Algemeen financieel beeld
Op basis van de voorliggende jaarrekening 2025 heeft Cranendonck haar gemeentelijke financiën op orde: het huishoudboekje is structureel in evenwicht en er is voldoende geld om eventuele risico’s op te vangen. De schuldquotes vallen binnen de categorie minst risicovol en de solvabiliteitsratio kenmerken we als neutraal. Daarnaast zijn de verwachtingen van de opbrengsten uit de grondexploitaties nog steeds positief en zijn de mogelijke verliezen voorzien. We verwachten daarom uit de grondexploitaties resultaten die bijdragen aan een verdere verbetering van de schuldratio en de solvabiliteitsratio. De structurele exploitatieruimte is voor 2025 positief en valt daarmee in de categorie minst risicovol. Gezien deze uitkomsten is de algemene conclusie dat de financiële positie van de gemeente te kwalificeren is als goed.
Voor de toekomst zijn er ook financiële uitdagingen. De situatie in de wereld zorgt voor onzekerheid. Net als andere gemeenten is het verder onzeker hoeveel geld we vanaf 2027 ontvangen van de Rijksoverheid.
Analyse resultaat jaarrekening op hoofdlijnen
De jaarrekening laat een totale omzet zien van ruim € 82 miljoen en sluit met een voordelig saldo van € 5.116.000. In de oorspronkelijke begroting 2025 werd een nadelig resultaat voorzien van € 946.000 (nadelig). Door vaststelling van de burap 2025 en slotwijziging 2025 en overige raadsvoorstellen verwachtten wij in de bijgestelde raming een voordelig resultaat van € 3.123.000. Het definitieve resultaat is circa € 2 miljoen gunstiger dan verwacht na de slotwijziging 2025 en circa € 6 miljoen gunstiger dan de oorspronkelijke raming 2025.
Wanneer we het jaarrekeningsaldo corrigeren voor de bijzondere lasten van de storting in de voorziening Appa van €1,1 miljoen, komt het financiële resultaat van de reguliere exploitatie uit op € 6,2 miljoen.
Ten opzichte van de oorspronkelijke raming 2025 zien we de volgende belangrijkste ontwikkelingen die het resultaat gunstig hebben beïnvloed
1. Meer middelen van het Rijk uit het gemeentefonds (€ 3,3 miljoen)
2. Sociaal domein (Jeugd, WMO en Werk en inkomen) (€ 1,2 miljoen)
3. Achterblijven realisatie kredieten (€ 0,7 miljoen voordeel)
4. Hogere inkomsten (€ 0,7 miljoen)
Meer middelen van het Rijk uit het gemeentefonds (€ 3,3 miljoen voordeel)
De algemene uitkering van het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van onze gemeente en bepaalt voor circa 60% onze inkomsten. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2025 hebben wij circa € 3,3 miljoen meer middelen uit het gemeentefonds ontvangen. Dit voordeel wordt enerzijds veroorzaakt door mutaties van de maatstaven (o.a. toename van het aantal inwoners per 1-1-2025) en anderzijds door Rijksbeleid. Omdat de mutaties in de maatstaven (o.a. inwoners) in Cranendonck grillig zijn hebben deze mutaties een incidenteel karakter. In de raadsinformatiebrieven van de mei- september- en decembercirculaire bent u geïnformeerd over verloop en de mutaties van de algemene uitkering.
Sociaal domein (Jeugd, Wmo en Werk en Inkomen) (€ 1,2 miljoen voordeel)
Kenmerkend voor deze beleidsvelden van het sociaal domein is dat er recht op zorg bestaat ook al is het budget volledig gebruikt (open einde regelingen). In 2025 ontstaat op de beleidsvelden een voordeel van circa € 1,2 miljoen.
Jeugd (€ 0,2 miljoen voordeel)
In 2025 zijn binnen het jeugddomein duidelijke stappen gezet om de ondersteuning aan inwoners kwalitatief te versterken en beter te organiseren. Door scherper te sturen op passende inzet, tijdige opvolging en korter durende trajecten is de ondersteuning doelmatiger geworden. Meer stabiliteit in het Sociaal Team en verbeterde procedures zorgen voor vaste aanspreekpunten, meer grip op zorgaanbieders en sneller bijsturen waar nodig. Inwoners van Cranendonck ontvingen de ondersteuning die zij nodig hadden, met meer voorspelbaarheid en een positief financieel resultaat tot gevolg. De totale kosten voor de inzet van jeugdhulp zijn in 2025 ten opzichte van 2024 nagenoeg gelijk gebleven. Dat betekent dat we een afvlakking zien ten opzichte van een sterke stijging de afgelopen jaren. De meeste kosten gaan naar begeleiding, een relatief lichte vorm van jeugdhulp. Dat de kosten niet gestegen zijn, is een positieve ontwikkeling te noemen. Er zijn regiogemeenten die te maken hebben met een forse toename.
WMO (€ 0,4 miljoen voordeel)
De cijfers over 2025 laten zien dat de kosten voor begeleiding inderdaad structureel zijn gedaald. Hieruit blijkt dat de inkoop van begeleiding goed heeft gewerkt en doelgericht is geweest. Aan het einde van 2025 zien we wel een lichte toename in het gebruik van deze voorziening. We blijven de inzet en kostenontwikkeling dan ook volgen om te zien wat het financiële effect op langere termijn is.
Het contract hulp bij het huishouden liep af per 01-05-2025. Het aanbestedingsproces is succesvol doorlopen. Er zijn voldoende partijen hulp bij het huishouden gecontracteerd en de overeengekomen tarieven zijn reëel en marktconform. Het budget voor Hulp bij het huishouden laten we vanwege een aanhoudende aanzuigende werking jaarlijks meestijgen. Deze ontwikkeling wordt veroorzaakt door de vergrijzing, het langer zelfstandig thuis blijven wonen en de minimale eigen bijdrage. Door wachtlijsten bij het Sociaal Team en bij de zorgaanbieders is de inzet in de praktijk echter lager geweest dan verwacht.
Werk en Inkomen (€ 0,6 miljoen voordeel)
Dit voordeel ontstaat op de beleidsvelden minimabeleid en participatie. Na vaststelling van het minimabeleid is eind 2025 het uitvoeringsprogramma vastgesteld dat tot doel heeft het bereik van minimaregelingen en bijzondere bijstand te vergroten. De uitvoering van dit programma is eind 2025 van start gegaan, waardoor de verwachte effecten ook financieel nog niet volledig zijn gerealiseerd konden worden. Hierdoor is zijn er minder kosten gemaakt dan begroot. De bijzondere bijstand heeft het karakter van een openeindregeling, waardoor de daadwerkelijke kosten vooraf moeilijk te ramen zijn.
Het voordeel op het participatiebudget wordt enerzijds veroorzaakt omdat er minder begeleiding nodig was voor de doelgroep. Anderzijds waren de geraamde uitvoeringskosten voor de P-wet in balans niet nodig.
Voor een uitgebreide toelichting op het sociaal domein verwijzen we naar programma 4.
Achterblijven realisatie kredieten (€ 0,7 miljoen voordeel)
De realisatie van de door de raad beschikbaar gestelde kredieten (investeringen) blijft achter bij de planning. De rente- en afschrijvingskosten (kapitaallasten) zijn hierdoor lager dan geraamd in de oorspronkelijke begroting. Het gaat onder andere om de Schakel, de schaapskooi , het dorpshart Budel en diverse infrastructurele projecten (o.a. rioleringswerken). Eind 2025 staat er voor ruim € 19 miljoen aan investeringen waarvan de realisatie nog moet worden afgerond.
Hogere inkomsten (€ 0,7 miljoen voordeel)
De opbrengsten van de onroerende zaakbelastingen (€ 101.000) en inkomsten van de bouwleges/leges ruimtelijke ordening - hoofdzakelijk door legesinkomsten van enkele grote projecten - zijn hoger (€ 261.000) dan de oorspronkelijke raming. Vanaf 2026 ontvangen gemeenten via de specifieke uitkering Realisatiestimulans een bijdrage van € 7.000 per nieuwbouwwoning (sociale huur, middenhuur, betaalbare koop) waarvan de bouw tussen 2025 en 2029 is gestart. Deze landelijke regeling is bedoeld om de woningbouw te versnellen en de lokale woningbouwopgave te versterken (€ 329.000). Cranendonck heeft in dit segment 47 woningen waarvan de bouw in 2025 is gestart.
Uit vorenstaande analyse blijkt dat het resultaat wordt veroorzaakt door incidentele en onvoorziene mee- en tegenvallers. Eventuele structurele doorwerkingen vanuit de jaarrekening 2025 verwerken we in de Burap 2026 en begroting 2027-2030. Voor een nadere toelichting op de afwijkingen verwijzen we naar de verantwoording per programma. Verder is in het hoofdstuk jaarrekening een gecomprimeerd overzicht opgenomen van de analyse op hoofdlijnen.