld op 1% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 808.960.  Het college heeft met de raad afgesproken dat onrechtmatigheden vanaf € 81.000 (rapportagegrens, zijnde 10% van de verantwoordingsgrens) in de paragraaf bedrijfsvoering worden toegelicht. Deze toelichting gaat  in op de bevindingen van het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium.

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de financiële- en controleverordeningen van onze gemeente. Daarnaast geldt het Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) beleid als toetsingskader voor de rechtmatigheidsverantwoording.
Vastgestelde verordeningen

De raad heeft – mede in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording – de volgende verordeningen vastgesteld over 2024:
1.    Controleprotocol voor de accountantscontrole van de gemeente Cranendonck 2024;
2.    Financiële verordening Cranendonck  2024.

Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium heeft betrekking op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting. Het gaat hierbij tevens om de investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand komen.

De uitwerking van het begrotingscriterium in de rechtmatigheidsverantwoording volgt uit de financiële verordening artikel 10. Daarnaast is in 2024 de kadernota rechtmatigheid aangepast met een nadere uitwerking rondom het thema begrotingscriterium. Daarbij wordt het volgende schema gehanteerd:

 

Het bepalen of respectievelijk welke afwijkingen acceptabel zijn, is voorbehouden aan de gemeenteraad. 

Onze financiële verordening geeft voor wat betreft het onderwerp begrotingsrechtmatigheid (artikel 10) niet optimaal invulling aan bovenstaande richtlijn uit de kadernota. Zo is bijvoorbeeld nog geen richtlijn gesteld rondom het tijdig melden van financiële voordelen.

In het controleprotocol zijn de voorwaarden opgenomen waarin uitgelegd wordt in welke gevallen afwijkingen van de begroting onrechtmatig, danwel rechtmatig zijn. Ook hier zijn nog geen duidelijke afspraken gemaakt over wat tijdig melden is.

Voor de uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording wordt onder tijdig melden het volgende verstaan:
•    Overschrijdingen op lasten en/of investeringen zijn altijd onrechtmatig, maar kunnen wel als acceptabel worden aangemerkt. In 2024 doen deze situaties zich niet voor.
•    Financiële voordelen (onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen op baten) zijn in aard niet onrechtmatig. We stellen ons op het standpunt dat tijdig melden van deze afwijkingen nog bij de jaarrekening kan. 

 

1.A. Overschrijdingen lasten in programma's

 

Er zijn geen overschrijdingen van lasten in programma's in 2024

1.B. Overschrijdingen kredieten

De totale overschrijding kredieten 2024 bedraagt € 9.449

2. Reservemutaties

Alle reservemutaties in 2024 zijn geautoriseerd door een raadsbesluit.

3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig aan de raad zijn gemeld of tot een begrotingswijziging hebben geleid. 

In lijn met het stroomschema van het BBV en de financiële verordening zijn alle financiële voordelen naar hun aard niet onrechtmatig en daarom niet betrokken in de rechtmatigheidsverantwoording. De toelichting van de financiële voordelen ten opzichte van de begroting na wijziging vindt u terug in de programmaverantwoording.

4. Voorwaardencriterium: Onrechtmatigheden als gevolg van  ten onrechte niet Europees aanbesteden

1. Aanbieder onderhoud en calamiteiten riolering 2021-2024 :
•    Bevinding: Voor onderhoud en calamiteiten is een enkelvoudige aanbesteding gedaan met een geschatte waarde van € 24.000 per jaar. In de praktijk wordt deze waarde jaarlijks ruim overschreden. De totale besteding  op deze homogene diensten over 4 jaar komt uit boven de Europese aanbestedingsgrens: € 309.585. 
•    Onrechtmatigheid: In 2024 gaat het om een waarde van € 103.193. Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording
   Maatregel: In 2025 continueren de werkzaamheden. De werkzaamheden worden in 2025 opnieuw aanbesteed.

2. Aanbieder speeltoestellen : 
•    Bevinding: Voor de aanschaf en onderhoud speeltoestellen is geen overeenkomst afgesloten. Er is sprake van enkelvoudige aanbesteding. De totale  leveringen over 4 jaar komt uit  boven de Europese aanbestedingsgrens: € 269.898.
•    Onrechtmatigheid: In 2024 gaat het om een waarde van € 104.128. Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording.
•    Maatregel: Ook in 2025 worden  speeltoestellen aangekocht. Voor deze aankopen wordt in 2025 een aanbestedingstraject opgestart.

3. Elektrotechnische werkzaamheden : 
   Bevinding: Voor het onderhoudscontract E&W installaties gemeentehuis is een overeenkomst afgesloten via de BIZOB. Voor overige elektrotechnische echter  werkzaamheden niet. De diensten over 4 jaar van deze overige werkzaamheden, gekwalificeerd als homogene diensten,  komen uit  boven de Europese aanbestedingsgrens: € 229.817.
•    Onrechtmatigheid: In 2024 gaat het om een waarde van € 134.932. Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording. 
•    Maatregel: In 2025 continueren deze overige elektrotechnische werkzaamheden. daarom wordt deze dienstverlening in 2025 opnieuw  aanbesteed.

4. Tijdelijke energievoorziening opvang ontheemden Oekraïne :
•    Bevinding: Als tijdelijke noodoplossing (vanwege netcongestie kan Enexis niet aansluiten)  is gekozen voor het huren via enkelvoudige onderhandse aanbesteding  van een tijdelijke energievoorziening. Het gaat om een huurbedrag van € 3.778 p/wk onder de overeengekomen voorwaarde van minimaal 24 maanden huur en komt in 2024 uit op € 239.000.
•    Onrechtmatigheid: In 2024 gaat het om een waarde van  € 18.000. Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording.
•    Maatregel: in 2025 deze continueert de dienstverlening en moet beoordeeld worden of een aanbesteding alsnog nodig is i.r.t het aangesloten worden op het reguliere energienetwerk.

Aanbestedingsonrechtmatigheden samengevat in een  overzicht:

Paragraaf Wet Open Overheid

Wet Open Overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - Wet Open Overheid (Woo)

De Wet open overheid (Woo) regelt welke overheidsinformatie openbaar is en hoe iemand die kan aanvragen. Door de Woo moet duidelijker worden wat de overheid doet en waarom. Overheidsinformatie is openbaar, behalve als er een reden is waarom dat niet kan. De coördinatie van Woo-verzoeken is belegd bij de GRSA2.
De belangrijkste plichten die de overheid heeft volgens de Woo zijn:

•    actieve openbaarmakingsplicht: de overheid moet sommige informatie uit zichzelf  openbaar maken;
•    openbaarmakingsplicht op verzoek: de overheid maakt informatie openbaar als iemand erom vraagt;
•    informatiehuishoudingsplicht: overheidsinformatie moet goed te vinden zijn.

Actieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - Actieve openbaarmaking

De Woo verplicht overheden om -gefaseerd door middel van tranches- actief documenten uit de verschillende informatiecategorieën te publiceren. De A2 Samenwerking heeft hier een project voor ingericht.

De gemeente Cranendonck voldoet per 1 november 2024 aan de eerste tranche van de Woo. Per 1 november moesten vijf informatiecategorieën verplicht openbaar zijn gemaakt. Dit betekent dat burgers en belanghebbenden vanaf 1 november 2024 toegang hebben tot:

  • Wetten en algemeen verbindende voorschriften
  • Overige besluiten van algemene strekking
  • Organisatie en werkwijze
  • Bereikbaarheidsgegevens
  • Vergaderstukken van de Staten-Generaal (niet van toepassing voor de gemeente)

In de loop van 2025 zullen ook de informatiecategorieën uit de tranche 2 van de Woo wettelijk verplicht worden. Hierin zijn andere informatiecategorieën opgenomen. Van deze informatiecategorieën voldoen we nu al gedeeltelijk aan de wettelijke verplichting tot actieve openbaarmaking van:

  • Jaarplannen en jaarverslagen
  • Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken

Verbetering informatiehuishouding

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - Verbetering informatiehuishouding

“Informatiehuishouding” betreft de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen een organisatie. Dit moet goed georganiseerd zijn, zodat iedereen snel toegang heeft tot de benodigde informatie en om de besluitvorming te kunnen verantwoorden.

In het afgelopen jaar hebben we ons gericht op het vergroten van het bewustzijn over een goed georganiseerde informatiehuishouding en de toekomstige verplichte openbaarheid. De eerste stappen zijn gezet om de informatie uit Tranche 1 en 2 goed te ontsluiten.

 

Paragraaf Grondbeleid

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Algemeen

Deze paragraaf bevat een beknopte weergave van het door de gemeente gevoerde grondbeleid, zoals vastgelegd in de Nota Grondbeleid. Daarnaast wordt gerapporteerd over de voortgang van de gemeentelijke grondexploitaties. De opzet van deze paragraaf is gebaseerd op de voorschriften, zoals opgenomen in de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023)” van de commissie besluit Begroting en verantwoording (BBV)  en bevat een verantwoording van de gemeentelijke grondexploitaties. De boekwaarde van de projecten is eveneens volgens de voorschriften van het BBV verwerkt in de balans.

Grondbeleid en doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Grondbeleid en doelstellingen

Nota Grondbeleid

In de nota Grondbeleid wordt antwoord gegeven op de “hoe”-vraag, voor wat betreft hoe de gemeente haar grondposities inzet.  Daarnaast geeft het grondbeleid antwoord op de vraag; “Welke rol pakt de gemeente om daar waar grond, vastgoed en grondposities een rol spelen, de gemeentelijke ambities te realiseren?” Tevens wordt in de nota grondbeleid een antwoord gegeven op welke instrumenten de gemeente Cranendonck ter beschikking heeft en op welke wijze zij deze kan inzetten.

De gemeente Cranendonck kiest voor het toepassen van een situationeel grondbeleid.  Op basis van dit beleid kan de gemeente de beschikbare beleidsinstrumenten tijdig inzetten om het gewenste resultaat optimaal te ondersteunen. Dit toegespitst op de opgave, de locatie en de situatie, waarmee de bestuurlijke gewenste verandering van het ruimtelijk grondgebruik tot stand gebracht kan worden.

De gemeente is zich ervan bewust dat maatwerk nodig is om te kunnen sturen op het gewenste resultaat. Maatwerk kan per opgave (wonen, bedrijvigheid, agrarisch, natuur, e.d.) verschillen maar ook per locatie (binnen kernen, kern t.o.v. buitengebied, lokaal versus regionaal). Op basis van situationeel grondbeleid kan hier op een juiste wijze op geanticipeerd en ingespeeld worden en wordt het grondbeleid een middel om invloed uit te oefenen en sturing te geven aan de beleidsdoelen binnen de verschillende opgaven.

Actualisatie grondexploitaties

Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd. Over het geprognosticeerde financiële resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties wordt gerapporteerd door middel van deze paragraaf.

Projecten

De grondexploitaties c.q. plannen zijn onderverdeeld in:

  • Gemeentelijke grondexploitaties:

Er is sprake van een door de raad vastgestelde grondexploitatie. De gemeente is eigenaar van de grond. De boekwaarde van deze projecten wordt op de balans verantwoord in de categorie ‘In exploitatie genomen (bouw)gronden’.

  • Toekomstige gemeentelijke grondexploitaties:

De gemeente is eigenaar van de grond, er is nog geen grondexploitatie vastgesteld. De boekwaarde van de grond wordt verantwoord onder de categorie ´Materiële Vaste Activa´. De plankosten worden, maximaal 5 jaar, tot het moment van vaststelling van de grondexploitatie gerubriceerd onder de categorie ‘Immateriële vaste activa’. Plankosten ouder dan 5 jaar worden afgeboekt indien blijkt dat er na het verstrijken van deze termijn geen grondexploitatie is vastgesteld. Er zijn momenteel geen plannen die dicht tegen deze termijn van 5 jaar aan zitten.

  • Particuliere plannen:

De rol van de gemeente heeft betrekking op de procedure voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. Het eigendom van de grond is in particuliere handen. De gemeentelijke (plan)kosten worden door middel van een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst in rekening gebracht bij de initiatiefnemer van het betreffende plan. De boekwaarde wordt op de balans verantwoord als kortlopende vordering indien er sprake is van een ondertekende anterieure overeenkomst.

Winst- en verliesneming.

Volgens de richtlijnen van de BBV treffen wij een (verlies)voorziening voor een gemeentelijke grondexploitatie die een geprognosticeerd tekort laat zien. Op basis van de jaarlijkse actualisatie van de betreffende grondexploitatie wordt de hoogte van de voorziening herijkt. Deze voorziening wordt, als een waarde correctie, in mindering gebracht op de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie. Bijstellingen van de voorziening worden verrekend met de reserve Grondexploitaties. Winst wordt er tussentijds genomen indien hier sprake van is volgens de Percentage of completion (POC) methode zoals voorgeschreven in het Bbv. In het boekjaar 2024  nemen we in totaal voor een bedrag van €1.401.984 aan tussentijdse winst in de plannen Neerlanden en  Airpark.

Actualisatie gemeentelijke grondexploitaties en particuliere plannen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualisatie gemeentelijke grondexploitaties en particuliere plannen

Gemeentelijke grondexploitaties

Er is sprake van een gemeentelijke grondexploitatie indien de grond in eigendom is van de gemeente, of gedurende de looptijd van het plan wordt verworven, en de raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. De boekwaarde wordt op de balans verantwoord in de categorie ‘In exploitatie genomen (bouw)gronden’.

De boekwaarde bedroeg per 1-1-2024 een bedrag van €712.759 negatief. In 2024 hebben we in totaal in alle grondexploitaties een bedrag aan  €1.631.107 aan kosten gerealiseerd en €5.247.926 aan ontvangsten. In deze ontvangsten is een bedrag opgenomen van €2.798.000 voor het plan Baronie zijnde het bedrag aan inbrengwaarde wat bij het afsluiten van de grondexploitatie Baronie wordt overgeboekt naar de balanspost materiele vaste activa.  Het  bedrag aan boekwaarde wat daarna voor Baronie nog overblijft zijnde €1.869.000 wordt als verlies genomen ten laste van de algemene reserve.

Daarnaast hebben we een tussentijdse winst genomen van €1.401.984 voor de complexen Airpark en Neerlanden. De boekwaarde per 31-12-2024 komt uit op negatief bedrag van  €4.793.846. Dat betekent dat we over alle grondexploitaties gezien we meer opbrengsten hebben ontvangen dan dat we kosten hebben gemaakt. Rekening houdende met de toekomstig nog te maken kosten en toekomstig te realiseren opbrengsten is het risicoprofiel van de grondexploitaties hierdoor zeer laag te noemen. 

Verloop boekwaarde gemeentelijke grondexploitaties
Naam Boekwaarde 1-1-2024 Gerealiseerde kosten 2024 Gerealiseerde opbrengsten 2024 Tussentijdse winstneming/verlies 2024 Boekwaarde 31-12-2024
Airpark Brabant fase II/IIb -5.363.991 5.987 61.150 -984.900 -4.434.254
Baronie van Cranendonck 4.418.312 249.938 2.799.250 1.869.000 -
Rubenslaan 1 110.800 80.181 - - 190.981
Neerlanden 124.868 1.295.001 2.387.526 -417.084 -550.573
Totaal -710.011 1.631.107 5.247.926 467.016 -4.793.846
* Bij de gerealiseerde opbrengsten Baronie is het bedrag van €2.798.000 opgenomen zijnde de inbrengwaarde welke wordt opgenomen op de balans als materiele vaste activa.

Airpark Brabant

Airpark Brabant fase II is een gemeentelijke grondexploitatie. Alle gronden in fase II zijn verkocht. Vandaar dat Airpark fase II in 2018 is uitgebreid met Airpark fase IIb. De gronden die nodig zijn om het plan te realiseren zijn nog niet gekocht. Dit proces loopt zeer moeizaam. De grondexploitatie Airpark fase II/IIb heeft een negatieve boekwaarde per 31-12-2024 van €4.434.254.  Dit betekent dus dat de gerealiseerde opbrengsten hoger zijn dan de reeds gerealiseerde kosten en tussentijds genomen winst.  De toekomstig nog te maken kosten komen uit op een bedrag van €5.893.023. De toekomstig te ontvangen grondopbrengsten zijn begroot op €5.001.659. Daarmee sluit de grondexploitatie met een positief saldo van €6.455.743 op het einde van de looptijd per 31-12-2031. Dit positief saldo is inclusief de reeds genomen tussentijdse winstnemingen.

Neerlanden

Alle gronden zijn verkocht via een marktselectie aan Hendriks bouw en ontwikkeling uit Oss. In 2024 is een subsidie verstrekt in het kader van de start bouwimpuls voor een bedrag van €862.500.  Daardoor is de gemeente in staat geweest om de grondprijs voor Hendriks bouw en ontwikkeling te verlagen die vervolgens de prijzen voor de verkoop van de sociale huurwoningen en de middeldure woningen hebben kunnen verlagen. Daardoor is de verkoop gaan lopen en zijn de meeste woningen in de eerste fase verkocht waardoor er gestart is met de werkzaamheden. In 2025 zullen de eerste woningen opgeleverd gaan worden waaronder tevens sociale huurwoningen in opdracht van Wocom. We hebben in het boekjaar 2024 een tussentijdse winst kunnen nemen van €417.084. Het projectresultaat einde looptijd komt uit op een bedrag van €3.061.695 inclusief tussentijdse winstnemingen.

Baronie van Cranendonck (CUP 716)

In maart is er door uw raad besloten de grondexploitatie te beëindigen.  De boekwaarde van het plan betrof per 31-12-2024 een bedrag van €4.664.252. De inbrengwaarde ter hoogte van €2.797.672  mag op de balans geactiveerd worden als materieel vast actief. Dat betekent dat er voor het verschil tussen de boekwaarde en de inbrengwaarde een verlies genomen moet worden van €1.866.580. Er was reeds een verliesvoorziening gevormd van €255.700.  Dat betekent dat er een aanvullend verlies genomen moet worden ten laste van de algemene reserve van €1.610.880.   

Rubenslaan

Het bestemmingsplan Rubenslaan 1 is inmiddels onherroepelijk geworden. Daardoor kan er gestart worden met de bouw van de 12 sociale huurappartementen door Wocom. Voordat er gestart kan worden moet eerst het aanwezig pand gesloopt worden en een bodemsanering als gevolg van een bodemverontreiniging plaats gaan vinden. De plankosten en kosten voor sloop en sanering zijn veel hoger dan oorspronkelijk begroot waardoor en een aanvullende verliesvoorziening genomen moet worden van €223.849. Er was reeds een voorziening gevormd van €30.788. Daarmee komt de totale voorziening op netto contante waarde per 31-12-2024 uit op een bedrag van €254.361.  Hiermee wordt voor nu het verlies einde looptijd wat uitkomt op een bedrag van €264.637 gedekt. 

Het totaaloverzicht voor wat betreft de projectresultaten voor de grondexploitaties is weergegeven in onderstaande tabel:

Resultaat einde looptijd gemeentelijke grondexploitaties
Naam Boekwaarde 31-12-2024 Toekomstig nog te maken kosten Toekomstig nog te realiseren opbrengsten Resultaat einde looptijd Reeds tussentijds genomen winst t&m 2024 Verliesvoorziening op eindwaarde totaal projectresultaat = resultaat einde looptijd +tussentijds genomen winst
Airpark Brabant fase II/IIb -4.434.254 5.893.023 5.001.659 -3.542.890 -2.912.853 - -6.455.743
Baronie van Cranendonck - - - - - - -
Rubenslaan 1 190.981 318.142 244.486 264.637 - 264.637 -
Neerlanden -550.573 2.368.898 4.401.583 -2.583.258 -478.437 - -3.061.695
Totaal -4.793.846 8.580.063 9.647.728 -5.861.511 -3.391.290 264.637 -9.517.438
(negatieve bedragen zijn positief)

Wellicht ten overvloede wordt erop gewezen dat het becijferde resultaat is gebaseerd op voorcalculatorische en dus nog niet geheel gerealiseerde, (exploitatie)resultaten die, gaande de exploitatieperiode nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Daarnaast is het behalen van dit resultaat afhankelijk van de algemene (economische) verwachtingen in combinaties met de risico’s.

Overzicht grondaankopen

Door de gemeenteraad is een krediet beschikbaar gesteld van €2.000.000 voor het doen van grondaankopen in het kader van actieve grondpolitiek. De hoogte van dit krediet wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld. In de vastgestelde beleidsnotitie is te lezen dat nadat een uitgave ten laste van dit krediet achteraf is verantwoord via een raadsvoorstel, tussentijdse rapportage of jaarrekening het beschikbaar gestelde budget weer vrijvalt. In 2024 zijn er geen gronden aangekocht.  

Financiële positie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Financiële positie

De financiële positie bestaat uit de boekwaarde van de gemeentelijke grondexploitaties en de reserves en risico’s die samenhangen met de exploitatie van (bouw)grond. Bij de bepaling van de financiële positie kijken we achtereenvolgens naar de reserve ruimtelijke kwaliteit, de voorziening nadelige grondexploitaties, de reserve grondexploitatie en het weerstandsvermogen.

Reserve Ruimtelijke Kwaliteit

De voeding voor de bestemmingsreserve Fonds Ruimtelijke Kwaliteit vindt plaats vanuit particuliere plannen waar een bijdrage wordt gevraagd voor deze reserve en door een bijdrage vanuit de gemeentelijke grondexploitaties op basis van een bijdrage per m2 verkochte grond. De mutatie van deze reserve is weergegeven in onderstaande tabel.

Verloop reserve Fonds Ruimtelijke kwaliteit

Stand per 1-1-2024   3.680.165
     
stortingen vanuit gemeentelijke grondexploitaties 204.367  
stortingen vanuit anterieure overeenkomsten 204.627  
Onttrekkingen 2024 - 140.046  

Totaal mutaties 2024

  268.948
     
Stand per 31-12-2024   3.949.113

Voorziening Nadelige grondexploitaties

Volgens de richtlijnen van de BBV moet een voorziening getroffen worden voor gemeentelijke grondexploitaties die een tekort laten zien op basis van een begroting op einde looptijd. Op basis van de jaarlijkse actualisatie van de gemeentelijke grondexploitatie wordt de hoogte van de voorziening herijkt. De voorziening wordt in mindering gebracht op de balanspost ´Onderhanden werk inzake grondexploitaties´.

Bijstellingen van de hoogte van de voorziening geschiedt middels verrekening met de reserve grondexploitatie.

Specificatie voorziening Nadelige grondexploitaties

Stand per 1-1-2024 286.212
Benodigd per 31-12-2024  
  Rubenslaan 1 254.637
 
Vrijval t.g.v. reserve grondexploitaties 31.575
Stand 31-12-2024 254.637

 

Risico’s grondexploitaties

Aan het exploiteren van (bouw)grond zijn risico’s verbonden. Zeker gelet op de lange looptijden, de relatief hoge voorinvesteringen en omvangrijke geprognosticeerde verkoopopbrengsten bij gemeentelijke grondexploitaties, moet rekening gehouden worden met een reëel risico.

 Voor de kwantificering van de risico´s wordt onderscheid gemaakt in algemene (exploitatie)risico´s en project specifieke risico´s. Voor het complex Rubenslaan is de risico inschatting, uitgaande van een ‘slecht weer scenario’ (dit wil zeggen een verslechtering van het geprognosticeerd resultaat of het niet (geheel) kunnen verhalen van de door de gemeente Cranendonck gemaakte kosten), berekend op een bedrag van afgerond €4.000.  Het risicobedrag is zeer laag omdat alle gronden verkocht zijn en de looptijd van het project beperkt is. Voor de complexen Neerlanden en Airpark zijn de geprognotiseerde resultaten dusdanig dat risico’s opgevangen kunnen worden binnen het resultaat van de grondexploitatie. 

In de vermogenspositie is rekening gehouden met een risicobedrag van € 200.000 voor reeds gestarte initiatieven (het niet geheel kunnen verhalen van de door de gemeente gemaakte kosten) en € 150.000 (algemeen voorbereidingsbudget) voor nieuwe initiateven welke uiteindelijk niet doorgaan; totaal een risicobedrag van € 350.000. Het totale bedrag voor risico’s komt daarmee uit op een bedrag van €350.000 plus €4.000 = €354 .000.

Risico´s in relatie tot reserve grondexploitatie

Het uitgangspunt voor het bepalen van de minimumhoogte van de reserve grondexploitaties is dat er voldoende financiële buffer aanwezig moet blijven voor een verantwoorde continuering van de bedrijfsvoering. Hierbij is de minimumhoogte berekend op €354.000 gebaseerd op de risico’s.  De bovengrens bedraagt anderhalf maal de omvang van de noodzakelijke ondergrens en gezien de omvang van de risico’s bepaald op een bedrag van 1,5 * €354.000 = €531.000.

Reserve grondexploitaties

De reserve grondexploitaties is ingesteld om de resultaten van de lopende complexen en de ongedekte voorbereidingskredieten op te vangen. Elk jaar wordt op basis van de stand van de noodzakelijke reservepositie bepaald hoe hoog het bedrag is dat overgeheveld kan/moet worden naar/van de gemeentelijke algemene reserve.

Overzicht verloop reserve Grondexploitaties

Stand per 01-01-2024   552.990
Bij: Tussentijdse winstneming Airpark  984.900  
          Tussentijdse winstneming Neerlanden  417.084  
           Aanvulling vanuit Algemene reserve boekjaar 2023 125.000  
Subtotaal    1.526.984
Af:  Dotatie verliesvoorziening Rubenslaan  223.849  
         Verliesneming anterieure overeenkomsten 136.947  
Subtotaal    360.796
Stand reserve grondexploitatie per 31-12-2024   1.719.178
Bovengrens vereiste buffer grondexploitatie  531.000  
Voorstel jaarrekening: afroming van de buffer grondexploitatie  ten gunste van de algemene reserve   -1.188.178
Stand (na overneming voorstel) reserve grondexploitatie per 31-12-2024    531.000

 

Weerstandsvermogen

Op grond van het BBV bepaalt het weerstandvermogen de mate waarin middelen vrijgemaakt kunnen worden om naast het afdekken van tekorten ook substantiële tegenvallers en risico’s op te vangen (zonder aanpassing van beleid). Voor het bepalen van het weerstandsvermogen zijn drie zaken van belang:

  1. De uiteindelijke resultaten van de grondexploitaties en particuliere plannen;
  2. De risico’s van/rondom grondexploitaties;
  3. De stand en ontwikkeling van de reserve grondexploitatie.

Specificatie weerstandsvermogen

Reserve grondexploitaties per 1-1-2024     531.000
Nog te realiseren resultaten gemeentelijke grondexploitaties 6.126.148
Risico’s dekking en verlies -531.000
Risico minder winst  -378.000
Totaal weerstandsvermogen per 31-12-2024 5.748.148

Het risico minder winst van € 378.000 vloeit voort uit de risico analyse van de grondexploitaties Neerlanden en Airpark waarbij naar scenario’s wordt gekeken als mogelijk hogere inflatie van kosten (5%), stijging van rente naar 2,5% en 10% lagere grondprijzen in combinatie met een inschatting van de kans van optreden.

Er kan worden geconcludeerd dat de huidige reserve grondexploitatie en de geprognosticeerde positieve resultaten van de grondexploitaties ruimschoots de risico’s afdekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Een groot vermogen is geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. De kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting, den het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is een grote inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. Deze paragraaf geeft via een dwarsdoorsnede van de begroting, inzicht in de mate van onderhoud en de financiële lasten daarvan.

Algemeen kaderstellend is:

Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 vastgesteld in september 2020. Hierin is afgesproken dat het garantieniveau van de kapitaalgoederen niveau B is. Hierbij wordt gestreefd naar het onderhoudsniveau B-plus voor de belangrijkere openbare ruimte en infrastructuur. Twee keer per jaar wordt het niveau gemonitord.

Opstellen IBOR 2026-2030

Om het beheer van de openbare ruimte te continueren is het gewenst tijdig te starten met het opstellen van de nieuwe notitie BOR 2026-2030. Planning is om de nieuwe notitie voor het beheer van de openbare ruimte in 2025 door de raad te laten vaststellen. Bij de integrale notitie voor het Beheer van de Openbare Ruimte worden de volgende vakdisciplines meegenomen:

Wegen Integrale afstemming groot onderhoud en vervangingen
Openbaar Groen Vergroening openbare ruimte / beperken hittestress
Openbare Verlichting Energiebesparing
Verkeersvoorzieningen Afstemming en sturing verkeer
Straatmeubilair Afstemming onderhoud en vervangingen
Rioleringen Integrale afstemming groot onderhoud, afkoppelen, infiltreren en opvangen regenwater
Afval/reiniging Afstemming inzameling afval en schoonhouden openbare ruimte
Energietransitie Afstemmen plannen voor besparen energie

In 2024 is gestart met het selecteren van het adviesbureau wat ons gaat ondersteunen bij het opstellen van het IBOR. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd dat er begin 2025 een adviesbureau is geselecteerd en is begonnen met de voorbereidingen van het opstellen van het IBOR.

De 10.000 euro welke in 2024 stonden opgenomen zijn overgeheveld naar 2025, omdat we dus begin 2025 zijn begonnen met het opstellen van het IBOR in samenwerking met het geselecteerde adviesbureau.

Openbaar groen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbaar groen

Met de aanleg, het beheer en onderhoud van het gemeentelijke groen versterken we het groene en rustieke karakter van Cranendonck. Groen speelt een belangrijke rol in het behouden van en versterken van de eigen uitstraling van elke kern. Daarnaast draagt een robuuste groenstructuur bij aan het behalen van onze duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen, onder meer door het verminderen van hittestress en het bufferen van regenwater. Zo kunnen wij Cranendonck ook in de toekomst leefbaar houden voor alle inwoners. Product Openbaar groen maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed “groen” is het volgende kaderstellend:

  • Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025
  • Rijksregels flora en fauna, artikel 11.27, Bal
  • Zorgplicht bomen (Boomveiligheidscontrole en cyclisch beheer) 
  • Groenvisie Cranendonck 2024

Kosten onderhoud 2024

Ieder jaar wordt een werkplan groen opgesteld. Aangezien groen een levend kapitaalgoed is, kunnen we geen meerjarenplanning hiervoor maken. De gemeentelijke bomen worden in een vaste cyclus van vier jaar gesnoeid.

Onderhoudsachterstanden

De huidige onderhoudsbudgetten zijn afgestemd op het behalen van het kwaliteitsniveau C in de openbare ruimte. We trachten hiervoor niveau B te realiseren. In 2024 hebben we wisselend een B en C niveau behaald. Door het groeizame weer in het voorjaar was het niet mogelijk om consequent een B-niveau te behalen. 

De kwaliteit van ons bomenbestand is achterstallig omdat hieraan al jaren geen regulier periodiek onderhoud heeft plaatsgevonden. In 2023/2024 zijn alle achterstanden in en rondom Soerendonk en Gastel weggewerkt. De planning is dat we in 2025/2026 alle snoeiachterstanden hebben weggewerkt.

Ontwikkelingen

Het bomenplan van de gemeente Cranendonck is afgelopen in 2024. In september 2024 is een nieuwe Groenvisie aangenomen door de raad, waarbij de focus komt te liggen op het creëren van groennetwerken door de openbare ruimte. Hiervoor wordt in 2025 een uitvoeringsprogramma opgesteld. 

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
Groenvoorziening 1.137 1.133 4 2024
idem - Maaien bermen 143 139 4 2024
idem - Stortkosten 22 29 -7 2024
idem - Inboeten, vernieuwen beplanging 52 52 -1 2024
idem - doorbelasting uren 447 463 -16 2024
Kredieten
Centrumplan Budel openbaar groen 445 447 -2 2024
Renovatie groen Fazantlaan/Patrijslaan 250 233 17 2024
Aanplant bomven Cranendoncklaan/Gr. Hornelaan 10 0 10 2019-2024
voorziening Beginstand Storing Uitgaven Eindstand
Voorziening onderhoud groen 18 47 0 65
Reserve Beginstand Storing Uitgaven Eindstand
Reserve Landschapsversterking 417 153 -30 540

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

De “Wegen” zijn een onderdeel van het programma 1: Wonen + Leven. De gemeente heeft een uitgebreid wegennet met een groot areaal aan verhardingen, wegmarkeringen, bermen, onverharde en halfverharde wegen. Voor het in stand houden en verbeteren van het wegennet is het noodzakelijk tijdig en continue onderhoud te verrichten. Met het uitvoeren van voldoende en effectief onderhoud wordt tegemoetgekomen aan het verlengen van de levensduur van de verhardingen en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Tevens wordt met de ontwikkeling en afstemming met integrale projecten een beter woon- en leefklimaat gecreëerd. Aanleg en onderhouden van civieltechnische kunstwerken, verharde en onverharde wegen, recreatieve fietspaden, dorpskernen en rustlocaties dragen bij aan het stimuleren van bedrijfsontwikkelingen, recreatie en toerisme.

Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen “wegen” is het volgende kaderstellend:

  • Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025, vastgesteld door de Raad in 2020 Hierin staat het gewenste kwaliteitsniveau beschreven.
  • Beheerplan wegen 2021-2025, vastgesteld door het college december 2020.
  • Wet- en regelgeving zoals:
    • De Wegenwet en Wegenverkeerswet
    • Risico- en schuldaansprakelijkheid
    • Wet milieubeheer, Besluit bodemkwaliteit en Geluid
    • Duurzaamheid
    • Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) 2017 – 2025, vastgesteld in april 2017.
  • De kwaliteit van de wegen is mede vormgegeven op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving in de Grond-, Wegen- en Waterbouw) richtlijnen.

Kosten onderhoud in 2024

De gemeente Cranendonck heeft het onderhoud aan de wegen in 2024 laten uitvoeren op basis van het Beheerplan wegen 2021 - 2025 en het uitvoeringsplan wegenonderhoud voor 2024. Bij het jaarlijkse uitvoeringsplan worden naast de verharde wegen ook de onverharde wegen, bermen, wegmarkeringen en civiele kunstwerken meegenomen. Na de winterperiode stelden we het uitvoeringsplan op, hoe om te gaan met de verouderingen van de verhardingen, winterse invloeden, zware transporten en kabel- en leidingwerk. Deze bijstelling van het uitvoeringsplan voerden we uit aan de hand van periodieke weginspecties en schouwgegevens. Daarnaast stemden we het uitvoeringsplan integraal af met de verkeersmaatregelen, rioleringsprojecten en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte.  

Het uitvoeringsplan van 2024 stemden we af op de kwaliteitsambities van de notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Deze notitie is in september 2020 vastgesteld. Hierin is afgesproken dat het garantieniveau van de kapitaalgoederen niveau C is. Hierbij streven we naar het onderhoudsniveau C-plus voor de belangrijkere openbare ruimte en infrastructuur. Op basis van aanvullende onderhoudsadviezen zijn in 2024 werkkredieten beschikbaar gesteld voor de het Uitvoeringsprogramma wegen 2024.

In 2024 is gestart met de realisatie van het project Meemortel Budel. De oplevering van de herinrichting van de Meemortel is gepland in 2025.

Onderhoud wegen

Naast het klein en regulier onderhoud voerde de gemeente in 2023 ook enkele grotere projecten uit. Dit was het groot onderhoud van de Robert Schumansingel, De Root, Rummeling, Ontginningsweg (gedeelte Chijnsgoed einde rijbaan), Klaterspeelweg, Vossenberg en Fabrieksstraat in Budel Dorplein. Ook verrichte we onderhoud aan de trottoirs en fietspaden van de Kempenlandstraat, Dorpsstraat (gedeelte Vincent van Goghlaan – Heesakkerweg), Willem de Zwijgerstraat (gedeelte Keizer Ottostraat  - Burg. van Houtstraat) en Maarheezerweg. Verder voerden we in 2024 op basis van klachten en meldingen een aantal kleinschalige verkeersmaatregelen uit.

De resterende middelen in de voorziening onderhoud wegen sluiten aan op de uitvoering van het beheerplan wegen voor de onderhoudsperiode 2021 - 2025. De jaarlijkse uitvoeringsplannen zijn voor deze periode afgestemd op de beschikbare budgetten en kredieten voor de vervangingsinvesteringen.

Onderhoudsachterstanden

Er zijn geen onderhoudsachterstanden. In de meerjarenplanning stemmen we het onderhoud integraal af op de geplande reconstructies, verkeersmaatregelen en rioleringsprojecten. Bij gepland groot onderhoud en reconstructies onderhouden we de wegen, pleinen en trottoirs op basis van de ondergrens kwaliteit C. Ook houdt de gemeente in de planning rekening met kabel- en leidingwerkzaamheden van de nutsbedrijven.

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
Regulier onderhoud 651 623 28 2024
Doorbelasting uren 415 420 -5 2024
Kapitaallasten 718 598 121 2024
Mutatie voorziening 765 765 0 2024
Kredieten
GVVP 2019 185 185
Uitvoeringsprogramma Verkeer en Vervoer 26 26
Uitvoeringsprogramma Verkeer en Vervoer 2021 495 18 477
Uitvoeringsprogramma wegen 2022 100 45 55 2022-2025
Uitvoeringsprogramma Verkeer en Vervoer 2023 515 113 402
Uitvoeringsprogramma wegen 2024 428 0 428
Uitvoeringsprogramma verkeer en vervoer 2024 970 -3 973
Randweg Zuid Budel 111 10 101 2024-
Koenraadtweg, Hugten, Hugterweg 87 86 2024-2025
Meemortel vervanging verhardingen rijbaan 760 63 697 2024-2025
Verv verkeersl kr Burg v Houtstr/Cranendln/Nwstrt 165 12 153
Infrastructurele verbeteringen smalle wegen 2023 27 27 0 2023-2024
Centrumplan Budel wegen 2.161 0 2.161
voorziening Beginstand Storing Uitgaven Eindstand
Voorziening onderhoud wegen 368 765 -966 167

Openbare verlichting (elektrische installaties)

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting (elektrische installaties)

Openbare verlichting verbetert de leefbaarheid, de sociale- en verkeersveiligheid. Een belangrijk aandachtspunt is ook duurzaamheid en energiebesparing. Het product Openbare Verlichting maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘elektrische installaties’ is het volgende kaderstellend:

  • Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025, vastgesteld door de Raad in 2020. Hierin staat het gewenste kwaliteitsniveau beschreven.
  • Beheerplan Openbare Verlichting 2024 t/m 2028.
  • Richtlijn NPR 13201 (Nederlandse Praktijk Richtlijn voor de kwaliteitscriteria van openbare verlichting).
  • Nieuwe ontwikkelingen in de woonkernen. 
  • Nationaal energie-/klimaatakkoord.

Op basis van eigen waarnemingen en meldingen van anderen zijn defecten aan de openbare verlichting op adequate wijze gerepareerd. Dit gebeurde binnen de vastgestelde beheerkaders. Eind 2024 waren er geen onderhoudsachterstanden.

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
Onderhoud en beheer 238 300 -62 2024
Energiekosten 214 240 -25 2024
Doorbelasting uren 21 17 4 0
Kapitaallasten 103 77 26 0
Mutatie voorziening 28 28 0 2024
inkomsten
doorbelaste kosten aan derden 0 -13 13 2024
ontvangen schadevergoedingen -5 -44 39 2024
kredieten
VerLEDding openbare verlichting 2023 25 25 2023-2024
Armaturen LED verlichting fietspaden 299 1 299 2024-
Masten LED verlichting fietspaden 222 221
voorziening Beginstand Storing Uitgaven Eindstand
Voorziening straatverlichting 227 28 -28 227

Speelvoorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speelvoorzieningen

Spelen is voor kinderen van groot belang voor hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Daarnaast nodigt een veilige openbare speelruimte uit tot actief bewegen. Product Speelvoorzieningen maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘speelvoorzieningen’ is het volgende kaderstellend:

Veiligheid van de speeltoestellen wordt getoetst aan de hand van wettelijke richtlijnen.

Kosten onderhoud 2024

De jaarlijkse inspecties en de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden kunnen binnen het onderhoudsbudget worden betaald. Volgens de vastgestelde besluitvorming is er geen ruimte voor vervangingsinvesteringen op krimplocaties.

Onderhoudsachterstanden:

Er zijn geen onderhoudsachterstanden.

Uitvoering projecten ter verbetering van kapitaalgoederen:

Conform eerder genomen besluiten bouwen we de locaties met speeltoestellen af van 58 naar 16 locaties. De natuurlijke levensduur van de toestellen is leidend voor de afbouw. Wanneer alle speeltoestellen zijn verwijderd aan de hand van de natuurlijke levensduur, blijven de locaties wel bestaan als speelveld of groenstrook. Gezien de goede kwaliteit van de bestaande toestellen zijn er nagenoeg geen toestellen verwijderd. Wel is er hergebruik gemaakt van vrijgekomen speeltoestellen om kwaliteit en diversiteit te borgen. In Maarheeze speellocatie Hermelijnstraat is hier een voorbeeld van. Ter plekke is een oud onveilig toestellen vervangen door een gebruikt toestel waarmee de speeldiversiteit weer op peil is gebracht. 

Ontwikkelingen:

Bij de behandeling van de begroting in de raad op 7 november 2023 is een amendement aangenomen voor de aanleg van een speeltuin bij de Kijkakkers in Maarheeze. Er zijn op 18 april (start project), 3 juni 2024 (ophalen input inwoners) en op 3 september 2024 (presenteren concept ontwerp) informatieavonden geweest met de omgeving over het ontwerp van de speeltuin. Er is uiteindelijk een plan vastgesteld in samenspraak met de buurt en dit is verder voorbereid om tot uitvoering over te gaan. De oude skatebaan wordt vervangen door een pumptrack en een modern speelcourt wordt aangelegd. 

Verder is eind 2024 duidelijk geworden dat er in een speeltuin in Budel Dorplein een loodvervuiling zit. De Provincie heeft hiervoor onderzoek gedaan. In 2025 is een informatieavond geweest met bewoners en zijn de korte termijn maatregelen genomen. Dit wordt verder opgepakt in 2025.

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
Algemeen onderhoud 97 47 50 2024
Kredieten
Nieuwe speelplek Maarheeze 185 0 185 2024-

Riolering & water

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering & water

Gemeente Cranendonck heeft de wettelijke zorgtaken rondom afval-, hemel - en grondwater omschreven in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 (vGRP). Dit vGRP is een beleidsplan op lange termijn. De raad stelde dit vast in 2020. In het plan staat de berekening van de kostendekkendheid om de ontwikkeling van de rioolheffing inzichtelijk te maken. In kostendekkingsberekeningen maken we een analyse van de hoogte van het tarief van de rioolheffing in relatie tot de lasten en baten. De rioolheffing is een bestemmingsbelasting. Dit is een belasting waarvan de opbrengsten bestemd zijn voor een bepaald doel, in dit geval de gemeentelijke watertaken. De lasten bestaan enerzijds uit de exploitatielasten (jaarlijks terugkerende lasten) en anderzijds uit investeringen die over een lange termijn afgeschreven worden. het beleid van het vGRP vertalen we jaarlijks naar operationele plannen. Ook eventuele verschuivingen in het uitvoeringsprogramma onderbouwen we hierin. 

Alle inwoners en bedrijven in de gemeente Cranendonck hebben baat bij een goed functionerend rioolstelsel uit oogpunt van volksgezondheid en milieubescherming. Daarnaast draagt doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater bij tot een aangenaam woonklimaat met een groen karakter. 

"Riolering en water" maakt onderdeel uit van programma 1: wonen. Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen 'riolering en water'is hetvolgende kaderstellend: 

  • De omgevingswet (gemeentelijke zorgtaken voor afval-, hemel-, en grondwater). 
  • vGRP 2021-2025

Financiële resultaten 2024 (zie tabel hierna).

De exploitatiekosten zijn verantwoord bij programma 1 wonen+ leven

Het krediet van jaarschijf 2024 betreft de uitvoering en voorbereiding van de projecten Boudriepark fase 2, enkele afkoppel- en vergroeningsprojecten, vervanging van gemalen en drukrioolunits, de Brunellastraat en omgeving (voorbereiding) en bijdrage revitalisering Dorpshart Budel (reservering). 

 

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
Aanleg en beheer (riolering algemeen) 1.283 1.365 -82 2024
Doorbelasting uren 233 247 -14 2024
Vrijvalriolering 70 2 68 2024
Mechanische riolering en meetapparatuur 160 146 14 2024
Onderzoek planvorming en contracten 94 32 62 2024
Rioolheffing opbrengsten -2.368 -2.449 81 2024
kredieten
GRP 2024 1.767 1.288 480 2024
Centrumplan Budel riool 1.684 0 1.684
voorziening Beginstand Storing Uitgaven Eindstand
Voorziening riolering 1.882 266 0 2.148

Gemeentelijke gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gemeentelijke gebouwen

De gemeente verzorgt het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. De gemeentelijke gebouwen zijn onderdeel van programma 1: Wonen + Leven en programma 2: Economie + Ondernemen.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘gebouwen’ is het volgende kaderstellend:

  • Nota gemeentelijke gebouwen, vastgesteld september 2016.
  • Gebouwen dienen te voldoen aan de wettelijke eisen.
  • De Raad heeft op 29 september 2020 het MJOP 2020 –2034 vastgesteld. Daarmee is het MJOP mede kaderstellend.

Kosten onderhoud 2024

De middelen voor dagelijks onderhoud worden uit de exploitatie bekostigd. Klachtonderhoud en dagelijks onderhoud is niet actueel begroot. Starten daarmee in 2024. De middelen voor meer jaren onderhoud (MJOP) worden uit de voorziening onderhoud gebouwen onttrokken. In het Meerjarig Onderhoudsplan 2020-2034 is de Meerjarenplanning van de voorziening onderhoud gebouwen bijgesteld. De extra lasten die voortvloeien uit het MJOP 2020-2034 zijn opgenomen in deze begroting.

Ontwikkelingen

In 2020 heeft de Raad de meerjarenonderhoudsplanning 2020-2034 gemeentelijke gebouwen vastgesteld. Met deze meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) is inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn die (theoretisch) de komende jaren op ons afkomen. Het MJOP was stap één als onderdeel van het totaalplaatje. Het vervolg is een DMOP: een duurzaamheidsmeerjarenonderhoudsplanning. Het DMOP gaat in op het onderhoud dat nodig is om te voldoen aan de duurzaamheidseisen die gesteld worden vanuit het Rijk. De energiescans bieden een eerste basis voor de later op te stellen verplichte routekaart verduurzaming gemeentelijke gebouwen. Na deze fase is er per gebouw een goed beeld om in de toekomst strategische keuzes te kunnen maken. Eind november 2022 heeft de gemeenteraad het DMOP vastgesteld.

Na het DMOP volgen de investeringsplannen (MJIP). De MJIPs geven aan welke investeringen nodig zijn bij vervanging en/of renovatie. Hierbij gaat het dus om aanvullende kosten ten opzichte van het MJOP waarin alleen het groot onderhoud is opgenomen. Het MJIP maakt het mogelijk voor de langere termijn keuzes te maken in vastgoed. Doordat inzichtelijk is welke investeringen wanneer nodig zijn kan een goede afweging gemaakt worden of deze investering nog wenselijk is of gekozen wordt voor andere oplossingen. Voor een Meerjaren Investeringsplan (MJIP) wordt een totaalbudget van € 80.000 aangevraagd om dit op te laten stellen. Dit project zal in 2025 plaatsvinden. De dekking vindt plaats uit reserve verduurzaming gemeentelijke gebouwen.

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
klein onderhoud 351 181 170 2024
Incidenteel budget onderhoud gemeenschapshuiszen 0 50 -50 2024
kredieten
Inrichting gemeentehuis / werf 42 18 24 2024-
Nieuwbouw De Schakel 2.938 39 2.900 2024-
Project de Schaapskooi 2.385 22 2.364 2024-
Herontwikkeling de Borgh 92 0 92
Verplaatsen fietsenstalling 19 0 19 2023-
Vervanging zonnepanelen gemeentehuis 2021 16 0 16 2023-
Duuzaamheidsinv 2023 - kasteel CR 52 0 52
Basisschool Budel-Schoot en Budel-Dorplein 2024 260 0 260
BRAVO College tijdelijke huisvesting 300 0 300
Duurzaamheidsinvest 2023 - St. Corneliuskapel 2 0 2
Duurzaamheidsinv 2023 - gemeensch.h de Reinder 276 0 276
voorziening Beginstand Storing Uitgaven Eindstand
Voorziening onderhoud gebouwen 742 463 -920 285

Gemeentelijke sportaccommodaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gemeentelijke sportaccommodaties

De sportaccommodaties maken deel uit van programma 3: Toerisme + Recreatie. De gemeente wil een gevarieerd aanbod aan sportactiviteiten ondersteunen. Hierbij werd de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud van de accommodaties zoveel mogelijk bij de gebruikers (lees: verenigingen) neergelegd.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘sportaccommodaties’ is het volgende kaderstellend:

  • Actualisering MJOP/MJIP).
  • Actualisering van de onderhoudscontracten inclusief onderhoudsbijdrage. 
  • Nulmeting sportvelden inclusief onderhoudsadvies.
  • Groot onderhoud sportvelden en lichtmasten worden terug opgenomen in het gemeentelijke onderhoud.

We gaan afspraken tussen gemeente en verenigingen met betrekking tot onderhoud en beheer evalueren, o.a. aan de hand van beide nul- metingen. Daarbij willen we dat de rollen en taken duidelijk op papier komen te staan en aansturen op nieuwe onderhoudscontracten waarbij verenigingen kunnen kiezen uit drie onderhoudsvormen en een daarbij passende onderhoudsbijdrage. Tevens zal het groot onderhoud van de velden inclusief het onderhoud van de lichtmasten terug gaan naar de Gemeente om hiermee gezonde en duurzame sportaccommodaties te kunnen garanderen. De verenigingen hebben te kampen met een vrijwilligersterugloop. De zelfredzaamheid voor verenigingen wordt gewaarborgd doordat verenigingen kunnen kiezen uit drie onderhoudscontracten en een hierbij passende onderhoudsbijdrage.

Kosten onderhoud 2024

Het MJOP 2024 is uitgevoerd zoals gepland. Waar nodig hebben we werkzaamheden naar voren gehaald die noodzakelijk waren, maar ook werkzaamheden uitgesteld die te vroeg kwamen.

Resultaatafspraken

De sportaccommodaties voldoen aan de veiligheidsnormen. De jaarlijkse controle is hierop uitgevoerd.

Ontwikkelingen

In 2024 is op de verschillende sportparken de sportveld verlichting vervangen voor LED> Dit gaat dan om de verlichting welke van de gemeente is op basis van de basisvoorziening sport.  In 2025 volgt nog een afronding van dit project.

Resultaatafspraken voor de LTA

In 2024 is door wisselingen in functies en het vertrek van de medewerker Sport geen MJOP sportparken opgesteld. Deze opdracht is eind 2024 uitgezet en wordt begin 2025 opgeleverd.

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
klein onderhoud 50 74 -24 2024
kredieten
SV Budel aanleg (kunst)grasvelden 214 203 10 2023-2024
Verduurzaming veldverlichting 2023 203 202 1 2023-2024
Renovatie 2 tennisbanen 2023 92 43 49 2023-2024
Duurzaamheidsinv 2023 - sporthal Zuiderpoort 168 173 -5 2024-
Turnlust vervanging toestellen 179 62 117 2024-
Duurzaamheidsinv 2023 - gymzaal Van Schaiklaan 7 0 7 2024-
VV Maarheeze renovatie toplaag natuurgrasveld 4 68 0 68 2024-
BTV renovatie toplaag tennisbanen 5 en 6 93 0 93 2024-
Hockeyveld HCC waterveld 1.039 249 790 2024-

Onderhoud & vervanging Tractie

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Onderhoud & vervanging Tractie

Tractie (rollend materieel gemeentewerf) is een onderdeel van de gemeentelijke kapitaalgoederen. De tractie wordt gebruikt voor de producten openbare groen, sport, riool, openbare gebouwen, evenementen enzovoort.

Het wagenpark is inmiddels aan zijn technische levensduur waardoor we over gaan tot vervanging hiervan. Dit zal gebeuren in de komende jaren 2024-2025-2026-2027. Hierbij worden voor de aanschaf de volgende kaders meegenomen:

  • Tractiemiddelen dienen betrouwbaar in de bedrijfsvoering en veilig te zijn. Tractiemiddelen dient te voldoen aan de wettelijke eisen.
  • Tractiemiddelen zijn elektrisch, mits dit past in het gebruik (technisch) ervan.

De totale kosten voor de vervanging van de tractiemiddelen (alle jaren) is € 911.930,-.

Kosten onderhoud 2024

Vanwege het later bestellen van de tractie is er meer onderhoud uitgevoerd aan de bestaande voertuigen. het opgenomen bedrag is hier voor benut.  

Ontwikkelingen

In 2024 is in samenwerking met diversen andere gemeenten een leasecontract opgesteld vanuit BIZOB, om tractie te kunnen leasen. Hierbij gaan we uit van de personenwagens die noodzakelijk zijn voor uitvoering van de taken. Dit contract zou in september 2024 gereed zijn, dit heeft in het proces vertraging opgelopen en is begin 2025 vastgesteld. Voor het groot materieel gaan we uit koop, omdat binnen het leasecontract geen mogelijkheden zijn. Verder is in 2024 het inkoopproces gestart voor de aanschaf van een huisvuilwagen. Dit loopt apart vanwege de specifieke specificaties van de wagen .

Financiële resultaten 2024
omschrijving begroting werkelijk Restant Realisatie jaar
Explotatie
Onderhoud 161 195 39 2024
vervanging/Lease 73 61 12 2024
kredieten
Vervanging tractiemiddelen 2024-2027 912 0 912

Paragraaf Subsidies

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Algemeen

De gemeente levert een financiële bijdrage aan diverse instellingen en verenigingen in de vorm van subsidies. De subsidies zijn verwerkt in de programma’s van de programmabegroting 2024. In totaal gaat het om een bedrag van circa € 4 miljoen. In 2024 wordt naast de basisvoorzieningen onderzoek gedaan naar de inrichting van publieke voorzieningen wat invloed kan hebben op de subsidieaanvragen. In deze paragraaf subsidies is het totaalbeeld van de subsidies opgenomen.

Soorten subsidies

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Soorten subsidies

Subsidie is ‘de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten’ (artikel 4:21 van de Awb).

De Awb eist dat gemeenten de grondslag voor het verstrekken van subsidie vastleggen in een algemeen verbindend voorschrift (= subsidieverordening), dat door de raad is vastgesteld. Hierop zijn vier uitzonderingen mogelijk:

  1. Subsidies die worden verleend in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift. Het wettelijk voorschrift moet dan binnen een jaar tot stand zijn gekomen;
  2. Subsidieregelingen die door de Europese Unie zijn vastgesteld;
  3.  Indien de begroting de subsidieontvanger specifiek vermeldt en het bedrag aangeeft waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld (subsidieverstrekking op basis van een begrotingspost);
  4. Eenmalige subsidies, mits deze voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.

Bij bovenstaande uitzonderingen blijft gelden dat de procedure voor subsidieverstrekking moet voldoen aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. Ook is het uitgangspunt dat de subsidie moet worden verstrekt voor een doel dat bijdraagt aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Er zijn diverse soorten subsidies, elk met eigen kaders en richtlijnen:

  1. Stimuleringssubsidies: een eenmalige subsidie voor een activiteit/activiteiten met een eenmalig of experimenteel karakter; of een eenmalige subsidie voor activiteiten waarvan het college heeft aangegeven dat ze die wil stimuleren.
  2. Budgetsubsidies: een subsidie voor activiteiten die bij voortduring dan wel periodiek (één jaar of langer) plaatsvinden en die op grondslag van meetbare activiteiten wordt verleend aan (professionele) organisaties, waarbij een uitvoeringsovereenkomst met de organisatie kan worden gesloten.
  3. Accommodatiesubsidie: een subsidie die bijdraagt aan de kosten van een accommodatie.
  4. Activiteitensubsidie: een subsidie voor activiteiten die bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen en bij voortduring dan wel periodiek (één jaar of langer) plaatsvinden waarmee de gemeente aangeeft het aanbod van bepaalde activiteiten door een organisatie van belang te vinden.
  5. Basissubsidies: optelsom van activiteiten- en accommodatiesubsidie.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Beleid

Het beleid met betrekking tot subsidies is vastgelegd in het subsidiebeleid, de subsidieverordening van de gemeente Cranendonck en bijbehorende nadere subsidieregels 2018. In 2021 is de Algemene subsidieverordening Cranendonck 2021 vastgesteld. In deze (nieuwe) subsidieverordening zijn onder andere begripsbepalingen geactualiseerd en is de datum van indienen van de vaststelling en de aanvraag aangepast. Op basis van het koersdocument en in overleg met verenigingen worden de nadere subsidieregels geactualiseerd en vastgesteld. De nadere regels zijn een bevoegdheid van het college.

Het subsidiebeleid geeft weer welke uitgangspunten de gemeente hanteert bij de toepassing van het instrument subsidie. Deze uitgangspunten vormen het kader voor de uitwerking van de subsidieverordening en de subsidieregels.

In de subsidieverordening staat de procedure van aanvraag, verlening, verantwoording en vaststelling van subsidies inclusief hieraan gekoppelde voorwaarden. Ook zijn er de administratieve

verplichtingen (termijnen, te overleggen bewijsstukken, etc.) in opgenomen. Basis voor de verordening zijn de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.

In de nadere regels, aangepast in 2022, wordt aangegeven hoe de hoogte van de subsidie wordt berekend en aan welke eisen en verplichtingen een aanvrager moet voldoen.

De gemeente streeft voor de diverse beleidsterreinen specifieke doelstellingen na. Subsidie wordt ingezet als middel om bepaalde maatschappelijke doelstellingen te behalen, bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen te stimuleren.

De doelstellingen zijn uitgewerkt en vastgelegd in diverse beleidsplannen. Daarnaast wordt aangesloten op de strategische visie. De volgende algemene doelstellingen kunnen worden genoemd:

Wonen en leven

De gemeente biedt de mogelijkheid om burgers in elke kern samen te laten komen. Hierdoor versterken we de sociale cohesie. Onze burgers wonen in een omgeving waarbij ze tevreden zijn over het beheer van de openbare ruimte.

Kunst en cultuur

De gemeente biedt haar inwoners de mogelijkheid kennis te maken met en deel te nemen aan (lokale) kunst- en culturele activiteiten. Onderdeel hiervan is het behoud van de eigen identiteit van Cranendonck.

Sport

De gemeente biedt haar inwoners, met speciale aandacht voor jeugd en mensen met een beperking, de mogelijkheid kennis te maken met en deel te nemen aan een gevarieerd aanbod aan sport- en beweegactiviteiten.

Zorg

De gemeente stimuleert dat inwoners, van jong tot oud, zich kunnen ontplooien en verantwoordelijkheid nemen. Inwoners doen mee in de samenleving.

Subsidieplafond

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Subsidieplafond

De gemeente Cranendonck werkt met een subsidieplafond. Dit subsidiebudget is het bedrag dat gedurende een subsidiejaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van basis- en stimuleringssubsidies. Het subsidiebudget kent een plafond dat voor 2024 wordt vastgesteld op € 569.463,00. Dit is het plafond van 2023 verhoogd met een index van 3,9%. Door de gemeenteraad is besloten om het subsidieplafond jaarlijks met € 5.000 te verhogen voor subsidiering van legeskosten. Daarmee is jaarlijks maximaal € 20.000 binnen het totale subsidiebudget beschikbaar voor stimuleringssubsidies. Bij een subsidieplafond worden subsidies verstrekt zolang er middelen beschikbaar zijn. Als het budget op is, wordt een subsidieverzoek in principe afgewezen. Voor de manier waarop de middelen worden verdeeld, zijn nadere (subsidie)regels vastgesteld.

Vanwege de huidige manier van subsidiëren, op basis van maatschappelijke doelstellingen, ondernemen verenigingen extra activiteiten om aan meer maatschappelijke doelstelling een bijdrage te kunnen leveren en daarmee meer subsidie ontvangen. Hiermee lijkt het subsidiebeleid een gewenst effect te behalen namelijk de bijdrage aan de doelstellingen van gemeentelijk beleid.

Financieel overzicht subsidies

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de subsidiebedragen zoals die zijn verleend voor 2024. Organisaties die meer dan € 2.000 subsidie ontvangen, moeten voor 1 juni 2025 een vaststellings-aanvraag indienen. De subsidies over 2024 moeten uiterlijk 31 december 2025 vastgesteld zijn.  

 

Basissubsidies
Beleidsterrein:  Begroot 2024: Toegekend 2024:
- Kunst & cultuur zie totaal 78.350,00
- Zorg zie totaal 56,800,00
- Wonen & leven zie totaal 18.250,00
- Sport: maatsch. doelen zie totaal 59.605,00 
- Sport: acc. subsidie zie totaal 300.515,73
Totaal basissubsidies 549.463,00 513.520,73

Stimuleringssubsidies

35 aanvragen in 2024

20.000 22.751,25 
Totaal basissubsidiebudget 569.463,00 536.271,98

 

Er is voor de basissubsidies in de begroting 2024 geen uitsplitsing gemaakt per domein. Vandaar dat daar per domein staat 'zie totaal'. Het totale budget voor basissubsidies is € 549.463,00 + € 20.000,00 stimuleringssubsidies maakt dit een totaal subsidiebudget van € 569.463,00.

 

Budgetsubsidies
  Begroot 2024: Toegekend 2024:
AK de Smeltkroes 14.212,00 14.212,00
Stichting EU jeugdsportdagen 3295,00 5.000,00
De Klimroos 10.000,00 10.000,00
Totaal o.b.v. historische grondslag: 27.507,00 29.212,00
     
RICK 160.572,00 112.645,00
Grensland Zie begroting RICK 23.000,00
Cordaad 732.869,00 732.869,00
Lumens 431.814,00 431.814,00
Radio Pulsar / Horizon 20.000,00 14.176,00
Carrousel 3.249,00 3.249,00
GGzE 136.500,00 136.500,00
Stichting Leergeld 39.000,00 39.000,00
Voedselbank - 4.200,00
Combinatie Jeugdzorg 684.601,00 684.601,00
Digitaalhuis bij totaal bieb 18.000,00
Cantinetheater 5.000,00 5.000,00
Totaal o.b.v. overeenkomsten: 2.213.605,00 2.205.054,00
     
Bibliotheken Maarheeze en Budel 441.169,00 426.250,00
GGD 759.024,00 798.754,00
GGD-JGZ 72.359,00 46.189,00
Theatercommissie de Borgh 15.000,00 15.000,00
De Reinder 33.675,00 33.500,00
De Schakel 5.944,00 5.944,00
Slachtofferhulp 3.600,00 7.710,00
Stichting Cultuur Maarheeze - 16.630,00
Totaal andere regelingen: 1.330.771.00 1.349.977,00
     
Totaal budgetsubsidies 3.571.883,00 3.584.243,00

 

  Begroot 2024: Toegekend:
Totaal basis- en budgetsubsidies 4.141.346,00 4.120.514,98

 

Budgetsubsidies 

Budgetsubsidies vallen alleen onder de werking van het subsidiebeleid voor zover het gaat om de toepassing van aanvraag- en afhandeltermijnen. Inhoudelijk wordt per budgetgesubsidieerde instelling de subsidie bepaald. Er zijn geen algemeen geldende criteria voor deze instellingen (bijvoorbeeld voor het berekenen van de subsidie), zodat ook geen sprake is van een algemeen geldend subsidieplafond voor budgetsubsidies.

Te ontvangen subsidies

In de afgelopen jaren is gestart met het structureel actief zoeken naar subsidiemogelijkheden voor gemeentelijke projecten-activiteiten door middel van de inzet van een subsidioloog. Hier worden positieve resultaten mee geboekt, waardoor er meer middelen beschikbaar komen voor bepaalde projecten en ontwikkelingen binnen onze gemeente. Voor 2024 wordt deze werkwijze voortgezet.

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de gemeentelijke begroting. In deze paragraaf beschrijven wij hoe sterk de gemeente is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid daarvoor veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, moeten we inzicht hebben in de omvang en achtergronden van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor onze gemeente aanwezig zijn. 

Met de voorgenomen doorontwikkeling in 2024 streefden we een aantal specifieke doelen na:

Het inzicht krijgen in de risico’s met financiële gevolgen die de gemeente Cranendonck loopt en dit inzicht actueel houden.
Dit doel was gericht op het in kaart brengen van de risico’s van de gemeente, zodat er meer inzicht is in mogelijke gebeurtenissen die negatieve gevolgen voor de gemeente met zich meebrengen. Inclusief  het inzicht krijgen in de risico’s met niet financiële gevolgen die de gemeente loopt en dit inzicht actueel houden.
Dit gaat ook over politiek/bestuurlijke, juridisch/wettelijke, technische/ICT, organisatorische, geografisch/ruimtelijke, maatschappelijke, imago- en frauderisico’s.

Het beter  en integraal inzicht krijgen in risico's is een bredere  management en verantwoordelijkheid met continu ondersteuning door control.  De conclusie uit 2024 daarbij is dat alleen sturen op gedrag onvoldoende is.  Risicobeheer beweegt zich  nog vaak in de periferie van de uitvoering van, wat medewerkers ervaren als, kerntaken. Daarom is ook een technische ondersteuning nodig bij het continu kunnen inventariseren van risico's en de kans x impact ook statistisch te kunnen berekenen. Dat laatste voorkomt dat alle geïnventariseerde risico's   worden berekend als in volle omvang en tegelijkertijd vóórkomen.  Nu wordt dat nog afgezet tegen het volledig beschikbare vermogen. beter is dat af te zetten tegen een afgezonderde weerstandsreserve. Ook moeten beheersmaatregelen in hun impact gekwantificeerd kunnen worden. Hiervoor is een professionele tool nodig  die we in  A2 verband geharmoniseerd kunnen inzetten.

Risicomanagement als dynamische activiteit
We zien risicomanagement niet meer als een statische en afzonderlijke activiteit, waarbij risico’s enkel bij de begroting en bij de jaarstukken in beeld worden gebracht en geëvalueerd. In onze opgavegerichte programma organisatie koppelen wij risicomanagement aan de strategische en operationele doelstellingen. Dit is met de invoering van Pepperflow als P&C tool  beter mogelijk gemaakt Daarmee  werden strategie, doelen en inspanningen in een duidelijke samenhang in een duidelijke structuur en samenhang zichtbaar en beheersbaar. Wat draagt waar aan bij en wat zijn de gevolgen wanneer de uitvoering van inspanningen anders verloopt dan gepland?

 
Het risicobewustzijn van de organisatie en het bestuur stimuleren en vergroten.
Dit doen we door het continu organiseren van aandacht voor risico’s en het gesprek voeren over risico’s. Hoewel alle bestuursvoorstellen een risicoparagraaf kennen is dat niet voldoende gebleken voor het vergroten van het risicobewustzijn.   De nota Risicomanagement Cranendonck 2024 is in  2024 nog niet voor besluitvorming voorgelegd. Het doel is nu  om  in 2025  een A2 breed risicomanagement systeem  op te zetten dat wordt ondersteund door de daarvoor beschikbare ICT tools.

Actuele ontwikkelingen op het weerstandsvermogen 2024

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Actuele ontwikkelingen op het weerstandsvermogen 2024

De hoge inflatie uit de afgelopen jaren lijkt te zijn beteugeld. De krapte op arbeidsmarkt blijft daarentegen waarschijnlijk ook nog in 2025 zeer voelbaar. Beide ontwikkelingen blijven van invloed op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Ondanks dat de inflatie wat afneemt hebben we nog wel te maken met loon en prijsstijgingen bij onze gemeenschappelijke regelingen. Die hebben dit voorjaar in hun begrotingen voor 2025 rekening gehouden met ook aanzienlijke loon- en prijscompensatie in hun exploitaties. Die moeten in lijn gebracht worden met de BBP systematiek bij de gemeente. De groei van het beroep op de jeugdzorg, en met name de specialistische zorg, likt af te vlakken. 

 Bij de actualisatie van deze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is het daarom zaak een zo goed mogelijke inschatting te maken van de risicogevolgen van algemene en macro-economische ontwikkelingen. Dat benadrukt het belang van een solide financiële positie om onverwachte tegenvallers te kunnen opvangen. Naast het risico als gevolg van economische ontwikkelingen houden we ook steeds meer rekening met de risico’s van informatie (on)veiligheid en cyberbedreigingen. De experts zijn het erover eens dat overheidsorganisaties ooit geraakt worden door cybercriminelen. Het is dus niet de vraag of, maar wanneer en in welke mate dat impact heeft. Voor de beheersing van dit risico zijn we gedeeltelijk afhankelijk van de dienstverlening van de GRSA2. 

Verschillende soorten risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Verschillende soorten risico’s

Bij het inventariseren van risico’s is het van belang om een onderscheid te maken tussen jaarlijks terugkerende risico’s en risico’s die specifiek zijn voor een bepaald jaar. Er zijn risico’s, zoals onzekerheden ten aanzien van de hoogte van de algemene uitkering, die van invloed zijn op het beleid van de gemeente, die elk jaar voorkomen en daarmee structureel van aard zijn. Dit betekent echter niet dat de kans op het risico en het financieel gevolg bij het voorkomen van het risico elk jaar hetzelfde is. Deze risico’s worden elk jaar opnieuw gekwantificeerd.

Daarnaast zijn er risico’s die specifiek zijn voor een bepaald jaar, omdat er in dat jaar bijvoorbeeld een project loopt dat risico’s met zich meebrengt. Dit soort risico’s, zoals vertraging van een project door externe omstandigheden, moet elk jaar opnieuw in beeld worden gebracht. Bepaalde ontwikkelingen, spelen niet elk jaar en zijn daardoor enkel in bepaalde jaren een risico.

Het risicoprofiel verschilt hierdoor van jaar tot jaar. Niet alleen de risico’s verschillen qua kans en impact, maar ook de benodigde weerstandscapaciteit verschilt per jaar.

Naast jaarlijkse, structurele risico’s en specifieke risico’s per jaar zijn er ook nog risico’s die niet te kwantificeren zijn. Hierbij gaat het om risico’s die niet uit te drukken zijn in financiële middelen, maar waar we wel rekening mee moeten houden. Daarbij gaat het om risico's in de kwaliteit van dienstverlening, juridische procedures, ICT applicaties, HRM processen en dergelijke. 

Frauderisico analyse

In 2024 hebben we een frauderisicoanalyse uitgevoerd en  wordt medio 2025 herhaald.

De aandachtspunten bij de fraude-indicatoren zijn door concern control  en financiën opgepakt door het beoordelen en waar nodig aanpassen van relevante processen. De functiescheidingen zijn voor de financiële rollen al verwerkt in de nieuwe budgethoudersregeling 2024.  Informatieverstrekking en documentatie vragen vooral aandacht bij de beschikbaarheid en het gebruik van het document management systeem. De  overgang naar het gebruik van MS Teams is al een kwaliteitsverbetering van decentrale naar centrale opslag van informatie en documentatie.  Medio  2025 wordt deze analyse herhaald zodat er mogelijk een ontwikkeling zichtbaar wordt. 

Wat is weerstandscapaciteit?

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Wat is weerstandscapaciteit?

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de uitvoering van taken op het huidige niveau. Structurele weerstandscapaciteit omvat de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Hoe groot de totaal minimaal beschikbare weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die de gemeente loopt.

De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

De algemene reserve voor enerzijds het opvangen van risico’s waarvoor geen voorziening is getroffen zonder dat de uitvoering van het reguliere beleid van de gemeente wordt verstoord (= ondergrens) en anderzijds een vrij aanwendbaar deel.
Vanuit het BBV is de gemeente verplicht om een post ‘onvoorziene uitgaven’ op te nemen in de begroting. Deze post is bedoeld voor het opvangen van onvoorzienbare, niet uitstelbare en onontkoombare uitgaven.
De vrij aanwendbare bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de gemeente een bepaalde bestemming heeft gegeven. Er is echter voor gekozen om de vrij aanwendbare bestemmingsreserves niet mee te nemen in de beschikbare weerstandscapaciteit. Aanwending van deze reserves kan namelijk negatieve gevolgen hebben voor bestaande voorzieningen.

Inzet van stille reserves kan bestaan uit het verkoopresultaat (verkoopopbrengst minus lagere boekwaarde) van bijvoorbeeld groenstroken, gronden, gebouwen en aandelen, voor zover de verkoop binnen één jaar te realiseren is, de verkoop niet leidt tot een gat in de begroting en de verkoop de taakuitoefening van de gemeente niet aantasten. Omdat deze stille reserves moeilijk te kwantificeren zijn bij het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit is besloten om dit niet mee te nemen.
De algemene reserve grondexploitatie (ARG) beschouwen we vanaf 2024 niet langer als onderdeel van de algemene weerstandscapaciteit. Deze reserve is weliswaar onderdeel van ons eigen vermogen maar reserveren we nu specifiek voor het opvangen van risico’s met betrekking tot de grondexploitatie. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid. 

Naast de incidentele weerstandscapaciteit, heeft de gemeente nog de mogelijkheid om de structurele weerstandscapaciteit te verhogen. Er is namelijk een deel onbenutte belastingcapaciteit: bij het heffen van de OZB zitten we op dit moment nog niet aan de maximaal te heffen belasting. Hier zit nog ruimte voor de gemeente, waardoor het deel uit maakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Indien het nodig is, kan de OZB verhoogd worden, zodat ook met de hogere opbrengst risico’s opgevangen kunnen worden.

In de onderstaande tabel staat aangegeven op welke manier de beschikbare weerstandscapaciteit is opgebouwd.

Beschikbare weerstandscapaciteit per € 1.000 31-12-2024
Algemene Reserve 9.820
Onvoorziene uitgaven 10
Stille Reserves Pm
Totaal incidentele weerstandscapaciteit 9.820
   
Eigenaar woning 1.623
Eigenaar niet-woning 0
Gebruiker niet-woning 0
Totaal structurele weerstandscapaciteit 1.623
   
Totaal weerstandsvermogen 11.443

 

Hoe is bepaald hoeveel weerstandscapaciteit we nodig hebben?

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Hoe is bepaald hoeveel weerstandscapaciteit we nodig hebben?

Om te bepalen of het weerstandsvermogen voldoende is, is naast de beschikbare weerstandscapaciteit ook inzicht nodig in de benodigde weerstandscapaciteit. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, zijn de risico’s die onze gemeente loopt organisatie-breed in kaart gebracht. Bij elk risico dat is genoemd in de inventarisatie, is aangegeven wat het risico inhoudt, wat de gevolgen zijn mocht het risico zich voordoen, welke beheersmaatregelen er eventueel genomen zijn en wat de geschatte maximale financiële gevolgen zijn (de impact). Op basis van deze analyse is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. 

In  de begroting 2025  bedroeg het totaalbedrag voor de top-10 risico’s € 4.150.000. In deze jaarrekening is de inschatting van het totaal van deze 10 risico’s  € 3.785.000. Dit verschil wordt met name verklaard doordat  we het rente en de prognose kosten Jeugdwet voor 2025 wat lager inschatten. 

Als we kijken naar de sturing op de risico’s heeft het weinig zin om flink te sturen op risico’s met een kleine impact en een kleine kans. Om gestructureerd om te gaan met risico’s en te focussen op risicobeheersing richten we ons op de risico’s boven de € 200.000 en die een kans van 50% of meer hebben dat ze voor komen.  

Het weerstandsvermogen is berekend aan de hand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 11.443.000 (inclusief € 1,6 miljoen onbenutte belastingcapaciteit). Hier staat een benodigde weerstandscapaciteit tegenover van € 4.180.000. Dit is de optelsom van alle risico’s die zijn geïnventariseerd (en dus niet alleen de hiervoor gepresenteerde top 10).   Verder nemen we ook beheersmaatregelen waardoor de risico’s zijn verkleind. Ook blijken een aantal risico’s niet meer actueel en maar een beperkte impact te hebben.   

 

Onze top 10 aan risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Onze top 10 aan risico’s

In de onderstaande tabel presenteren we de top 10 van de risico’s. In deze top 10 bevinden zich risico’s die enerzijds een reële kans hebben om voor te komen en anderzijds als ze voorkomen, substantiële financiële gevolgen kunnen hebben.

  Risico Gevolgen Maatregelen Kans x impact / financiële gevolgen
1 Achterblijvend volume Gemeentefonds >2025  De algemene uitkering wordt aangepast op nieuwe beleidsvoorkeuren van een nieuw kabinet.  Het “Ravijnjaar” en de jaren daarna geven geen reëel groei van het gemeentefonds    1.000.000
2

Informatiebeveiliging ontwikkelt langzamer dan de cyberdreigingen 

 

Gevolg is dat we steeds kwetsbaarder worden voor ransomware aanvallen waardoor de dienstverlening stil komt te staan en persoonsgegevens van onze inwoners in handen van derden komen. Herstelkosten zijn dan aanzienlijk.  Investeringen in techniek, bewustwording en structurele rol bezetting: FG, PO en CISO. Een deel van het risicogevolg is vanaf JR 2024 opgenomen bij de GRSA2 en verwerkt in risico 500.000
3 Geen compensatie stijgende kosten Jeugd zorg 2025 - 2028 en beperkt effect op lastenstijging van Hervormings-agenda Bij de uitvoering van de Jeugdwet lijken de begrotingswijzigingen uit 2023 en 2024 vooralsnog te volstaan. Blijft dat we te maken kunne krijgen met  beperkte populatie met grote financiële impact.    500.000
4 De begroting van de GR-en w.o. de GRSA2 zijn niet toereikend waardoor voor de gevraagde (verbetering van de) dienstverlening  Het gevolg is dat de kosten van de gemeente stijgen om de dienstverlening op het gevraagde niveaus te brengen voor onze 70.000 inwoners binnen de samenwerkingsregio A2  Een deel van risico 2 is nu via de risicoparagraaf  bij de drie gemeenten verwerkt.  Risico 2 is daarom met 250.000 afgeraamd.  485.000
5 Participatiewet / BUIG / WSW  De BUIG middelen vanuit het Rijk zijn ontoereikend bij conjuncturele tegenvallers 2025 -2028. Minimumloon stijgingen zijn gekoppeld aan de bijstand. 
WSW voorziening geeft daardoor een fikse kostenstijging die na 2025 mogelijk niet helemaal wordt gecompenseerd
Ontwikkelingen nauwlettend volgen en daarop flexibel proberen te anticiperen  250.000
6 Exploitatietekorten gemeenschapshuizen voor rekening gemeente   Gemeenschapshuizen komen niet tot een sluitende exploitatie en voorzieningen gaan failliet of sluiten wanneer de exploitatietekorten niet door de gemeente worden gedekt  Met de nieuwe visie op de organisatie en het implementatieplan wordt er gewerkt om dit risico te verkleinen / op te vangen. Ook is de afgelopen jaren al ingezet op ontwikkeling van de competenties van onze medewerkers  250.000
7 De competenties van het personeel blijven achter en we kunnen onvoldoende gekwalificeerd personeel werven, terwijl de omgeving blijft veranderen. Door krapte op de arbeidsmarkt vinden we moeilijk nieuw personeel.  
Het verandervermogen van de eigen organisatie is niet voldoende, wat leidt tot tijdsverlies en overvraging van personeel. Het gevolg is dat men fouten maakt en personeel uitvalt. 
Met de nieuwe visie op de organisatie en het implementatieplan wordt er gewerkt om dit risico te verkleinen / op te vangen. Ook is de afgelopen jaren al ingezet op ontwikkeling van de competenties van onze medewerkers  250.000
8 Bodem verontreiniging  en drugslozingen aanwezig te zijn, waardoor de gemeente verplicht is tot sanering en/of opruimen.  Hiervoor zijn onvoldoende financiële middelen beschikbaar    250.000
9 Inflatie Hogere kosten (o.a. door stijgende energieprijzen), en blijvende inflatie  Specifieke lasten in de begroting daarop aanpassen  200.000
10 Renterisico De rentedaling zet niet door en komt en blijft op een hoger niveau dan in de begroting voorzien  Herzieningen van het investeringsprogramma. Rente is in nu voor 3,25% verwerkt  100.000
  Totaal top 10 risico's       3.785.000

Totaalbedrag top-10 risico’s 2024 en 2025

In  de begroting 2025  bedroeg het totaalbedrag voor de top-10 risico’s € 4.180.000. In deze jaarrekening is de inschatting van het totaal van deze 10 risico’s  € 3.785.000. Dit verschil wordt met name verklaard doordat we de rente en de prognose kosten Jeugdwet voor 2025 wat lager inschatten. 

Risico’s met of zonder beheersmaatregel

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Risico’s met of zonder beheersmaatregel

Op het moment dat de risico’s in beeld zijn, ontstaat natuurlijk de vraag hoe we die risico’s beheersen. In bovenstaande tabel is nog niet voor elk risico een beheersmaatregel opgenomen. Maatregelen om het risico te verminderen kunnen oorzaakgericht of gevolggericht zijn. De eerste zorgen ervoor dat de kans dat de gebeurtenis optreedt, kleiner wordt. De gevolggerichte maatregelen zorgen ervoor dat de schade minimaal is wanneer de gebeurtenis toch plaatsvindt. In bovenstaande tabel is nog niet bij elk risico een beheersmaatregel benoemd. Dit is een vervolgstap die de organisatie nog moet zetten. Belangrijk om in het achterhoofd te hebben, is dat niet elk risico af te dekken valt met een beheersmaatregel. Een beheersmaatregel kan zo complex en/of duur van aard zijn, dat deze niet opweegt tegen het risico dat gelopen wordt.

Weigering aanvraag omgevingsvergunning supermarkt Budel

De  schadeclaim die voortvloeit uit de weigering van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een supermarkt in Budel is niet in de risicobeheermatrix opgenomen. In het verleden heeft de initiatiefnemer reeds een schadeclaim voor het niet tijdig kunnen exploiteren van een supermarkt neergelegd bij de gemeente van circa 2,2 miljoen euro. Daarna heeft de initiatiefnemer deze claim aangepast naar circa 5,1 miljoen euro. Deze niet nader onderbouwde claim bestaat uit schade ten gevolgen van onrechtmatig handelen en planschade. Wij merken hierbij op dat dit schadebedrag géén vaststaand gegeven is en dat het de vraag is of de rechter dit schadebedrag zal toekennen. (Voor meer informatie verwijzen we naar de toelichting op de balans (onderdeel niet uit de balans blijkende verplichtingen).

Focus aanbrengen ten aanzien van sturing op risico’s

Als we kijken naar de sturing op de risico’s heeft het weinig zin om flink te sturen op risico’s met een kleine impact en een kleine kans. Om gestructureerd om te gaan met risico’s en te focussen op risicobeheersing richten we ons op de risico’s boven de € 200.000 en die een kans van 50% of meer hebben dat ze voor komen. 
Conclusie: Op dit moment is ons weerstandsvermogen uitstekend. De ratio komt op 2,35 wat wil zeggen dat we met de  beschikbare weerstandscapaciteit kunnen alle risico's 2 keer kunnen opvangen. 

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Financiële kengetallen

De kengetallen en hun beoordeling in samenhang zijn enerzijds bedoeld om de financiële positie inzichtelijker te maken. Anderzijds zijn de kengetallen bedoeld om gemeenten met elkaar vergelijkbaar te maken.

Het opnemen van deze kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Daarnaast stelt het de raad in staat om op een eenvoudigere manier inzicht te krijgen in de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Deze kengetallen drukken namelijk de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting. Daarnaast maken de getallen inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Hiermee geven ze inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeentelijke begroting.

Wat betekenen deze financiële kengetallen?

1. Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 1. Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer, ten opzichte van de eigen middelen. Ook geeft het een indicatie van de druk op de rentelasten en de aflossingen op de exploitaties. Dit kengetal geeft aan hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Vanaf 100% blijft te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen. Bij 130% of hoger is sprake van een zeer hoge schuld. Dit kengetal is gevoelig voor schommelingen in inkomsten.

Een hoge netto schuldquote hoeft niet per definitie een probleem te zijn: deze kan veroorzaakt zijn door afgesloten leningen die worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen artikel BBV Rek. Rek. Begr.
Per 1 januari van het jaar: 2023 2024 2024
A Vaste schulden 46 33.138 30.681 38.131
B Netto vlottende schuld 48 5.692 8.468 5.661
C Overlopende passiva (excl. Grexen) 49 6.353 7.501 12.713
D Financiële activa 36 -1.677 -1.404 -1.601
E Uitzettingen < 1 jaar 39 -13.390 -12.931 -7.444
F Liquide middelen 40 -118 -138 -2
G Overlopende activa 40a -4.308 -4 -5.910
Totaal A t/m G 25.690 32.173 41.548
H Totale baten 17 65.512 74.143 67.958
Netto schuldquote ongecorrigeerd ed. (A+B+C-E-F-G)/H x 100% 41,8% 45,3% 63,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd ed. (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 39,2% 43,4% 61,1%

2. Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2. Solvabiliteitsratio

Dit kengetal drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 80% en 30%. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 30% en de 20% moet de gemeente oppassen en bij minder dan 20% is het bezit met zeer veel schuld belast. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Solvabiliteitsratio artikel BBV Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2024
A Eigen vermogen 43 27.879 28.394 25.239
B Balanstotaal 77.306 79.360 85.190
Solvabiliteitsratio 36,1% 35,8% 29,6%

3. Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 3. Grondexploitatie

De grondexploitatie kan een grote impact hebben op de financiële positie van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Terugverdienen betekent het aflossen van de schuld en het goedmaken van de rentelasten. Het kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is dus belangrijk om te kunnen bepalen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen in de verlaging van de schuld.

Grondexploitatie artikel BBV Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2024
A Bouwgronden (niet) in exploitatie -711 -4.794 -2.330
B Totale baten 17 74.143 74.143 67.958
Grondexploitaties A/B * 100% 0,0% -6,5% -3,4%

4. Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 4. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Hiervoor gebruiken we het kengetal structurele exploitatieruimte. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat er wordt gekeken naar de structurele baten en lasten ten opzichte van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

 Structurele exploitatieruimte Rekening Rekening Begroting
Jaar: 2023 2024 2024
A Totale structurele lasten 63.168 75.997 60.645
B Totale structurele baten 64.154 79.176 61.550
C Totale structurele toevoegingen aan de reserves 0 5.805 80
D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves 130,28 6.475 115
E Totale baten 65.512 74.143 61.550
Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/(E) x 100% 1,70% 5,19% 1,53%

5. Belastingcapaciteit - Woonlasten meerpersoonshuishouden

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 5. Belastingcapaciteit - Woonlasten meerpersoonshuishouden

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller opgevangen kan worden en of er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte te kunnen weergeven is een ijkpunt nodig. Er is gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven, ook omdat er behoefte is om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing).  Bij de beoordeling van dit kengetal kan daarnaast worden vermeld welke ruimte er is ten opzichte van het te heffen tarief. 

Belastingcapaciteit - gebaseerd op cijfers van de website waarstaatjegemeente.nl artikel BBV Rek. Rek. Begr.
Per 1 januari van het jaar: 2023 2024 2024
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 341 371 354
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 210 229 243
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 274 302 229
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 825 902 826
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin 811 967 904
Belastingcapaciteit (E/F) x 100% 11 102% 93% 91%

De onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - De onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie
Totaaloverzicht kengetallen Jaarrek. 2023 jaarrek. 2024 Begr. 2024
1. Netto schuldquote 41,77% 45,29% 63,49%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 39,21% 43,39% 61,14%
3. Solvabiliteitsratio 36,06% 35,78% 29,63%
4. Grondexploitatie 0,00% -6,47% -3,43%
5. Structurele exploitatieruimte 1,70% 5,19% 1,53%
6. Belastingcapaciteit 101,73% 93,28% 91,37%

De kengetallen afzonderlijk beschouwd hebben een beperkte informatiewaarde. Daarom bezien we ze in samenhang. Er is wel een algemeen aanvaarde, geen wettelijke vastgelegde norm voor elk kengetal.  In onderstaande tabel is die globale normering weergegeven.  De kleuren in de tabel hierboven refereren aan de kleuren van de risicoclassificatie in de tabel hieronder.

De samenhang tussen solvabiliteit en de schuldquote ligt in het feit dat een hogere schuldquote de solvabiliteit kan beïnvloeden. Als een organisatie een groot deel van haar activa financiert met vreemd vermogen (hoge schuldquote), kan dit de financiële stabiliteit onder druk zetten, vooral als de rentelasten hoog zijn of als de organisatie  moeite heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen. Een lage schuldquote kan daarentegen wijzen op een sterke solvabiliteit, omdat de organisatie minder afhankelijk is van externe financiering en dus minder risico loopt bij economische tegenslagen.

De schuldquotes vallen binnen de categorie minst risicovol en de solvabiliteitsratio kenmerken we als neutraal. Daarnaast zijn de verwachtingen van de opbrengsten uit de grondexploitaties nog steeds positief en zijn de mogelijke verliezen voorzien. We verwachten daarom uit de grondexploitaties resultaten die bijdragen en verdere verbetering van de schuldratio en het solvabiliteitsratio.
De structurele exploitatieruimte is voor 2024  positief. 

Gezien deze uitkomsten is de algemene conclusie dat de financiële positie van de gemeente te kwalificeren is als voldoende tot  goed.

Leeswijzer kleuraanduiding kengetallen Laag risico Gemiddeld Hoog risico
(groen) risico (oranje) (rood)
Netto schuldquote < 90% 90% - 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% 20% - 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% 20% - 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Belastingcapaciteit < 95% 95% - 105% > 105%

Paragraaf Financiering

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Algemeen

In deze paragraaf wordt het financieringsbeleid voor 2024 en verder toegelicht. Het doel van deze paragraaf is het verstrekken van informatie over en het inzichtelijk maken van het treasurybeleid, het beheersen van de financiële risico`s en het zorgen voor zo voordelig mogelijke renteresultaten. Het beleid voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut en maakt onderdeel uit van de “financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet”.

De financieringsparagraaf gaat achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen:

  1. Ontwikkelingen
  2. Kaderstelling
  3. Rentevisie
  4. Rentesystematiek
  5. Financieringspositie
  6. Leningenportefeuille
  7. Kasgeldlimiet
  8. Renterisiconorm

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Ontwikkelingen

De gemeente Cranendonck maakt op basis van de informatie uit de organisatie een integrale meerjarige liquiditeitsplanning.  Hierdoor is het inzicht in geldstromen verbeterd. Op grond van dat verbeterd inzicht kunnen potentiële financiële risico’s beperkt c.q. ondervangen worden en hebben we een beter inzicht in de financieringsbehoefte. Bij het aangaan van transacties op de geld- en kapitaalmarkt houden wij rekening met deze meerjarige liquiditeitsplanning en de kapitaalmarktrente.

De netto-rentelasten die de gemeente verschuldigd is voor de aangetrokken geldleningen worden via het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's. In de begroting 2024 is gerekend met een rente omslagpercentage van 1,9%.  Doordat het investeringstempo achterblijft bij de verwachting en door de lagere uitgaven in de exploitatie zijn in 2024 de werkelijke rentebaten zijn hoger en de rentelasten lager. Hierdoor was het nodig om het werkelijke omslagpercentage her te berekenen. Het werkelijke omslagpercentage voor 2024 is 1,5%. 

Kaderstelling

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kaderstelling

De uitvoering van de financieringsfunctie vindt plaats binnen de kaders zoals die zijn vastgelegd in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (HOF) het besluit Begroting en Verantwoording (BBV), de regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), en in de financiële verordening en het treasurystatuut van de gemeente Cranendonck. In de vastgelegde kaders staan transparantie en risicobeheersing centraal.

Rentevisie

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentevisie

Een visie omtrent de renteontwikkeling van de korte- en de lange termijn rente is een voorwaarde om de treasuryfunctie adequaat uit te oefenen. Door de huidige economische en politieke ontwikkelingen is het maken van een goede visie op de renteontwikkeling niet eenvoudig.  Voor een rentevisie vertrouwt de gemeente op de publicaties en verwachtingen van de Europese Centrale Bank (ECB).

Als gesproken wordt over de rente van de ECB gaat het meestal om de zogenaamde refirente. De refirente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer zij geld bij de ECB opnemen (de zogenaamde herfinancieringsrente). In 2024 is de refrirente gedaald van 4,5% naar 3,65%. In maart 2025 is deze deze rente verder gedaald  naar 2,65%. Doordat de inflatie in de eurozone onder controle was ontstond er ruimte om de rente in 2024 te verlagen.  

Rentesystematiek

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentesystematiek

Als regel past de gemeente totaalfinanciering toe en als uitzondering financiert de gemeente op projectbasis. Van projectfinanciering is sprake als een lening specifiek is aangetrokken voor een project of (door)verstrekking (o.a. voor het project zonnepanelen). Van totaalfinanciering wordt gesproken als er geen verband is tussen de financieringsmiddelen en de activa die daarmee zijn verkregen.

Alle rentebaten en -lasten met betrekking tot de financiering worden vastgelegd binnen het taakveld treasury waarna het saldo wordt toegerekend aan de aanwezige vaste activa via de omslagrente. Vervolgens worden de kapitaallasten (rente + afschrijving), zoals die zijn berekend in de staat van activa toebedeeld aan de producten/taakvelden.

Deze werkwijze wordt in onderstaand schema weergegeven.

Verzameling rentelasten en -baten (bedragen x € 1.000) 2024 2023 2022
a. Externe rentelasten over korte en lange financiering 600 418 354
b. Externe rentebaten (-/-) -233 -91 17
Totaal door te rekenen externe rente 367 327 337
c1. Rente die aan grondexploitatie wordt toegerekend (-/-) -8 -2 -9
c2. Rente van projectfinanciering (-/-) 9 10 11
c2. Rentebaat van doorverstrekte leningen (projectfinanciering) 9 10 11
Totaal door te rekenen externe rente 375 329 346
d. (1) Rente over eigen vermogen* 495 322 287
(2) Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) -
De aan taakvelden toe te rekenen rente 871 651 633
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 885 603 599
f. Renteresultaat op het taakveld treasury -14 48 34

Financieringspositie

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financieringspositie

Bij de aanvang van het begrotingsjaar 2024 werd een theoretisch financieringstekort van afgerond € 22,8 miljoen verwacht. In werkelijkheid was echter sprake van een financieringsoverschot van afgerond € 1,2 miljoen. Een verschil van ruim € 24 miljoen. Grote veroorzakers hiervan zijn het positief rekeningresultaat 2023 en vertraging in de uitvoering van investeringen. Het beeld van de financieringspositie ziet er als volgt uit:

Financiering meerjarig (x € 1.000) 1-1-2024 1-1-2025
Vaste activa 60.486 64.980
Voorraad grond grexen -997 -5.048
Reserves en voorzieningen -32.122 -32.710
Langlopende schulden -33.127 -30.669
Financieringstekort / -overschot (-) -5.760 -3.446

Vorenstaand overzicht vormt de basis voor de op te stellen liquiditeiten- en kapitaalsbehoefte voor de komende perioden. Alle onderdelen worden beoordeeld op basis van bovenstaand overzicht voor de bepaling van de behoefte aan middelen.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Leningenportefeuille

Op basis van een meerjarige liquiditeitsprognose hebben we eind 2024 een langlopende geldlening van €  5 miljoen afgesloten ter herfinanciering van een aflopende fix-lening tegen een rentepercentage van 2,96%. In de begroting 2024 hielden we rekening met de rentekosten van een langlopende lening van € 12 miljoen (per juli 2024) tegen een rentepercentage van 3,75%.

De leningenportefeuille kan voor 2024 als volgt worden weergegeven:

Leningenportefeuille (x € 1.000,--)
Stand per 1-1-2024 33.127
Nieuwe leningen 5.000
Aflossingen -7.458
Stand per 31-12-2024 30.669

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

Het doel van de kasgeldlimiet is conform de Wet Fido het beperken van de renterisico’s rond de kortlopende schulden. Dit betekent dat de kortlopende schulden maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mogen bedragen zodat het risico van het op enig moment om moeten zetten naar langlopende financiering is beperkt. Voor 2024 is het beeld van de kasgeldlimiet als volgt:

Q1 Bedrag x € 1.000 Q2 Bedrag x € 1.000 Q3 Bedrag x € 1.000 Q4 Bedrag x € 1.000
(1) Vlottende (korte) schuld jan - apr - juli okt
feb - mei - aug nov
mrt - jun - sep dec
(2) Vlottende middelen jan 7.727 apr 3.102 juli 5.964 okt 8.403
feb 6.231 mei 4.650 aug 6.292 nov 7.631
mrt 4.659 jun 4.933 sep 6.730 dec 8.424
(3) Vlottende schuld - Vlottende middelen (1-2) jan -7.727 apr -3.102 juli -5.964 okt -8.403
feb -6.231 mei -4.650 aug -6.292 nov -7.631
mrt -4.659 jun -4.933 sep -6.730 dec -8.424
(4) Gemiddeld vlottende schuld - Gemiddeld
vlottende middelen (gemiddelde van nr. 3) -6.206 -4.228 -6.329 -8.153
(5) Kasgeldlimiet 5.769 5.769 5.769 5.769
(6a) Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4) 11.975 9.997 12.098 13.922
(6b) Overschrijding kasgeldlimiet (4-5) - - - -
Berekening kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet moet worden berekend bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van het percentage (post 8)
(7) Begrotingstotaal 67.872
(8) Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5 %
(9) Kasgeldlimiet: (7 x 8) 5.769

Indien de kasgeldlimiet meer dan 2 kwartalen achtereen wordt overschreden, dient de gemeente maatregelen te nemen. Het beleid van de gemeente is erop gericht om binnen de norm te blijven. Zoals uit de bovenstaande tabel blijkt is dat ook meer dan voldoende gelukt.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is conform de Wet Fido het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hiermee wordt voorkomen dat op eenzelfde moment herfinanciering van leningen plaats dient te vinden tegen een op dat moment ongunstige rente waardoor de rentelasten snel zouden oplopen.

Renterisiconorm (x € 1.000,--) 2024
1. Renteherzieningen 0
2. Aflossingen 7.458
3. Renterisico (1 + 2) 7.458
4a. Begrotingstotaal (lasten) 67.872
4b. Percentage regeling 20%
4. Renterisiconorm (4a x 4b) 13.574
5. Ruimte (+) / overschrijding (-/-) 6.116

Dit betekent dat de gemeente voldoet aan de renterisiconorm.

Paragraaf Lokale heffingen

Wettelijk kader

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Wettelijk kader

Op grond van het besluit “Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)” dient in de paragraaf “Lokale heffingen” in ieder geval de volgende onderdelen te worden vermeld:

Onderdeel Op grond van:
De geraamde inkomsten art. 10, letter a BBV
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen art. 10, letter b BBV
Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, inclusief onderbouwing berekening maximaal kostendekkende tarieven art. 10, letter c BBV
Een aanduiding van de lokale lastendruk art. 10, letter d BBV
Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid art. 10, letter e BBV

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Wat willen we bereiken?

De lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken waarbij de lastendruk voor de inwoners in een goede verhouding staat tot het niveau van de voorzieningen. Bovendien vindt door middel van de lokale heffingen sturing plaats op bepaalde doelstellingen, zoals het scheiden van afval en bewuster omgaan met water.

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemeen

De gemeente is autonoom in het bepalen van de hoogte van de gemeentelijke heffingen. Het bedrag van een gemeentelijke heffing mag niet afhankelijk worden gesteld van inkomen, winst of vermogen. Dit wil zeggen dat het voor gemeenten niet is toegestaan om door middel van belastingverordeningen inkomenspolitiek te voeren.

In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. In de gemeente Cranendonck zijn de volgende verordeningen van toepassing:

Verordening op de heffing en invordering van:

  • Afvalstoffenheffing
  • Leges
  • Lijkbezorgingrechten
  • Marktgelden
  • Onroerende Zaakbelastingen
  • Reclamebelasting
  • Rechten en precariobelastingen
  • Rechten voor het innemen van standplaatsen
  • Rioolheffing
  • Toeristenbelasting

Bovenstaande verordeningen zijn te raadplegen op de website van de gemeente www.cranendonck.nl onder het tabblad wonen en leven bij het onderdeel “belastingen”. De gemeente Cranendonck heft geen hondenbelasting, forensenbelasting en parkeerbelasting. Bij de redactie van de belastingverordeningen gelden zoveel als mogelijk de modelverordeningen van de VNG als leidraad.

In deze paragraaf zijn de bestaande beleidsuitgangspunten en –voornemens betreffende belastingen opgenomen, toegelicht en vervolgens op hun uitkomsten geanalyseerd. Hierbij zijn voor de woonlasten en de toeristenbelasting de tarieven vermeld. Voor de hoogte van de belastingen, rechten en tarieven gelden de volgende uitgangspunten:

  • Binnen de wettelijke kaders de leges berekenen met toepassing van het profijtbeginsel en streven naar zo veel als mogelijk kostendekkende tarieven. Het profijtbeginsel houdt in dat hoe meer iemand profijt heeft van de door de overheid geleverde prestaties, hoe meer belasting/rechten daarvoor betaald dient te worden.
  • Daar waar mogelijk binnen de wettelijke kaders specificeren van de producten en diensten in de legesverordening.

Vergelijking tarieven 2024 met gemeenten van A2-samenwerking volgens Coelo:

Coelo 2024 Cranendonck Valkenswaard Heeze-Leende
1-persoonshuishouden 902 917 996
Meerpersoonshuishouden *967 1.012 1.144
Rangnummer eigenaar meerpersoonshuishouden 152 201 293
Rangnummer huurder meerpersoonshuishouden 237 59 321
OZB:      
Tarief woningen 0,1028 0,1027 0,0930
Tarief niet-woningen eigenaar 0,2879 0,2542 0,1935
Tarief niet-woningen gebruiker 0,2285 0,1993 0,1714
Afvalstoffenheffing:      
Tarief 1-persoonshuishouden*** 238 235 209
Tarief meerpersoonshuishouden*** 302 330 279
Rioolheffing:      
Tarief 1 persoons huishouden*** 229 215 296
Tarief meerpersoonshuishouden*** 229 215 375

* De verdeling van de lastendruk is als volgt: afvalstoffenheffing € 302, OZB € 436 en rioolheffing € 229

**Voor het rangnummer geldt dat nummer 1 de laagste woonlasten heeft. Coelo gaat uit van 355 gemeenten.

*** In Cranendonck is het vastrecht voor 1-persoons of meerpersoonshuishoudens gelijk. Het Coelo gaat bij afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens uit van een ander aantal containerledigingen.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ontwikkelingen

Lokaal belastinggebied

Al vele jaren bepleit de VNG, maar ook andere instellingen zoals Raad voor de financiële verhoudingen en de Raad van State, voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. De VNG pleit voor een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Deze uitbreiding houdt in dat gemeenten meer inkomsten uit de eigen belastingheffing krijgen en tegelijkertijd minder uitkeringen van het Rijk ontvangen. Het gevolg hiervan zal zijn dat er meer verschillen tussen gemeenten ontstaan doordat de verschillende gemeenteraden lokaal andere afwegingen maken tussen inkomsten en uitgaven.

Per saldo hoeft een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied niet tot stijging van de belastingdruk te leiden. Door de vermindering van de uitkeringen van het Rijk aan gemeenten heeft het Rijk minder uitgaven en kunnen de rijksbelastingen omlaag. De uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied zal wel leiden tot verschuiving van belastingdruk tussen individuele burgers en bedrijven. Gemeenten heffen de belastingen immers naar andere maatstaven dan het Rijk doet en de tarieven zullen per gemeente verschillen.

In het  Regeerakkoord houdt het het nieuwe kabinet vast aan de bestaande financieringssystematiek. Een uitbreiding van het lokaal belastinggebied komt er in ieder geval niet. Het kabinet wil de belastingautonomie van gemeenten eerder beperken door een plafond vast te stellen voor tariefsverhogingen voor de onroerende zaak belastingen (ozb).

Handreiking kostenonderbouwing VNG

Voorgeschreven is om de mate van kostendekking van de lokale heffingen toe te lichten. Hiervoor heeft de VNG een handreiking opgesteld. In deze handreiking wordt o.a. ingegaan hoe om te gaan met:

  • De directe lasten;
  • De indirecte lasten;
  • Baten en kruissubsidiëring;
  • Beleidsuitgangspunten en toelichting.

Deze aspecten richten zich voornamelijk op de bestemmingsheffingen (afval, riool, leges). Bij deze heffingen wordt hierop ingegaan.

Aansluiting landelijke voorziening WOZ

Vanaf 1 oktober 2016 dienen gemeenten/samenwerkingsverbanden de WOZ-waarden van woningen openbaar te maken. Dit openbaar maken geschiedt landelijk door een WOZ-viewer (LV WOZ), waarmee de WOZ-waarden van woningen bekeken kunnen worden. Van gemeenten die op dat moment nog niet zijn aangesloten op de LV WOZ zijn de WOZ-waarden niet zichtbaar. De gemeente Cranendonck is sinds december 2016 aangesloten op de LV WOZ.

Ontwikkeling lastendruk gemeente Cranendonck 2022-2024 meerpersoonshuishouden

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ontwikkeling lastendruk gemeente Cranendonck 2022-2024 meerpersoonshuishouden

De berekening van de lastendruk is gebaseerd op de gemiddelde lastendruk per meerpersoonshuishouden.

  2022 2023  2024
OZB 355 341 354
Afvalstoffenheffing 274 260 243
Rioolheffing 206 210 229
Totaal 835 811 826

LET OP: bovenstaande aantallen wijken af van de gehanteerde aantallen door Coelo. De afwijking van de lastendruk zoals berekend door Coelo wordt veroorzaakt door de afvalstoffenheffing.

Belastingopbrengsten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Belastingopbrengsten

In onderstaande tabel zijn de begrote en werkelijke opbrengsten van het jaar 2024 opgenomen. Ter vergelijking zijn de werkelijke opbrengsten 2023 vermeld.

De onderstaande vermelde bedragen vermenigvuldigen met € 1.000

  Jaarrekening 2023 Begroting 2024  Jaarrekening 2024
Onroerendezaakbelastingen 5.712 5.942 6.038
Afvalstoffenheffing 2.518 2.330 2.453
Rioolheffing (vGRP) 2.181 2.350 2.463
Toeristenbelasting 237 257 243
Begraafplaatsrechten (v/h Lijkbezorgingrechten) 35 55 69
Leges omgevingsvergunningen 683 641 693
Marktgelden 13 20 11
Precariobelasting/leges bijz.wetten 23 23 30
Leges verkeer 109 70 152
Leges bestemmingsplannen 339 81 40
Leges secretarie 255 204 228
Reclamebelasting 0 33 26
Totaal 12.105 12.006 12.446

Uit bovenstaande tabel blijkt, dat de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing voor het overgrote deel van de belastingopbrengsten zorgen. Deze heffingen en belastingen bepalen dan ook de lokale belastingdruk.

Toelichting per belastingsoort

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Toelichting per belastingsoort

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” worden van onroerende zaken die binnen de gemeentegrenzen liggen de volgende belastingen geheven:

  • Een gebruikersbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken gebruiken. Dit geldt alleen voor niet-woningen.
  • Een eigenarenbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar eigenaar zijn van onroerende zaken. Dit geldt voor woningen en niet-woningen.

Het tarief van de onroerendezaakbelastingen wordt weergegeven als een percentage van de waarde van een onroerende zaak. Daalt de gemiddelde waarde van de objecten, dan stijgen de tarieven OZB meer. Stijgt echter de waarde, dan dalen de tarieven. Door het hanteren van deze systematiek betaalt de belastingplichtige van een gemiddeld gewaardeerd object het voor dat jaar van toepassing zijnde indexatiepercentage meer dan in het voorgaande jaar.

De heffingsgrondslag voor 2024 is de waarde van de onroerende zaak naar peildatum 1 januari 2023. Hierbij is rekening gehouden met de waardeontwikkelingen tussen de vorige waarde-peildatum 1 januari 2022 en de geldende waarde-peildatum 1 januari 2023.

Ontwikkeling tarieven OZB-gemeente Cranendonck:

Tarieven 2022 2023 2024
Woningen      
Eigenaren 0,1165 % 0,1019 % 0,1028%
Niet-woningen      
Eigenaren 0,2842 % 0,2799 % 0,2879%
Gebruikers 0,2255 % 0,2221 % 0,2285%

De opbrengsten voor 2024 zijn gebaseerd op het totaal van de opgelegde kohieren inclusief de areaaluitbreiding in 2023 op basis van de vastgestelde tarieven. In incidentele gevallen is de opbrengst aangepast.

  Jaarrekening 2023 Begroting 2024 Jaarrekening 2024
Eigenaren woningen € 3.247.708 € 3.423.192 € 3.503.547
Eigenaren niet-woningen € 1.457.368 € 1.499.752 € 1.493.304
Gebruikers niet woningen € 1.007.165 € 1.019.920 € 1.041.458
Totaal € 5.712.241  € 5.942.864  € 6.038.309 

De ozb-opbrengst is circa € 95.000 hoger dan geraamd. Bij de berekening van de tarieven is uitgegaan van geschatte waardestijgingen en areaaluitbreiding. Achteraf is gebleken dat de waardestijgingen in 2024 hoger zijn geweest dan verwacht. Hierdoor is de opbrengst hoger dan begroot.  

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven van degenen die in de gemeente gebruik maken van een perceel waarvoor een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval geldt.
De afvalstoffenheffing in de gemeente Cranendonck bestaat uit een vast en een variabel gedeelte. Elk huishouden is het vaste gedeelte verschuldigd. Het variabele gedeelte bestaat uit het aantal ledigingen, waarbij de bestemming (container voor gft-afval of restafval) en de grootte van de container van invloed zijn op het tarief.

Uitgangspunt bij de bepaling van de tarieven is een kostendekkendheid van 100%. De opbrengsten mogen op begrotingsbasis niet hoger zijn dan de kosten. In 2024 realiseerden we een voordeel van € 881 op het product afval. Dit voordeel is toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing. Deze voorziening heeft naast het alloceren van gelden verkregen via heffingen van burgers tot doel om fluctuaties in de tariefstelling van de afvalstoffenheffing tot een minimum te beperken. Per saldo dalen de kosten van de afvalinzameling en –verwerking waardoor de tarieven in 2024 dalen. 

Ontwikkeling tarieven afvalstoffenheffing gemeente Cranendonck:

  2022 2023 2024
Vastrecht per jaar € 200,51 € 190,25 € 172,92
Ledigen container gft-afval      
140 liter * € 2,75 € 2,75 € 2,75
240 liter * € 3,75 € 3,75 € 3,75
Ledigen container restafval      
140 liter € 14,00 € 14,00 € 14,00
240 liter € 24,00 € 24,00 € 24,00

* 20 oktober tot en met 31 december gratis

Afvalstoffenheffing 2024 Raming 2024 Jaarrekening 2024
Kosten van afvalverwijdering en verwerking (inclusief btw)

€ 2.565.385

€ 2.770.484
Opbrengsten afvalstoffenheffing € 2.195.096 € 2.289.633
Overige opbrengsten € 366.871 € 478.289
Mutatie voorziening (resultaat afval) € 3.418 € 2.562

Per saldo blijft de geraamde mutatie in de voorziening nagenoeg gelijk.

De belangrijkste afwijkingen zijn:

Hogere inzamelkosten door:
- meer kosten afvalinzameling inzamelaar (+86 t.o.v. begroot in 2024, maar + 21 t.o.v. werkelijke kosten 2023, meerkosten o.a. door meer ledigingen GFT en restafval,  meer leveringen nieuwe containers en meer containerwisselingen, meer ingezamelde tonnages luierafval, meer grof restafval)
- meer kosten PMD-zakken (+7)
- kosten plaatsen kroonringen voor PMD-zakken, vooraf niet voorzien (+10)
- kosten aanschaf en plaatsing ondergrondse restafvalcontainer bij de Capucijner, betaald door aannemer appartementencomplex
- kosten inzameling lachgascilinders vooraf niet voorzien (+8)

Hogere inkomsten door:
•    hogere afvalstoffenheffing
- hogere eindafrekenening 2023 (+35) 
- meer ledigingen restafval en GFT
•    Hogere overige inkomsten
- meer inkomsten uit inzameling oud papier
- extra ontvangen vergoedingen voor zwerfafval vanuit Verpact . Deze waren bij opstellen begrotng 2024 nog niet zeker en daarom niet meegenomen in de begroting
- inkomsten uit de verwerking van EPS (piepschuim) die niet begroot waren
- betaling aanschaf en plaatsing ondergrondse restafvalcontainer bij de Capucijner door aannemer appartementencomplex
•    Hogere inkomsten milieustraat (33k)

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel, waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Met ingang van 2018 is er nieuw systeem van heffen van toepassing. Om meer tegemoet te komen aan het principe “de vervuiler betaalt” wordt vanaf 2018 de rioolheffing gebaseerd op het geloosde water op het riool op basis van de waterverbruik gegevens van Brabant Water. Dat deze wijze van heffen een verschuiving te zien geeft is evident. De rioolheffing voor bedrijven en niet-woningen zal afhankelijk van hun gebruik worden bepaald. De termijn waarbinnen het beoogde tarief voor particulieren op basis van het vastgestelde vGRP bereikt wordt, zal als gevolg van de nieuwe heffingssystematiek toenemen.

In het vGRP is weergegeven hoe de gemeente haar zorgplichten de komende planperiode vorm zal geven. De kosten die hiermee gepaard gaan zijn ook in het plan verwerkt. In november 2020 stelde uw raad het vGRP 2021-2025 vast. Hierin zijn de lasten en baten voor het product riolering onderbouwd voor de periode 2021-2025. De rioolheffing is gebaseerd op dit vGRP.

De heffingssystematiek leidt tot de hieronder vermelde tarieven: 

De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder a bedraagt per jaar:

a. Van 0 m3 tot en met 250 m3   € 228,60
b. Van 251 m3 tot en met 500 m3 Bedrag onder a. + € 141,00 € 369,60
c. Van 501 m3 tot en met 750 m3 Bedrag onder b. + € 141,00 € 510,60
d. Van 751 m3 tot en met 1.000 m3 Bedrag onder c. + € 141,00 € 651,60
e. Van 1.001 m3 tot en met 1.250 m3 Bedrag onder d. + € 141,00 € 792,60
f. Van 1.251 m3 tot en met 1.500 m3 Bedrag onder e. + € 141,00 € 933,60

Indien in een belastingtijdvak meer dan 1.500 m3 wordt verbruikt, is boven het ingevolge het onder f verschuldigde bedrag een recht verschuldigd van € 141,00 per jaar van het belastingtijdvak, voor elke hoeveelheid van 250 m3 of gedeelte daarvan waarmee de hoeveelheid van 1.500 m3 wordt overschreden.

De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder a en b bedraagt per jaar:

a. Tot 15.000 m3 is de opbouw van de belasting gelijk aan het vermelde onder artikel 3, lid 1 onder a;  
b. Boven de 15.000 m3 maar minder dan  30.000 m3 € 11.580,00
c. Boven de 30.000 m3 maar minder dan 100.000 m3 € 23.160,00
d. Boven de 100.001 m3 € 34.740,00

Ontwikkeling tarief rioolheffing:

Tarief per jaar 2022 2023 2024
Gebruiker € 205,80 € 210,80 € 228,60
Rioolheffing 2024 Raming 2024 Werkelijk 2024
Kosten van riolering (inclusief BTW) € 2.562.045 € 2.165.342
Opbrengsten € 2.350.000 € 2.431.171
Het exploitatieoverschot in 2024 bedraagt en komt ten gunste van de voorziening riolering - /- € 212.045  € 265.829

Ten opzichte van de begroting is de werkelijke mutatie in de voorziening circa 478.000 voordeliger.

De belangrijkste afwijkingen zijn:
•    Lagere kapitaallasten door achterblijven van investeringen in 2024 (267k)
•    lagere kosten vrijvervalriolering (restant wordt veroorzaakt doordat reinigingsprogramma opnieuw is opgezet einde 2024, de posten reiniging en inspectie, klein en incidenteel onderhoud en coördinatie uitvoering vallen daardoor lager uit) . (144k)
•    Veegkosten en asfaltherstel (doorbelasting) is lager uitgevallen. (55k)
•    Onderzoek planvorming en contracten is lager uitgevallen omdat opdracht voor het WRP einde 2024 is verstrekt, de kosten komen in 2025) (62k)
•    Hogere rioolrechten (81k).

Toeristenbelasting

Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.

In 2019 is door een extern bureau onderzoek gedaan naar de heffing en innig van de toeristenbelasting. Op basis van dit onderzoek is het aantal overnachtingen verhoogd van 100.000 naar 150.000 en is het tarief van de toeristenbelasting in overeenstemming gebracht met de gemeenten in de regio. Het tarief is verhoogd van € 1,10 naar € 1,50. 

Ontwikkeling tarief toeristenbelasting

Tarief per overnachting 2022 2023 2024
Bedrag € 1,50 € 1,55 € 1,60
Tarief per seizoen/jaar 2022 2023  2024
Bedrag € 315,00 € 324,45 € 337,10

In afwijking van het tarief per overnachting bedraagt met ingang van 2020 het tarief 325 euro voor het verblijf in verhuurde kampeermiddelen op een vaste standplaats of woningen op een recreatieterrein, die voor een seizoen of jaar worden verhuurd.

De  opbrengst van de toeristenbelasting bedraagt voor:

Werkelijk 2022 Werkelijk 2022 Raming 2024 Werkelijk 2024
€ 251.694 € 235.306 € 257.366 € 243.490

Begraafrechten (v/h Lijkbezorgingrechten)

De naam “lijkbezorgingrechten” is gewijzigd in begraafrechten. Hierbij worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven voor 2024 zijn gebaseerd op de tarieven 2023 aangepast met de inflatiecorrectie. Hierbij is rekening gehouden met een afronding van de tarieven op 5 eurocent.

In de laatste jaren neemt het percentage begraven ten opzichte van cremeren af. Hierdoor nemen de inkomsten verder af. De geraamde opbrengst voor begraafrechten zijn vanaf 2021 met € 30.000 naar beneden bijgesteld. In deze begroting hebben wij de kosten van de begraafplaatsen aangepast aan de realiteit. In de afgelopen periode is nagegaan in hoeverre een verlaging van de kosten van de begraafplaats mogelijk zou zijn. Dit bleek niet mogelijk.

Werkelijk 2022 Werkelijk 2023 Raming 2024 Werkelijk 2024
€ 42.043 € 34.852 € 54.899 € 69.495

Leges

Onder naam “leges” wordt een aantal verschillende rechten geheven voor verstrekte diensten. De tarieventabel kent dan ook een diversiteit aan tarieven.

De tarieven voor 2024 zijn voor het merendeel gebaseerd op de tarieven 2023 aangepast met de inflatiecorrectie . Hierbij houden we rekening met een afronding van de tarieven op 5 eurocent.  Door de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2024 zijn de leges van de omgevingswet voor de begroting 2024 herberekend. Op dit onderdeel vonden er belangrijke wijzigingen in de leges plaats. 


Bij het opstellen van de begroting 2024-2027 hebben we bij de legestarieven rekening gehouden met de kaders van uw raad. Geconcludeerd is dat het bereiken van 100% (vanaf 2020) kostendekkendheid van tarieven complex is. Dit is complex omdat we rekening moeten houden met regionale afspraken, kaders van de raad, maatschappelijke doelstellingen en wettelijk vastgestelde tarieven. Het kostendekkingspercentage voor 2024 komt uit op
72,69%. 

Marktgelden

Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op markten, daaronder begrepen de diensten welke in verband met een en ander, door of vanwege de gemeente worden verleend. De tarieven voor 2024 zijn gebaseerd op de tarieven 2023 aangepast met de inflatiecorrectie van 3%. Hierbij is rekening gehouden met een afronding van tarieven op 5 eurocent.

Naast het marktgeld wordt bij iedere marktkoopman die standplaats inneemt op de markt tevens servicekosten in rekening gebracht op basis van het solidariteitsprincipe. Onder deze servicekosten vallen de kosten voor de stroomvoorziening en de bijdrage in de kosten voor het organiseren van centrumactiviteiten.

Opbrengst marktgelden inclusief bijdrage in servicekosten:

Werkelijk 2022 Werkelijk 2023 Raming 2024 Werkelijk 2024
€ 14.727 € 13.314 € 20.170 € 10.799

Reclamebelasting

Sinds 1 januari 2014 wordt in het centrum van Budel onder de naam reclamebelasting een belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. De opbrengst van de heffing, na aftrek van de heffingskosten, komt ten goede aan de ondernemersvereniging Budel-Centrum ten behoeve van het algemene ondernemersklimaat van het centrum van Budel.

Opbrengst reclamebelasting:

Werkelijk 2022 Werkelijk 2023 Raming 2024 Werkelijk 2024
€ 25.620 € 0 € 32.577 € 26.335

Kwijtscheldingsbeleid

De minima komen in aanmerking voor bijzondere bijstand, woonkostentoeslag, zorgtoeslag, huurtoeslag, minimaregelingen enzovoorts. Kwijtschelding van gemeentelijke heffingen komen daar nog bovenop. Door uw raad is op 29 januari 2019 de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen vastgesteld.

In onderstaande tabel staat weergegeven het werkelijk beroep dat op de regeling is gedaan in de periode 2022- 2024

Werkelijk 2022 Werkelijk 2023 Raming 2024 Werkelijk 2024
€ 32.556 € 43.938 € 35.160 € 52.610

Paragraaf Verbonden partijen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Algemeen

De gemeente Cranendonck heeft bestuurlijke en financiële belangen in verschillende verbonden partijen, te verdelen in gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en samenwerkingsverbanden.

Als een gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft in een andere organisatie, spreken we van een verbonden partij. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente een zetel heeft in het bestuur of dat de gemeente stemrecht heeft. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van een faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de partij verhaald kunnen worden op de gemeente.

Gemeenschappelijke regelingen/stichtingen

  • GRSA2 samenwerking
  • GGD Brabant-Zuidoost
  • Keyport 2020
  • Metropoolregio Eindhoven
  • Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
  • Regionaal samenwerkingsverband openbaar basisonderwijs De Kempen
  • Veiligheidsregio Brabant Zuidoost
  • Werkvoorzieningsschap de Risse Groep

Deelnemingen

  • Bank Nederlandse Gemeenten
  • NV Brabant Water

Samenwerkingsverbanden

  • Stichting Bureau Inkoop en aanbesteding Zuidoost Brabant (BIZOB)
  • Taskforce - RIEC Brabant Zeeland
  • Zorg- en Veiligheidshuis

Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de totale bijdrage 2024 aan de verbonden partijen is ruim € 12,1 miljoen en valt daarmee iets lager uit dan was geraamd.

2024 2024
begroot werkelijk
GRSa2 6.851.000 6.993.000
GGD 759.000 810.000
Keyport 2020 64.000 54.000
MRE 305.000 293.000
ODZOB 614.000 614.000
VRBZO 1.330.000 1.330.000
De Risse (WSW) 2.204.000 2.177.000
De Risse (extra) 150.000 159.000
Totaal 12.277.000 12.430.000

Gemeenschappelijke regelingen/stichtingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen/stichtingen

A2 samenwerking

Vestigingsplaats Heeze-Leende
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Zitting in dagelijks bestuur Ja, college van B&W
Belang op basis van stemverhouding 33,3%
Relatie met programma Programma 5: bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doel Doelstelling van de samenwerking is het verbeteren van de kwaliteit, het verminderen van de kwetsbaarheid, het borgen van de continuïteit en verminderen van de kosten.
Bestuurlijke ontwikkelingen

De volgende ontwikkelingen binnen de GRSA2 spelen in 2023 om de gemeenten kwalitatief te kunnen ondersteunen bij hun dienstverlening, te weten:

  • Invoering Wet Open Overheid
  • Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
  • Invoering rechtmatigheidsverklaring door het college van B&W

Verder is rekening gehouden met 2 wettelijke ontwikkelingen in de begroting.

  • Samenhangende Objectregistratie geo-informatie samenvoegen
  • E-depot informatie duurzaam beheren en overdragen
Risico Zoals in de gemeenschappelijke regeling is aangegeven ligt het financiële risico bij de deelnemende gemeenten. Uit bovenstaande blijkt dat de gemeenten tezamen € 956.500,- als buffer in hun jaarrekening dienen aan te houden.                    
Bij toepassing van het aantal inwoners als verdeelsleutel betekent dit voor gemeente Cranendonck een niet-gedekt financieel risico van € 296.515                    
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 1-1-2024 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 1-1-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2024
   -776  348  -427  5.365  7.778
Bijdrage gemeente 2023 2024
Regulier 6.914 6.993
Totaal bijdrage (inclusief specials) 7.205 7.430

 

GGD

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk H. Driessen
Zitting in dagelijks bestuur Ja, portefeuille financiën
Belang op basis van bijdrage 2,5%
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein
Doel

De GGD Brabant Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband met de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ).

Kerntaken:

  • Infectieziektebestrijding (incl. TBC-bestrijding, SOA-bestrijding, reizigerszorg en hygiënezorg)
  • Medische milieukunde
  • Bijzondere zorg
  • Forensische geneeskunde
  • Toezichthoudende taken (o.a. kinderopvang)
  • Jeugdgezondheidszorg 0 - 18 jaar
  • Onderzoek, monitoring en beleidsadvisering
  • Gezondheidsbevordering 
  • Ambulancezorg.
Bestuurlijke ontwikkelingen

De ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft gekregen in 2024 zijn:

  • Covid-19 vaccinatie campagne
  • Ondersteuning van de gemeenten bij de regionale en lokale planvorming in het kader van GALA en IZA 
  • Vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg (Generatie Gezond) 
  • Uitvoeren van het regionaal spreidingsplan voor de ambulanceposten, realisatie van de nieuwe post in Helmond
  • Implementatie van intelligente software voor planning en spreiding van ambulances 
  • Verbetering van de informatieveiligheid en de informatiehuishouding 
  • Behalen van ISO 9001 en NEN 7510 kwaliteitscertificaten
  • Start van het programma STORM
  • Versterken infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid 
Risico

Om risico's te beheersen wordt door de GGD BZO actief risicomanagement ontwikkeld. Elk trimester staat het management in de Marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden om deze risico's te beperken.

Als belangrijkste risico’s worden gezien:

  •  Stijging van kosten: 

    Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken.

    Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt.

    Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden.

    Toenemende arbeidsmarktkrapte
    • Onvoldoende Budget: Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten.

  • Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering

    Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt.

Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting.

Extra kosten door organisatieverandering

Het risico dat, wanneer de aanwijzing voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt.

Extra kosten door verandering taakuitvoering

Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan.

Extra kosten door afname van markttaken

Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden.

Beveiliging en (onder-)verzekering

Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen.

Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen.

Verbonden Partijen

Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn.

Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden.

Weerstandsvermogen

De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal van risico’s met een substantiële impact die gedekt moeten kunnen worden met de beschikbare weerstandscapaciteit. De kwantificering van de risico’s op basis van een kans- en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risico-inventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2025  (zie ook paragraaf 3.1.2) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.700.000 voor het programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.200.000 voor Ambulancezorg.

Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2024 (exclusief crises-financieringen) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 2.000.000 en maximaal € 2.400.000 en voor AZ van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000. 

  De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten. Na vaststelling van de resultaatbestemming uit de jaarrekening 2023, maar exclusief de resultaatbestemming over het jaar 2024, bedraagt de Algemene Reserve PG ca. € 2.300.000 en voor AZ ca. € 1.750.000.

Mochten er zich de komende jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal.

Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 1-1-2024 Eigen vermogen per 31-12-2024

Vreemd vermogen per 1-1-2024

Vreemd vermogen per 31-12-2024

    1.464  6.957  7.746 35.036 29.650
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier  760 810

 

Stichting Keyport

Vestigingsplaats Weert
Rechtsvorm Stichting
Bestuurlijk verantwoordelijk J. Drieman
Zitting in dagelijks bestuur J. Drieman heeft zitting in het algemeen bestuur.
Belang op basis van stemverhouding Het bestuur van de Stichting Keyport bestaat uit:
Bestuurders A namens de helix partner overheid (één per gemeente)
Bestuurders B namens de helix partner bedrijfsleven (maximaal vier bestuurders)
Bestuurders C namens de helix partner onderwijs- en kennisinstellingen (maximaal vier bestuurders)            
De stemverhouding tussen de bestuurders A, B of C moet te allen tijde in gelijke verhouding zijn en onafhankelijk van het aantal bestuurders namens het bedrijfsleven, het onderwijs of de overheid.
Relatie met programma Programma 2: Economie + Ondernemen
Doel Stichting Keyport is de samenwerking tussen de gemeenten Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Weert en Cranendonck, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen.    
De stichting wil een substantiële bijdrage leveren aan het versterken van de sociaal- economische structuur en het creëren van een stimulerend vestigingsklimaat van de
regio Keyport zoals nader is uitgewerkt in het Routeplan Keyport 2025-2028.
Bestuurlijke ontwikkelingen

De gemeente is in 2015 toegetreden tot Keyport, waarmee de connectie met de grensprovincie en de daarin gelegen gemeenten versterkt wordt.    

Keyport heeft in 2024 een nieuw routeplan vastgesteld voor de jaren 2025-2028. Met twee informatieavonden voor de raad presenteerde Keyport zijn ambities, inzet en aansluitingen met de beleidswensen van de gemeente.

Naast de bijdrage voor deelname aan Keyport is het van belang om werkbudget te hebben
om activiteiten bij ondernemers onder de aandacht te brengen, dit werkbudget is het 
onderdeel van de budgetten economie.            

Risico De budgetvraag van Keyport past vooralsnog in de budgetten van economie. Als dat in de toekomst verandert kan dit impact hebben op de realisatie van de ambitie zoals verwoord in het Routeplan 2025-2028.   
Financiële informatie (x €1.000,-) 
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigenvermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
   8 30  8 1.142 1.062
Bijdrage gemeente 2023 2024
Regulier 51 54

 

Metropoolregio Eindhoven

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk J. Drieman
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Belang op basis van stemverhouding De gemeente Cranendonck heeft 1 vertegenwoordiging in het AB met 2 stemmen (gelijk aan de andere twintig gemeenten m.u.v. Eindhoven, Helmond en Laarbeek).
Relatie met programma Programma 2: Economie + Ondernemen
Doel

De 21 gemeenten in de Regio Eindhoven zetten zich op bepaalde terreinen van economie, energietransitie, transitie landelijk gebied en mobiliteit gezamenlijk in voor hun inwoners. Doel is het handhaven en uitbouwen van ons uniek economisch profiel.

De gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

Brainport
In 2020 is ingestemd met het meerjarenplan 2021-2024: Brainport Next Generation, welke verder uitgewerkt is in de Brainport Agenda. De Brainport Agenda is de strategische meerjarenagenda van Stichting Brainport, waarin de Triple Helix-samenwerking van bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden bestuurlijk gestalte heeft gekregen. In de Brainport Nationale Actieagenda (BNA) wordt de langjarige samenwerking tussen Rijk en regio vormgegeven. De regiodeal fungeert als vliegwiel voor de Brainport Nationale Actieagenda en geeft een belangrijke financiële impuls. Deze agenda gaat in op gesignaleerde knelpunten zoals kennis/innovatie & ondernemen, talent en leef- en vestigingsklimaat, maar ook op de kansen die er liggen om vanuit de regio bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.

Bestuurlijke ontwikkelingen
  • Vanaf 2023 wordt gewerkt op basis van het nieuwe samenwerkingsakkoord 2023-2026.
  • Er wordt de komende periode invulling gegeven aan een grote uitdaging: invulling geven aan de duurzame schaalsprong Brainport in balans met een gezonde leefomgeving. Dit om de sterke economische groei van ASML en de hele regio optimaal te faciliteren. Er moeten voldaan worden  aan de vraag naar woningen, voorzieningen, energie, mobiliteit, en tegelijkertijd moet
    invulling worden gegeven aan de stikstof- en klimaatproblematiek, natuur en transformatie van landbouw.
  • De afspraken met het rijk onder de noemer Beethoven worden mede in de MRE structuren uitgevoerd. 
Risico Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken.    
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
   318 13.903 20.597 21.121 21.827
Bijdrage gemeente 2023 2024
Regulier 292 293

 

Omgevingsdienst Zuidoost Brabant

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk K. Boonen
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Belang op basis van stemverhouding Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Cranendonck heeft dus 1/22 van de stemmen. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen van  de  aanwezige leden.                                
Besluiten betreffende vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen en jaarrekening
worden genomen met een meerderheid van stemmen, met dien verstande dat de     meerderheid van stemmen eveneens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigt welke de uitvoeringsdienst in het voorafgaande jaar heeft gegenereerd op basis van de
basistaken en verzoektaken.                                
Relatie met programma Programma 1: Wonen en leven                    
Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen    
Doel De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) voert namens de provincie Brabant en de
gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezichthouden en handhaving.    
Bestuurlijke ontwikkelingen

De ODZOB voert volgens afspraak met de deelnemers taken uit volgens twee programmadelen. Enerzijds het programma lokale dienstverlening, zoals de basis- en verzoektaken. Anderzijds het programma regionale samenwerking. Dit betreft gemeentegrens-overstijgende ontwikkelingen, bundeling van expertise en schaalvoordelen.

In maart 2023 is de meerjarenvisie vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Deze visie is het
uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB voor de komende jaren.

Risico

De omgevingsdienst heeft in haar begroting (niet-limitatief) een aantal risico’s benoemd:

  • Bezuinigingen deelnemers die leiden tot een omzetverlaging
  • Ransomware
  • Niet volledige implementatie VTH-systeem
  • Kosten ontwikkeling ICT voorzieningen
  • Niet actuele beheer en investeringsplannen voor apparatuur / faciliteiten
  • Toename regeldruk vanuit de rijksoverheid
  • Personeelskosten te laag begroot
  • Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten
  • Niet kunnen beschikken over voldoende en gekwalificeerd personeel, zowel vast als inhuur
  • Kennisverlies als gevolg van uitstroom van medewerkers / inhuur via flexibele schil

Deze risico’s kunnen leiden tot een negatief resultaat. Volgens de GR kan een negatief resultaat ten laste komen van de reserves en/of ten laste van de deelnemers. 

Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
  532 2.481 4.183 7.806 4.907
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier 534 614
Totaal 871 990

* Cijfers op basis van gerealiseerde werkzaamheden

** Schatting op basis van voorgaande jaren en stijging uurtarief

 

Regionaal Bestuur Openbaar Onderwijs de Kempen

Vestigingsplaats Veldhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk M. Lemmen / J. Drieman
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein
Doel Samen met negen andere gemeenten (Bladel, Eersel, Heeze-Leende, Nederweert, Oirschot, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre) houdt de gemeente Cranendonck het openbaar basisonderwijs in stand via een gemeenschappelijke regeling. De schoolbestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn overgedragen aan de Stichting de Kempen, regionaal bestuur voor openbaar en algemeen basisonderwijs.
Bestuurlijke ontwikkelingen De gemeente heeft in principe geen enkele inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid en bevoegdheid ten opzichte van Stichting de Kempen. Ook niet waar het gaat om de begroting van het schoolbestuur. Alleen als het schoolbestuur failliet zou gaan, wordt de gemeente weer verantwoordelijk voor de binnen de gemeentegrenzen aanwezige openbare basisscholen.                    
De 10 aangesloten gemeenten vormen tezamen het Regionaal Samenwerkingsverband Openbaar Basisonderwijs De Kempen.            
Risico Er zijn op dit moment geen risico's benoemd.
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
           
bijdrage gemeente 2023 2024
Regulier € 0 € 0

 

Veiligheidsregio Brabant Zuidoost

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Belang op basis van stemverhouding

Bij het vaststellen van de jaarrekening, begroting en begrotingswijzigingen brengen de
leden die een gemeente vertegenwoordigen tot 20.000 inwoners één stem uit, de leden die een gemeente vertegenwoordigen met 20.000 of meer inwoners brengen twee stemmen uit, vermeerderd met een stem per volledig veelvoud van 15.000 inwoners, waarmee het aantal van 20.000 inwoners door die gemeente wordt overschreden. In dit geval heeft de gemeente Cranendonck twee stemmen.

Bij de overige besluitvorming door het algemeen bestuur vindt stemming plaat op basis van de gewone stemwaardering (één stem per gemeente).                

Relatie met programma Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doel

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een organisatie waarin de brandweer, de
geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en de regionale ambulancevoorziening (RAV) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden.

VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant.

Bestuurlijke ontwikkelingen

Visie 2025: De VRBZO stelt een nieuwe visie op die richting geeft aan de te bereiken resultaten en de inspanningen die daarvoor nodig zijn. Er zijn drie ontwikkelthema’s verwoord:

  • Samen voor veilig;
  • Weerbare samenleving;
  • Toekomstbestendige taakuitvoering.

Door de coronacrisis zijn deze thema’s en de daaraan gekoppelde speerpunten mogelijk nog aan verandering onderhevig. Ook de evaluatie op de Wet veiligheidsregio’s kan nog invloed hebben op de ontwikkeling van visie 2025.    

Risico Er is een mogelijkheid dat de Visie 2025 niet wordt behaald. Reden hiervoor is een intensieve inzet op Corona en direct daarna een volledige inzet op de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne.    
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
  -705 2.251 3.262 29.829 30.215
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier 1.350 1.330

 

Werkvoorzieningsschap de Risse Groep

Vestigingsplaats Weert
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk J. Drieman
Zitting in bestuur Ja, J. Drieman, H. Driessen
Belang De gemeente Cranendonck is, evenals de andere deelnemende gemeenten, met twee leden in het bestuur vertegenwoordigd. 
Relatie met programma Programma 4: Zorg            
Uitvoering vanuit GR A2 samenwerking    
Doel Werkvoorzieningsschap Risse Groep zorgt voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening voor de gemeenten Cranendonck, Nederweert en Weert. Risse Groep richt zich op het vinden van aangepast werk voor mensen met een Sw en Pw-indicatie. De organisatie is gericht op het begeleiden en detacheren van mensen bij externe werkgevers via het onderdeel Werk.Kom.                                    
Bestuurlijke ontwikkelingen Eind 2021 is de nieuwe strategische visie door de Risse Groep gepresenteerd waarbij wij de
verwachting hebben dat dit een solide basis is voor een stabiele (financiële) toekomst van de Risse Groep. We blijven inzetten op een slagvaardige en resultaatgerichte aanpak van onze werkzoekenden.                                        
Risico Per ultimo 2024 bedraagt het weerstandsvermogen voor het Werkvoorzieningsschap € 937.000. De marge t.o.v. de minimale omvang van het weerstandsvermogen (€ 0,6 miljoen) om mogelijke onvoorziene tegenvallers/risico’s op te kunnen vangen is daardoor goed.                
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
  207 937 1144 4.786 4.153
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier  2.348  2.336

Deelnemingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen

Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats 's-Gravenhage
Bestuurlijk verantwoordelijk De burgemeester vertegenwoordigt, als wettelijke vertegenwoordiger, de gemeente in de algemene aandeelhoudersvergaderingen.    
Aantal aandelen 5.000
Belang 0,009% (de BNG heeft in totaal 55.690.720 aandelen). De gemeente heeft zeggenschap in de BNG ia het stemrecht op de aandelen (1 stem per aandeel)    
Doel De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang, Met gespecialiseerde dienstverlening draagt BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.    

Financiële informatie (x €1.000)

  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
  294 miljoen 4,721 miljoen   110.819 miljoen 1
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier € 10.800 NBB

 

NV Brabant Water

Vestigingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Aantal aandelen 19.976
Belang 0,2% (Brabant Water heeft 10 miljoen aandelen geplaatst)
Doel Brabant Water N.V. is het waterleidingbedrijf voor vrijwel geheel Noord-Brabant. De aandelen zijn in handen van de provincie Noord-Brabant en het overgrote deel van de gemeenten in het voorzieningsgebied.                                        
De aandelen zijn in handen van de provincie Noord-Brabant en het overgrote deel van de gemeenten in het voorzieningsgebied.                            

Financiële
informatie (x €1.000)

  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
  NBB 699 NBB 619 NBB

Samenwerkingsverbanden

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Samenwerkingsverbanden

Stichting Bureau Inkoop en aanbesteding Zuidoost Brabant (BIZOB)

Vestigingsplaats Oirschot
Bestuurlijk verantwoordelijk M. Lemmen
Belang 5,6%
Relatie met programma Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doel De stichting Bizob is een samenwerking door achttien gemeenten in Zuidoost Brabant op inkoopgebied, waarbij een drietal doelstellingen worden nagestreefd: financieel (betere condities en prijzen, lagere inkoopkosten), kwaliteit (verbeterde specificaties, verkorte levertijden enz.) en procesmatig (transparant inkoopproces, integriteit inkoopprocessen, betrouwbaarheid enzovoort).

Financiële informatie (x €1.000,-)

  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
           
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier €156 €199

 

Taskforce - RIEC Brabant Zeeland

Portefeuillehouder R. van Kessel
Relatie met programma Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doelstelling Georganiseerde misdaad komt in allerlei vormen voor. Denk aan hennepteelt, witwassen en vermogenscriminaliteit. Taskforce – RIEC is een bondgenootschap van gemeentelijke en
provinciale overheden tegen ondermijning in Brabant en Zeeland. Zij ondersteund met haar producten en diensten gemeenten en veiligheidspartners in de herkenning en aanpak van criminele activiteiten. Zo helpen ze onder meer bij de versterking van bestuurlijke weerbaarheid en een geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit.    
Taskforce RIEC Brabant-Zeeland positioneert zich als partner, die intelligence, expertise, innovatie en uitvoering (actie) met elkaar verbindt. Zij bundelen krachten door samen te werken met bestuurders, overheidsdiensten, ondernemers en inwoners in Brabant en Zeeland om samen ondermijnende criminaliteit te bestrijden en te voorkomen.    
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
           
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier €16 €17

 

Zorg- en Veiligheidshuis

Vestigingsplaats Helmond
Bestuurlijk verantwoordelijk M. Lemmen
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein    
Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doelstelling Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost zorgt voor een succesvolle aanpak van complexe casuïstiek binnen de thema’s (risico)jeugd, veelplegers, nazorg ex-gedetineerden, relationeel geweld, overlast en verslaving is een gezamenlijke inspanning van gemeenten en ketenpartners een voorwaarde. Het gaat om het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijk uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.    
Financiële bijdrage (x €1.000,-)
  Resultaat 2024 Eigen vermogen per 31-12-2023 Eigen vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2023 Vreemd vermogen per 31-12-2024
           
Bijdrage gemeente  2023 2024
Regulier €7 €7