Paragrafen

Paragraaf Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering inclusief de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking A2 (GRSA2)

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Bedrijfsvoering inclusief de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking A2 (GRSA2)

De paragraaf bedrijfsvoering geeft toelichtingen op de bedrijfsvoeringtaken die door de GRSA2 voor onze gemeente worden uitgevoerd. Ook wordt hier de inzet van het  personeelsbudget Cranendonck toegelicht. Tot slot  is  in deze paragraaf  de rechtmatigheidsverantwoording door het college aan de raad  opgenomen.

  • De GRSA2 voert de bedrijfsvoeringtaken  uit in haar programma Overhead en het gemeentelijk beleid sociaal domeinbeleid in het programma Werk & Inkomen.  Deze onderwerpen worden hier samengevat weergegeven. Meer specifieke toelichtingen op de onderliggende uitvoeringsonderdelen zijn terug te vinden in de inmiddels vastgestelde en beschikbare jaarstukken van de GRSA2.  Deze is inmiddels ook al voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. 
  • Bij de analyse van de ontwikkeling van het  personeelsbudget (P-budget) worden mutaties en saldi in de verschillende onderdelen van het  P-budget nader toegelicht. 
  • De rechtmatigheidsverklaring (RMV) van het college aan de raad wordt behalve in deze paragraaf ook in de financiële jaarrekening opgenomen ten behoeve van de accountantscontrole. de accountant geeft over die verklaring een oordeel over de volledigheid en kwaliteit van het "bewijs" dat die rechtmatigheidsverklaring van het college ondersteunt. De RMV gaat over het begrotings- en voorwaardencriterium en over  de regels over Misbruik & Oneigenlijk gebruik: ongeautoriseerde budgetoverschrijdingen op programmaniveau zijn niet toegestaan, voorwaarden uit wet- en regelgeving moet juist worden toegepast bij m.n. inkopen, aanbesteden en subsidieverstrekkingen en er moet voldoende controle zijn op het juiste gebruik van gemeentelijke regelingen.

 

Wat hebben we ervoor gedaan?

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Wat hebben we ervoor gedaan?

In 2025 heeft de GRSA2, als uitvoerder van onze bedrijfsvoeringtaken,  heeft verdere stappen gezet in de professionalisering en toekomstbestendigheid van de organisatie. Het bestuur heeft voor 2025 vier harmonisatiethema’s benoemd: E-HRM, budgetbeheer, arbeidsmarktstrategie en slimmer en efficiënter werken. De voorbereidingen voor de implementatie van E-HRM zijn in 2025 afgerond. Voor de 3 anderen thema's is in 2025 nog geen resultaat opgeleverd. Afronding staat gepland voor 2026

De kwaliteit van de P&C-cyclus blijft een aandachtspunt voor de GRSA2. De gemeenteraden hebben zowel bij de begroting 2026 als de berap 2025 kritische zienswijzen ingediend. De accountant bevestigt in het rapport bij de jaarrekening 2025 het beeld dat de P&C-cyclus van de GRSA2 en het budgetbeheer verbeterd moeten worden. Het bestuur van de GRSA2 heeft opdracht gegeven om de aanbevelingen uit de managementletter 2025 van de GRSA2 uit te werken in een verbeterplan. Dit verbeterplan is intussen gereed en vastgesteld door het bestuur van de GRS-A2.

Wat heeft de GRSA2 in 2025 gedaan?

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Wat heeft de GRSA2 in 2025 gedaan?

Samenvatting op hoofdlijnen door de GRSA2  (voor specifieke onderwerpen, zie de jaarstukken GRSA2 2025)

Personele ontwikkelingen

Ook in 2025 bleef het invullen van specialistische functies uitdagend als gevolg van de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Waar noodzakelijk heeft de GRSA2 tijdelijk gebruikgemaakt van externe inhuur om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.  In 2025 was de instroom van medewerkers groter dan de uitstroom, Het ziekteverzuim bleef onder het landelijk gemiddelde, mede dankzij preventieve maatregelen en gerichte aandacht voor werkdruk en vitaliteit.

 

Programma Overhead:

Doorontwikkeling dienstverlening

In 2025 lag het accent op het versterken van de interne organisatie en het realiseren van financiële beheersing als randvoorwaarde voor verdere ontwikkeling van de dienstverlening. De GRSA2 heeft een start gemaakt met het sturen op budgetten en doelmatigheid.

In 2025 heeft de GRSA2 uitvoering gegeven aan het Ontwikkelplan GRSA2 2025. Dit plan vloeit voort uit o.a.  de benoemde harmonisatievraagstukken. De samenwerking met de deelnemers vormde hierbij een belangrijke randvoorwaarde. In 2025 zijn nadere afspraken gemaakt en is gezamenlijk invulling gegeven aan de gekozen ontwikkelrichting. Daarbij is onderkend dat het succes van de ingezette verandering mede afhankelijk is van deze samenwerking en dat hier nog stappen in gezet kunnen worden. Dit is door het bestuur van de GRS-A2 opgepakt, wij zullen uw raad meenemen in de te ondernemen stappen.

Informatieveiligheid en privacy 

Gemeenten verwerken grote hoeveelheden (persoons)gegevens. Het is daarom essentieel dat informatie betrouwbaar, beschikbaar en beschermd blijft. Informatiebeveiliging en privacy blijven voor de gemeenten en de GRSA2 een kernonderdeel van professioneel en zorgvuldig werken.

Eind 2025 is het team formatief op sterkte gekomen. Hiermee is een basis gelegd om verder te bouwen aan de implementatie en borging van informatieveiligheid en privacy.

Daarnaast heeft de GRSA2 deelgenomen aan de gezamenlijke aanbesteding Cyberweerbaarheid, gericht op diensten die ondersteunen bij het verhogen van de digitale weerbaarheid en het voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en BIO2 (NIS2).

Gemeenten leggen jaarlijks verantwoording af over informatiebeveiliging via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). ENSIA is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en omvat onder meer een externe IT-audit voor de domeinen DigiD en Suwinet.

Gegevensbeheer basisregistraties

In 2025 heeft de GRSA2 ingezet op het borgen van de kwaliteit en actualiteit van de basisregistraties onder andere door inzet van verbeterde datadistributie-systeem en versnelde inwinning/uitvoering van objectdata. Daarnaast is er een nieuwe kaartviewer geïmplementeerd en uitgedragen aan de gemeenten waarmee de gemeenten sneller en beter inzicht in de eigen Geo-grafische data hebben en daardoor beter kan sturen. 

Belastingen
De Waarderingskamer heeft de GRSA2 opnieuw de best mogelijke beoordeling toegekend voor alle drie de deelnemende gemeenten. Het percentage formele bezwaren op de OZB is ten opzichte van 2024 gedaald.

Informatie-/archiefbeheer

De GRSA2 heeft in 2025 het beleid en de metadataschema’s geactualiseerd en een kwaliteitszorgsysteem ingevoerd. Daarnaast is gestart met de gefaseerde overbrenging van archiefstukken naar het e-depot. De resterende activiteiten lopen volgens planning door in 2026.

I&A visie / ontwikkelingen
In 2025 zijn eerste stappen gezet in de uitvoering van de bijbehorende projectenportfolio op thema’s zoals dienstverlening, informatievoorziening, digitale veiligheid en de ICT-werkomgeving. De verdere uitwerking van de I&A-visie en ontwikkelingen zoals AI en datagedreven werken zijn nader uitgewerkt en worden gedurende 2026 behandeld.

 

Programma Werk en Inkomen:

De werkzaamheden van de afdeling Werk & Inkomen volgden in 2025 de landelijke ontwikkelingen en de opgaven van de drie deelnemers. De aanbesteding van re-integratie- en participatietrajecten is afgerond, waardoor een actueel en passend ondersteuningsaanbod beschikbaar is gekomen. Daarnaast is het project Klant in Beeld gerealiseerd, waarmee inwoners uniform in beeld zijn gebracht en actuele informatie beschikbaar is via het W&I-datawarehouse.

In 2025 hebben de organisaties ingestemd met een breed minimabeleid. De GRSA2 heeft hiervoor een uitvoeringsplan opgesteld, gericht op een zo uniform en geharmoniseerd mogelijke uitvoering.

Daarnaast heeft de GRSA2 gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe uitvoeringsvisie, gebaseerd op vertrouwen, gelijkwaardigheid en de kernwaarden van de wet. De mensgerichte aanpak is verder versterkt door professionalisering van klantmanagers en door het structureel inbedden van casuïstiek overleggen binnen de W&I-subteams en het kernteamoverleg. Hiermee is de integraliteit en samenwerking binnen Werk & Inkomen verder verbeterd.

Ook in 2025 heeft het team Werk & Inkomen uitvoering gegeven aan tijdelijke regelingen, zoals het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen en ondersteuning van gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire.

Tot slot zijn in 2025 de voorbereidingen gestart voor de invoering van de Participatiewet in Balans (spoor 1), waarmee de basis is gelegd voor een tijdige en zorgvuldige implementatie van de nieuwe wettelijke kaders.

Het P-Budget 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Het P-Budget 2025

De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in realistischer begroten, zo ook op het P-budget. De  werkelijkheid blijkt soms nog  weerbarstig te zijn. In 2025 resulteert namelijk nog  een incidenteel voordeel van ca. € 300.000 op het P-budget*.   Dit voordeel is voor het grootse deel ontstaan uit de ontvlechting met de GRSA2 van de secretariële en facilitaire diensten. Daarnaast heeft een analyse over de periode 2021 - 2024  in  2025, geleid tot een herschikking binnen het p-budget ten behoeve van structurele ruimte voor een flexibele schil. Dit budget is in de loop van 2025 beschikbaar gekomen en daardoor  niet volledig gebruikt.

In onderstaande tabel staat weergegeven hoe het P-budget voor 2025 is opgebouwd:


 

Ontwikkeling P-budget Primaire begroting 2025 Begroting 2025 na begr.wijz. Jaarrekening 2025 realisatie Jaarrekening 2025 afwijking (+ = voordeel)
Niet-beïnvloedbare kosten Bestuur, Raad en Griffie 1.385.000 1.525.000 1.556.000 -31.000
Totale salariskosten (inclusief inhuur op vac.ruimte en alg. inhuurbudget) 10.891.000 10.868.000 10.596.000 272.000
Opleidingskosten 102.000 102.000 125.000 -23.000
Overige personeelslasten en secundaire arbeidsvoorwaarden* 420.000 477.000 222.000 255.000
Subtotaal 12.798.000 12.972.000 12.500.000 472.000
Overige inhuurbudgetten 2.086.000 2.307.000 2.496.000 -188.000
Totaal P-budget 14.884.000 15.279.000 14.996.000 284.000
*Exclusief organisatieontwikkeling

Als we verder kijken naar het P-budget dan zien we dat inhuur meer kost dan vast personeel, met name door hogere tarieven, intermediaire kosten en niet compenseerbare BTW.

In 2025 is geïnvesteerd in de kwaliteit en daarmee behouden van vast personeel. Hierdoor is het opleidingsbudget overschreden. Nieuwe medewerkers hebben de relevante verplichte/wettelijke opleidingen doorlopen voor het uitoefenen van de werkzaamheden. Binnen diverse disciplines is aandacht besteed aan communicatietraining om de verhardende samenleving professioneel te woord te staan en de-escaleren waar dat nodig is. Ook anticiperen we op de ontwikkelingen die op ons afkomen. We faciliteren daarvoor opleidingen in kennis en competenties die gevraagd en noodzakelijk zijn. De formatie is gegroeid en het opleidingsbudget vraagt om actualisatie. Op dit moment stellen we een nieuw opleidingsplan op. Hieruit zal blijken of een financiële bijstelling nodig is. Daar komen we, indien nodig, in de P&C-cyclus op terug.

De doorbelaste uren aan de grondexploitaties en particuliere plannen worden via de grondverkopen en afspraken die in anterieure overeenkomsten terugontvangen. De uren die aan projecten worden toegerekend komen via de kapitaallasten in de exploitatie. In 2025 zijn minder uren doorbelast aan grondexploitaties, projecten en particuliere plannen. In de slotwijziging van de begroting hebben we hiervoor de raming al met € 150.000 verlaagd. Op basis van de realisatie blijkt dat er t.o.v. van de primaire begroting € 180.000 minder uren zijn doorbelast. Dat betekent voor de jaarrekening 2025 een aanvullende afwijking van € 30.000. De lagere doorbelasting wordt vooral veroorzaakt doordat de Baronie geen grondexploitatie meer is.

Op basis van de resultaten in 2025 zal in 2026 de systematiek van in- en externe doorbelasting opnieuw worden geanalyseerd. Dit geldt ook voor de systematiek van de kostendekkendheid (ook i.r.t. de nieuwe omgevingswet die nu 1 jaar van kracht is en hier de eerste ervaringen uit zijn opgehaald).

De kosten van de uren van die worden gemaakt voor onder andere Oekraïne, onderwijsachterstandenbeleid en SPUK-regelingen worden terugontvangen binnen de regelingen die hiervoor bestaan. In 2025 is voor de genoemde regelingen € 61.000 meer aan uren doorbelast. Dit levert een incidenteel voordeel op.

In MRE-verband is samen met Bizob, en in samenwerking met 21 gemeenten, een aanbestedingstraject gestart met als doel het contracteren van een nieuwe Managed Service Provider (MSP)-leverancier zodat we het volledige inhuurproces via één partner flexibel en efficiënt kunnen inregelen. De nieuwe aanbesteding komt 2 jaar eerder dan de gecontracteerde doorlooptijd omdat de grenswaarde van 300 miljoen is overschreden. Dat geeft aan dat de markt op inhuur oververhit is en zijn weerslag heeft op de tarieven (en soms de kwaliteit). Regionaal, maar ook in VNG-verband is het wenselijk hier voor de komende periode de focus op te leggen.

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Rechtmatigheidsverantwoording

Inleiding

Met ingang van het boekjaar 2023 stelt de gemeente zelf een rechtmatigheidsverantwoording op. Hiermee legt het college zelfstandig verantwoording af aan de raad in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.

De raad  heeft een verantwoordingsgrens vastgesteld waarboven de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens is vastgesteld op 2% van de totale lasten exclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op €1.548.000.  Het college heeft met de raad afgesproken dat onrechtmatigheden  in de paragraaf bedrijfsvoering worden toegelicht. Deze toelichting gaat  in op de bevindingen van het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium.

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV,  de financiële- en controleverordeningen en het controleprotocol van onze gemeente. Daarnaast geldt het Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) beleid als toetsingskader voor de rechtmatigheidsverantwoording.
Vastgestelde verordeningen

De raad heeft – mede in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording – de volgende verordeningen  en het controleprotocol vastgesteld over 2025:
1.    Controleprotocol voor de accountantscontrole van de gemeente Cranendonck 2025;
2.    Financiële verordening Cranendonck  2025.

Conclusie

Het totaal van de vastgestelde onrechtmatigheden is € 2.872.000, waarvan € 2.521.000 acceptabel en € 351.000 niet acceptabel (begrotingscriterium, voorwaardencriterium en M&O criterium). De niet acceptabele onrechtmatigheden zijn lager dan de verantwoordingsgrens van  € 1.548.000. Hieronder worden de onrechtmatigheden (niet acceptabel) en de genomen maatregelen groter dan de rapportagegrens van € 155.000 (10% van de verantwoordingsgrens) toegelicht.

Begrotingscriterium

Het totaal van de vastgestelde onrechtmatigheden onder het begrotingscriterium is € 2.521.000, waarvan € 2.521.000 acceptabel en € 0 niet acceptabel.

Het begrotingscriterium heeft betrekking op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting. Het gaat hierbij tevens om de investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand komen.

De uitwerking van het begrotingscriterium in de rechtmatigheidsverantwoording volgt uit de financiële verordening artikel 10. Daarnaast is in 2025 de kadernota rechtmatigheid aangepast met een nadere uitwerking rondom het thema begrotingscriterium. Daarbij wordt het volgende schema gehanteerd:

 

Het bepalen of respectievelijk welke afwijkingen acceptabel zijn, is voorbehouden aan de gemeenteraad. 

Onze financiële verordening geeft voor wat betreft het onderwerp begrotingsrechtmatigheid (artikel 10) niet optimaal invulling aan bovenstaande richtlijn uit de kadernota. Zo is bijvoorbeeld nog geen richtlijn gesteld rondom het tijdig melden van financiële voordelen.

In het controleprotocol zijn de voorwaarden opgenomen waarin uitgelegd wordt in welke gevallen afwijkingen van de begroting onrechtmatig, danwel rechtmatig of acceptabel  zijn.

Overschrijdingen op lasten en/of investeringen zijn altijd onrechtmatig, maar kunnen wel als acceptabel worden aangemerkt. 

Voor de uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording wordt onder tijdig melden het volgende verstaan:
•    Financiële voordelen (onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen op baten) zijn in aard niet onrechtmatig. We stellen ons op het standpunt dat tijdig melden van deze afwijkingen nog bij de jaarrekening kan. 

 

Tabel 1.A. Overschrijdingen lasten in programma's

De programma's 1. Wonen en leven, 2. Werk en economie en 5. bestuur en algemene dekkingsmiddelen kennen een overschrijding. Deze overschrijdingen worden  aangemerkt als acceptabel omdat:

1. Wonen en Leven:  de overschrijding wordt veroorzaakt door een financiële schikking inzake het perceel Nieuwstraat 95, Budel voor een bedrag van € 1.750.000. De raad heeft hiervoor na afloop van het begrotingsjaar, met een op 3 februari 2026 genomen budgetbesluit, de middelen beschikbaar gesteld.

2. Werken en economie: voordat de waardes van het van de grondexploitaties op de balans terechtkomen, verlopen de mutaties via de exploitatie. Het nadeel dat hier zichtbaar is,  wordt weer gecompenseerd door de mutatie van het onderhanden werk bij de baten.

5. Bestuur en algemene dekkingsmiddelen: de overschrijding is het gevolg van aangepaste wetgeving waardoor de pensioenvoorziening voor (oud) wethouders is aangevuld met € 1.107.000.  De commissie BBV (Besluit Begroting & Verantwoording) heeft eind vorig jaar de volgende stellige uitspraken gedaan. De raad is met een Raadsinformatiebrief geïnformeerd: 

  • In de jaarstukken 2025 moet de overdrachtswaarde van Appa (Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) naar het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) per 1 januari 2028 (het nieuwe stelsel) worden verwerkt.
  • Vanaf 2025 is het verplicht om ook een voorziening te treffen voor pensioenen van oud wethouders die ingegaan zijn voor 2013.
Omschrijving (bedragen x € 1.000) / V=Voordelig N=Nadelig) Realisatie 2024 Begroting 2025 voor wijziging Begroting 2025 na wijziging Realisatie 2025 Verschil Begroting - Realisatie
Lasten:
1.Wonen en leven 17.085 15.946 16.473 18.047 1.574 N
2.Werk en economie 5.219 4.474 1.638 2.265 626 N
3.Recreatie en toerisme 3.165 3.241 3.291 3.158 132 V
4.Sociaal domein 28.441 28.761 30.426 29.084 1.342 V
5.Bestuur en algemene dekkingsmiddelen 10.542 11.064 14.240 14.561 321 N
6.Overhead 9.177 10.299 10.676 10.263 413 V
Totaal Lasten 73.628 73.786 76.744 77.378 634 N
Baten:
1.Wonen en leven 7.331 6.778 6.902 8.133 1.231 V
2.Werk en economie 3.878 3.640 925 1.888 963 V
3.Recreatie en toerisme 990 695 915 988 73 V
4.Sociaal domein 5.372 4.607 5.799 5.784 15 N
5.Bestuur en algemene dekkingsmiddelen 56.523 56.136 65.914 65.426 488 N
6.Overhead 49 38 38 V
Totaal Baten 74.143 71.856 80.455 82.257 1.803 V

Tabel 1.B. Overschrijdingen kredieten

De totale overschrijding op de kredieten bedraagt  € 3.461.

Omschrijving begroot realisatie saldo status
Aanplant bomen Cranendoncklaan / Gr Hornelaan(K) 10.080,00 10.223,44 -143,44 Project is afgerond.
Uitvoeringsprogramma wegen 2022(K) 55.023,00 55.171,01 -148,01 Project Meemortel is in 2025 gerealiseerd.
BRAVO College tijdelijke huisvesting (K) 340.000,00 340.767,73 -767,73 De units zijn in 2025 geplaatst. Krediet nog niet afgesloten in afwachting van verkoop units.
Vervangen sportvloer Smelkroes(K) 99.500,00 101.607,26 -2.107,26 Project is afgerond.
Renovatie groen Fazantlaan/Patrijslaan(K) 119.109,00 119.403,35 -294,35 Project is afgerond.
Totaal overschrijding -3460,79

De totale overschrijding op de kredieten bedraagt  € 3.461. Gezien de omvang valt dit onder de rapporteringsgrens en wordt dit niet meegenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig aan de raad zijn gemeld of tot een begrotingswijziging hebben geleid.

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig aan de raad zijn gemeld of tot een begrotingswijziging hebben geleid.

In lijn met het stroomschema van het BBV en de financiële verordening zijn alle financiële voordelen naar hun aard niet onrechtmatig en daarom niet betrokken in de rechtmatigheidsverantwoording. De toelichting van de financiële voordelen ten opzichte van de begroting na wijziging vindt u terug in de programmaverantwoording.

4. Voorwaardencriterium: Onrechtmatigheden als gevolg van  ten onrechte niet Europees aanbesteden

Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - 4. Voorwaardencriterium: Onrechtmatigheden als gevolg van  ten onrechte niet Europees aanbesteden

Conclusie:

Het totaal van de vastgestelde onrechtmatigheden onder het voorwaardencriterium is € 351.000. Deze zijn niet acceptabel.

1.Aanbieder service & onderhoud gemeentelijk vastgoed :

  • Bevinding: Voor service en onderhoud aan gemeentelijk vastgoed, met name uit het MJOP, zijn steeds  een enkelvoudig onderhands opdrachten verstrekt  De totale besteding  op deze homogene diensten over 4 jaar komt uit   boven de Europese aanbestedingsgrens: € 248.605. 
  • Onrechtmatigheid: In 2025 gaat het om een waarde van €33.774 Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording
  • Maatregel:  Dit type werkzaamheden  moeten in 2026 opnieuw worden aanbesteed.

 2. Juridische dienstverlening  :

  • Bevinding: Voor het juridisch complexe dossier COA/AZC is een advocatenkantoor ingehuurd met specifieke bureaukennis op deze materie. Tussentijds, bij het bereiken van de Europese aanbestedingsdrempel van € 216.000, veranderen van dienstverlener was  zowel ondoelmatig en niet doeltreffend, gezien de fase waarin het dossier verkeerde medio 2025.  Omdat er  sprake is van een enkelvoudige aanbesteding en  de totale  dienstverlening over 4 jaar komt uit  boven die Europese aanbestedingsgrens ( € 282.055)  is er formeel sprake van een onrechtmatigheid.
  • Onrechtmatigheid: In 2025 gaat het om een waarde van € 66.139. Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording.
  • Maatregel: De verwachting is de benodigde dienstverlening op het genoemde dossier in 2026 niet of nauwelijks nog nodig is.

 3. Dienstverlener beveiliging: 

  • Bevinding: In 2024 is een  Europese aanbestedingsprocedure gevolgd voor beveiligingsdiensten vanaf 2025.  De overeenkomst met de voorgaande dienstverlener heeft echter nog tot kosten geleid in januari 2025 die formeel   als onrechtmatig moeten worden aangemerkt vanwege het overschrijden van Europese drempelbedragen over de periode 2022-2024 . 
  • Onrechtmatigheid :In 2025 gaat het om een waarde van € 29.848. Dit leidt tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording. 
  • Maatregel: De dienstverlening voor 2025 e.v.  is eind  2024,   na een Europose aanbesteding,  gegund aan een nieuwe dienstverlener.

4. Tijdelijke energievoorziening opvang ontheemden Oekraïne :

  • Bevinding: Als tijdelijke noodoplossing (vanwege netcongestie kan Enexis niet aansluiten)  is gekozen voor het huren via enkelvoudige onderhandse aanbesteding  van een tijdelijke energievoorziening. Het gaat om een huurbedrag van € 3.778 p/wk onder de overeengekomen voorwaarde van minimaal 24 maanden huur en komt over de periode 2024 - 2025 uit op een totaal van € 461.036.
  • Onrechtmatigheid: In 2025  gaat het om een waarde van  € 221.349. Dit leidt, net als in 2024,  tot verwerking in de rechtmatigheidsverantwoording.
  • Maatregel: in 2025 is deze  dienstverlening doorgezet omdat er geen realistisch alternatief voorhanden is. Er is geen zicht op het aansluiten op het reguliere energienetwerk vanwege de congestie. Ook is er geen zekerheid voor de duur van de noodzaak voor deze dienstverlening. 

Paragraaf Wet Open Overheid

Wet Open Overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - Wet Open Overheid (Woo)

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet open overheid (Woo) heeft tot doel de transparantie van de overheid te vergroten en de toegang tot overheidsinformatie te verbeteren. De wet is bedoeld om burgers en organisaties meer inzicht te geven in het functioneren van de overheid en om de democratische controle te versterken. In deze paragraaf doen we verslag over de uitvoering van 2025.

De implementatie van de Wet open overheid wordt centraal georganiseerd door de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking A2- gemeenten waarvoor in 2025 een Woo-coördinator is aangesteld die tevens de rol vervult van projectleider. De implementatie van de Woo wordt hiermee projectmatig aangepakt en ondersteunt de gemeente Cranendonck in de uitvoering.

De implementatie van de Woo vindt gefaseerd plaats en richt zich op 3 hoofdthema’s:
1. actief openbaar maken van informatie in 11 verplichte informatiecategorieën;
2. passief openbaar maken van informatie (Woo-verzoeken);
3. informatiehuishouding op orde.

Actieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - Actieve openbaarmaking

De Woo verplicht overheden om -gefaseerd, door middel van tranches- actief documenten uit de verschillende informatiecategorieën te publiceren. Dit is onderdeel van het project dat in 2025 verder is voortgezet. De gemeente Cranendonck voldeed in 2024 al aan de eerste tranche van de Woo. In de loop van 2025 is gewerkt aan de openbaarmaking van de informatie categorieën van de tweede tranche waarmee we nu gedeeltelijk voldoen aan de wettelijke verplichting tot actieve openbaarmaking van:

  1. Jaarplannen en jaarverslagen
  2. Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken
  3. Agenda’s en besluitenlijst bestuurscolleges

Ook is de gemeente Cranendonck aangesloten op de Woo-index.

Passieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - Passieve openbaarmaking

In 2025 heeft gemeente Cranendonck 41 Woo-verzoeken ontvangen, waarvan er 29 zijn afgehandeld. 52% van deze verzoeken is binnen de wettelijke termijn afgehandeld. De behandeling van Woo-verzoeken legt veel druk op de ambtelijke capaciteit. Een groot deel van de verzoeken zijn complex of omvangrijk en leggen druk op de wettelijke termijnen wat van invloed is op de doorlooptijden van een Woo-verzoek. Ook speelt de administratieve opvolging en interne informatiehuishouding hier een rol in. Naarmate er meer informatie proactief openbaar zal worden gemaakt, zal het aantal Woo-verzoeken mogelijk afnemen, hoewel dit zich moeilijk laat voorspellen. De verwachting is dat meer regie op het afhandelingsproces een positieve bijdrage kan leveren aan de tijdige en kwalitatieve afhandeling.

2026 en verder

Terug naar navigatie - Paragraaf Wet Open Overheid - 2026 en verder

In 2026 en 2027 zet de verplichting tot actieve openbaarmaking van de opvolgende tranches zich voort. We streven ernaar om in 2026 focus te houden op het actief openbaar maken van de documenten uit de informatie categorieën. De actieve rol van de Woo contactpersonen en de Woo-coördinator zal hieraan bijdragen.

Informatiehuishouding op orde
“Informatiehuishouding” betreft de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen een organisatie. Dit moet goed georganiseerd zijn, zodat iedereen snel toegang heeft tot de benodigde informatie en om de besluitvorming te kunnen verantwoorden. In 2025 hebben we ons voornamelijk gericht op bewustwording van een correcte informatiehuishouding. De benodigde stappen zijn gezet om de informatie uit tranche 1 en 2 goed te ontsluiten.

Paragraaf Grondbeleid

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Algemeen

Deze paragraaf bevat een beknopte weergave van het door de gemeente gevoerde grondbeleid, zoals vastgelegd in de Nota Grondbeleid. Daarnaast wordt gerapporteerd over de voortgang van de gemeentelijke grondexploitaties. De opzet van deze paragraaf is gebaseerd op de voorschriften, zoals opgenomen in de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken” van de commissie besluit Begroting en verantwoording (BBV)  en bevat een verantwoording van de gemeentelijke grondexploitaties. De boekwaarde van de projecten is eveneens volgens de voorschriften van het BBV verwerkt in de balans.

Grondbeleid en doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Grondbeleid en doelstellingen

Nota Grondbeleid

In de nota Grondbeleid wordt antwoord gegeven op de “hoe”-vraag, voor wat betreft hoe de gemeente haar grondposities inzet.  Daarnaast geeft het grondbeleid antwoord op de vraag; “Welke rol pakt de gemeente om daar waar grond, vastgoed en grondposities een rol spelen, de gemeentelijke ambities te realiseren?” Tevens wordt in de nota grondbeleid een antwoord gegeven op welke instrumenten de gemeente Cranendonck ter beschikking heeft en op welke wijze zij deze kan inzetten.

De gemeente Cranendonck kiest voor het toepassen van een situationeel grondbeleid.  Op basis van dit beleid kan de gemeente de beschikbare beleidsinstrumenten tijdig inzetten om het gewenste resultaat optimaal te ondersteunen. Dit toegespitst op de opgave, de locatie en de situatie, waarmee de bestuurlijke gewenste verandering van het ruimtelijk grondgebruik tot stand gebracht kan worden. 

De gemeente is zich ervan bewust dat maatwerk nodig is om te kunnen sturen op het gewenste resultaat. Maatwerk kan per opgave (wonen, bedrijvigheid, agrarisch, natuur, e.d.) verschillen maar ook per locatie (binnen kernen, kern t.o.v. buitengebied, lokaal versus regionaal). Op basis van situationeel grondbeleid kan hier op een juiste wijze op geanticipeerd en ingespeeld worden en wordt het grondbeleid een middel om invloed uit te oefenen en sturing te geven aan de beleidsdoelen binnen de verschillende opgaven. 

Actualisatie grondexploitaties

Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd. Over het geprognosticeerde financiële resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties wordt gerapporteerd door middel van deze paragraaf.

Projecten

De grondexploitaties c.q. plannen zijn onderverdeeld in:

  • Gemeentelijke grondexploitaties:

Er is sprake van een door de raad vastgestelde grondexploitatie. De gemeente is eigenaar van de grond. De boekwaarde van deze projecten wordt op de balans verantwoord in de categorie ‘In exploitatie genomen (bouw)gronden’.

  • Toekomstige gemeentelijke grondexploitaties:

De gemeente is eigenaar van de grond, er is nog geen grondexploitatie vastgesteld. De boekwaarde van de grond wordt verantwoord onder de categorie ´Materiële Vaste Activa´. De plankosten worden, maximaal 5 jaar, tot het moment van vaststelling van de grondexploitatie gerubriceerd onder de categorie ‘Immateriële vaste activa’. Plankosten ouder dan 5 jaar worden afgeboekt indien blijkt dat er na het verstrijken van deze termijn geen grondexploitatie is vastgesteld. Er zijn momenteel geen plannen die dicht tegen deze termijn van 5 jaar aan zitten.

  • Particuliere plannen:

De rol van de gemeente heeft betrekking op de procedure voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. Het eigendom van de grond is in particuliere handen. De gemeentelijke (plan)kosten worden door middel van een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst in rekening gebracht bij de initiatiefnemer van het betreffende plan. De boekwaarde wordt op de balans verantwoord als kortlopende vordering indien er sprake is van een ondertekende anterieure overeenkomst.

Winst- en verliesneming.

Volgens de richtlijnen van de BBV treffen wij een (verlies)voorziening voor een gemeentelijke grondexploitatie die een geprognosticeerd tekort laat zien. Op basis van de jaarlijkse actualisatie van de betreffende grondexploitatie wordt de hoogte van de voorziening herijkt. Deze voorziening wordt, als een waarde correctie, in mindering gebracht op de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie. Bijstellingen van de voorziening worden verrekend met de reserve Grondexploitaties. Voor het plan Rubenslaan moeten we in 2025 de verliesvoorziening verhogen met een bedrag van €35.673.  Winst wordt er tussentijds genomen indien hier sprake van is volgens de Percentage of completion (POC) methode zoals voorgeschreven in het Bbv.  Als we kijken naar de gemeentelijke grondexploitaties in het boekjaar 2025  nemen we in totaal voor een bedrag van €174.499 aan tussentijdse winst in de plannen Neerlanden en  Airpark.

Actualisatie gemeentelijke grondexploitaties en particuliere plannen

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Actualisatie gemeentelijke grondexploitaties en particuliere plannen

Verloop boekwaarde gemeentelijke grondexploitaties

In 2025 hebben we €377.738 aan kosten gerealiseerd en €263.054 aan ontvangsten. Daarnaast hebben we een tussentijdse winst genomen van €174.499. De boekwaarde per 31-12-2025 komt uit op negatief €4.504.663. Dat betekent dat we over alle grondexploitaties gezien we meer opbrengsten hebben ontvangen dan dat we kosten hebben gemaakt. Rekening houdende met de toekomstig nog te maken kosten en toekomstig te realiseren opbrengsten is het risicoprofiel van de grondexploitaties hierdoor zeer laag te noemen. 

Verloop boekwaarde gemeentelijke grondexploitaties
Naam Boekwaarde     1-1-2025 Gerealiseerde kosten 2025 Gerealiseerde opbrengsten 2025 Tussentijdse winstneming Boekwaarde 31-12-2025
Airpark Brabant fase II/IIb      -4.434.254           164.509          85.320          62.984      -4.292.081
Rubenslaan 1          190.981           186.931                 -                -          377.912
Neerlanden         -550.573             26.298        177.734        111.515         -590.494
Totaal      -4.793.846           377.738        263.054        174.499      -4.504.663
Negatieve boekwaarde betekent dat er meer opbrengsten zijn ontvangen dan dat er kosten zijn gemaakt

Airpark Brabant

Airpark Brabant fase II is een gemeentelijke grondexploitatie. Alle gronden in fase II zijn verkocht. Vandaar dat Airpark fase II in 2018 is uitgebreid met Airpark fase IIb. De gronden die nodig zijn om het plan te realiseren zijn nog niet gekocht. Inmiddels is er voorkeursrecht gevestigd op de gronden die de gemeente in bezit wenst te krijgen. De onderhandelingen om tot grondaankoop te komen zijn lopende. De grondexploitatie Airpark fase II/IIb heeft een positieve boekwaarde van € 4.292.081. Voor het boekjaar 2025 kunnen we een tussentijdse winst nemen van € 62.984 bij toepassing van de Poc methode. Eerder zijn er al tussentijdse winsten genomen voor een bedrag van € 2.975.837. De toekomstig nog te maken kosten komen uit op een bedrag van € 5.772.715. De toekomstig te ontvangen grondopbrengsten zijn begroot op €  5.001.659. Daarmee sluit de grondexploitatie met een positief saldo van €6.496.862 op het einde van de looptijd per 31-12-2033. Dit positief saldo is inclusief de reeds genomen tussentijdse winstnemingen.

Neerlanden

Alle gronden zijn verkocht via een marktselectie aan Hendriks bouw en ontwikkeling uit Oss. Alle 67 woningen in fase 1 zijn inmiddels gebouwd en opgeleverd.  In fase 2 zitten nog 3 kavels voor particulier opdrachtgeverschap en 22 vrije sector kavels. De 22 vrije sector kavels zijn inmiddels ook verkocht door de ontwikkelaar. De omgevingsvergunning voor de bouw van deze 22 woningen is aangevraagd. De bouw van deze 22 woningen zal in de loop van 2026 starten. Op dat moment vind ook de grondlevering van de gemeente naar de ontwikkelaar plaats en ontvangen wij de opbrengsten van deze grondverkopen. We hebben in het boekjaar 2025 een tussentijdse winst kunnen nemen van € 111.515. Het projectresultaat einde looptijd komt uit op een bedrag van € 3.397.858.

Rubenslaan

Het bestemmingsplan Rubenslaan 1 is inmiddels onherroepelijk geworden. Echter is tegen de omgevingsvergunning van het bouwen beroep ingesteld. De behandeling van dit beroep zal in het tweede kwartaal van 2026 gaan plaats vinden.  Inmiddels heeft de sloop van het aanwezig pand plaats gevonden en is de bodemsanering als gevolg van een bodemverontreiniging afgerond. Pas als de omgevingsvergunning voor het bouwen onherroepelijk is kan er gestart worden met de bouw van de 12 sociale huurappartementen door Wocom. Door het ingestelde beroep zijn de plankosten hoger dan begroot waardoor en een aanvullende verliesvoorziening genomen moet worden van € 35.673.

Het totaaloverzicht voor wat betreft de projectresultaten voor de grondexploitaties is weergegeven in onderstaande tabel:

Resultaat einde looptijd gemeentelijke grondexploitaties
Naam Boekwaarde 31-12-2025 Toekomstig nog te maken kosten Toekomstig nog te realiseren opbrengsten Resultaat einde looptijd Reeds tussentijds genomen winst t/m 2025 verliesvoorziening op eindwaarde totaal projectresultaat = resultaat einde looptijd +tussentijds genomen winst Einde Looptijd
Airpark Brabant fase II/IIb      -4.292.081        5.772.715      5.001.659    -3.521.025      -2.975.837                -      -6.496.862 2033
Rubenslaan 1          377.912           168.325        244.486        301.751                  -        301.751                  - 2027
Neerlanden         -590.494        2.013.376      4.230.788    -2.807.906         -589.952 -      -3.397.858 2029
Totaal      -4.504.663        7.954.416      9.476.933    -6.027.180      -3.565.789        264.637      -9.894.720
Negatieve boekwaarde betekent dat er meer opbrengsten zijn ontvangen dan dat er kosten zijn gemaakt

Wellicht ten overvloede wordt erop gewezen dat het becijferde resultaat is gebaseerd op voorcalculatorische en dus nog niet geheel gerealiseerde, (exploitatie)resultaten die, gaande de exploitatieperiode nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Daarnaast is het behalen van dit resultaat afhankelijk van de algemene (economische) verwachtingen in combinaties met de risico’s.

Overzicht grondaankopen

Door de gemeenteraad is een krediet beschikbaar gesteld van €2.000.000 voor het doen van grondaankopen in het kader van actieve grondpolitiek. De hoogte van dit krediet wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld. In de vastgestelde beleidsnotitie is te lezen dat nadat een uitgave ten laste van dit krediet achteraf is verantwoord via een raadsvoorstel, tussentijdse rapportage of jaarrekening het beschikbaar gestelde budget weer vrijvalt. In 2025 zijn ten laste van dit krediet de aankoop van de Heikantstraat en de aankoop van de kerk in Budel-Schoot  verantwoord.  

Financiële positie

Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Financiële positie

De financiële positie bestaat uit de boekwaarde van de gemeentelijke grondexploitaties en de reserves en risico’s die samenhangen met de exploitatie van (bouw)grond. Bij de bepaling van de financiële positie kijken we achtereenvolgens naar de reserve ruimtelijke kwaliteit, de voorziening nadelige grondexploitaties, de reserve grondexploitatie en het weerstandsvermogen.

Reserve Ruimtelijke Kwaliteit

De voeding voor de bestemmingsreserve Fonds Ruimtelijke Kwaliteit vindt plaats vanuit particuliere plannen waar een bijdrage wordt gevraagd voor deze reserve en door een bijdrage vanuit de gemeentelijke grondexploitaties op basis van een bijdrage per m2 verkochte grond. De mutatie van deze reserve is weergegeven in onderstaande tabel.

Verloop reserve Fonds Ruimtelijke kwaliteit
Stand per 1-1-2025 3.949.113
Bij: Stortingen vanuit anterieure overeenkomsten en projecten 216.680
Saldo 4.165.793
af: dekking verlies grex Rubenslaan 223.849
Stand per 31-12-2025 3.941.944
Aanvullende dekking verlies Rubenslaan (€ 35.673). Dit wordt verwerkt na de resultaatbestemming van de jaarrekening 2025.

Voorziening Nadelige grondexploitaties

Volgens de richtlijnen van de BBV moet een voorziening getroffen worden voor gemeentelijke grondexploitaties die een tekort laten zien op basis van een begroting op einde looptijd. Op basis van de jaarlijkse actualisatie van de gemeentelijke grondexploitatie wordt de hoogte van de voorziening herijkt. De voorziening wordt in mindering gebracht op de balanspost ´Onderhanden werk inzake grondexploitaties´.

Bijstellingen van de hoogte van de voorziening geschiedt middels verrekening met de reserve grondexploitatie.

Specificatie voorziening Nadelige grondexploitaties
Stand per 1-1-2025 254.361
Dotatie aan de voorziening
- Rubenslaan 1 35.673
Stand 31-12-2025 290.034

Risico’s grondexploitaties

Aan het exploiteren van (bouw)grond zijn risico’s verbonden. Zeker gelet op de lange looptijden, de relatief hoge voorinvesteringen en omvangrijke geprognosticeerde verkoopopbrengsten bij gemeentelijke grondexploitaties, moet rekening gehouden worden met een reëel risico.

 Voor de kwantificering van de risico´s wordt onderscheid gemaakt in algemene (exploitatie)risico´s en project specifieke risico´s. Voor het complex Rubenslaan is de risico inschatting, uitgaande van een ‘slecht weer scenario’ (dit wil zeggen een verslechtering van het geprognosticeerd resultaat of het niet (geheel) kunnen verhalen van de door de gemeente Cranendonck gemaakte kosten), berekend op een bedrag van afgerond €5.000. Voor de complexen Neerlanden en Airpark zijn de geprognotiseerde resultaten dusdanig dat risico’s opgevangen kunnen worden binnen het resultaat van de grondexploitatie. 

In de vermogenspositie is rekening gehouden met een risicobedrag van € 200.000 voor reeds gestarte initiatieven (het niet geheel kunnen verhalen van de door de gemeente gemaakte kosten) en € 150.000 (algemeen voorbereidingsbudget) voor nieuwe initiateven welke uiteindelijk niet doorgaan; totaal een risicobedrag van € 350.000. Het totale bedrag voor risico’s komt daarmee uit op een bedrag van €350.000 plus €5.000 = €355 .000.

Risico´s in relatie tot reserve grondexploitatie

Het uitgangspunt voor het bepalen van de minimumhoogte van de reserve grondexploitaties is dat er voldoende financiële buffer aanwezig moet blijven voor een verantwoorde continuering van de bedrijfsvoering. Hierbij is de minimumhoogte berekend op €355.000 gebaseerd op de risico’s.  De huidige omvang van de reserve ad €692.590 is voldoende om de bestaande risico’s af te dekken. Als we naar de huidige gemeentelijke grondexploitaties kijken dan zien we dat het risicoprofiel is afgenomen. De bovengrens bedraagt anderhalf maal de omvang van de noodzakelijke ondergrens en gezien de omvang van de risico’s bepaald op een bedrag van 1,5 * €355.000 = €532.500.

Reserve grondexploitaties

De reserve grondexploitaties is ingesteld om de resultaten van de lopende complexen en de ongedekte voorbereidingskredieten op te vangen. Elk jaar wordt op basis van de stand van de noodzakelijke reservepositie bepaald hoe hoog het bedrag is dat overgeheveld kan/moet worden naar/van de gemeentelijke algemene reserve.

Overzicht verloop reserve Grondexploitaties
Stand per 01-01-2025 1.719.178,00
Bij: Resultaatbestemming 2024: afroming t.g.v. algemene reserve -1.188.000,00
Bij: Tussentijdse winstneming Airpark 62.984,00
        Tussentijdse winstneming Neerlanden 111.515,00
         Resultaat anterieure overeenkomsten 22.764,00
Subtotaal 197.263,00
af: Verliesvoorziening Rubenslaan 35.673,00
Subtotaal 35.673,00
Saldo per 31-12-2025 692.768,00
Berekende maximale omvang reserve 532.500,00
Toevoeging vanuit de reserve grondexploitatie aan  de algemene reserve -160.268,00
De toevoeging van het bedrag van €160.268 aan de algemene reserve vanuit de reserve grondexploitatie is een besluit van de gemeenteraad bij vaststelling van de jaarrekening en wordt daarom verwerkt na 31-12-2025 en is terug te zien in de jaarrekening 2026.

Weerstandsvermogen

Op grond van het BBV bepaalt het weerstandvermogen de mate waarin middelen vrijgemaakt kunnen worden om naast het afdekken van tekorten ook substantiële tegenvallers en risico’s op te vangen (zonder aanpassing van beleid). Voor het bepalen van het weerstandsvermogen zijn drie zaken van belang:

  1. De uiteindelijke resultaten van de grondexploitaties en particuliere plannen;
  2. De risico’s van/rondom grondexploitaties;
  3. De stand en ontwikkeling van de reserve grondexploitatie.
Specificatie weerstandsvermogen
Reserve grondexploitaties per 1-1-2025 531.178,00
Nog te realiseren resultaten gemeentelijke grondexploitaties 6.328.931,00
Risico’s dekking en verlies -532.500,00
Risico minder winst -317.339,00
Totaal weerstandsvermogen per 31-12-2025 6.010.270,00

Het risico minder winst van € 317.339 vloeit voort uit de risico analyse van de grondexploitaties Neerlanden en Airpark waarbij naar scenario’s wordt gekeken als mogelijk hogere inflatie van kosten (5%), stijging van rente naar 2,5% en 10% lagere grondprijzen in combinatie met een inschatting van de kans van optreden.

Er kan worden geconcludeerd dat de huidige reserve grondexploitatie en de geprognosticeerde positieve resultaten van de grondexploitaties ruimschoots de risico’s afdekken.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

Een groot vermogen is geïnvesteerd in de kapitaalgoederen in onze gemeente. De kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente, onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Met het beheer en onderhoud van onze wegen, de openbare verlichting en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is een grote inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. Deze paragraaf geeft via een dwarsdoorsnede van de begroting, inzicht in de mate van onderhoud en de financiële lasten daarvan.

Algemeen kaderstellend tot 2025 is:

Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025 vastgesteld in september 2020. Hierin is afgesproken dat het garantieniveau van de kapitaalgoederen niveau C is. Hierbij wordt gestreefd naar het onderhoudsniveau C-plus voor de belangrijkere openbare ruimte en infrastructuur. Twee keer per jaar wordt het niveau gemonitord.

IBOR 2026-2030 vastgesteld

Om het beheer van de openbare ruimte te continueren is er een nieuwe notitie IBOR 2026-2030 gemaakt. Dit plan is op 9 december 2025 vastgesteld in de raad en zal voor de komende jaren de richting zijn voor het Openbaar Gebied. Bij de integrale notitie voor het Beheer van de Openbare Ruimte worden de volgende vakdisciplines meegenomen:

Wegen Integrale afstemming groot onderhoud en vervangingen
Openbaar Groen Vergroening openbare ruimte / beperken hittestress
Openbare Verlichting Energiebesparing
Verkeersvoorzieningen Afstemming en sturing verkeer
Straatmeubilair/speelvoorzieningen Afstemming onderhoud en vervangingen
Rioleringen Integrale afstemming groot onderhoud, afkoppelen, infiltreren en opvangen regenwater
Afval/reiniging Afstemming inzameling afval en schoonhouden openbare ruimte
Energietransitie Afstemmen plannen voor besparen energie

 

Openbaar groen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbaar groen

Met de aanleg, het beheer en onderhoud van het gemeentelijke groen versterken we het groene en rustieke karakter van Cranendonck. Groen speelt een belangrijke rol in het behouden van en versterken van de eigen uitstraling van elke kern. Daarnaast draagt een robuuste groenstructuur bij aan het behalen van onze duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen, onder meer door het verminderen van hittestress en het bufferen van regenwater. Zo kunnen wij Cranendonck ook in de toekomst leefbaar houden voor alle inwoners. Product Openbaar groen maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed “groen” is het volgende kaderstellend:

  • Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025
  • Rijksregels vellen houtopstanden
  • Zorgplicht bomen (Boomveiligheidscontroles en beheer) 
  • Groenvisie Cranendonck 2024

Kosten onderhoud 2025

Ieder jaar wordt een werkplan groen opgesteld. Aangezien groen een levend kapitaalgoed is, kunnen we geen meerjarenplanning hiervoor maken. De gemeentelijke bomen worden in een vaste cyclus van vier jaar gesnoeid.

Onderhoudsachterstanden

De huidige onderhoudsbudgetten zijn afgestemd op het behalen van het kwaliteitsniveau C in de openbare ruimte. We trachten hiervoor niveau B te realiseren. Momenteel behalen wij afwisselend niveau B en C.

De kwaliteit van ons bomenbestand is achterstallig omdat hieraan al jaren geen regulier periodiek onderhoud heeft plaatsgevonden. Momenteel maken we een inhaalslag. De planning is dat we in 2026 alle snoeiachterstanden hebben weggewerkt.

Ontwikkelingen

In 2024 is een nieuwe groenvisie vastgesteld. Op basis hiervan stellen we een nieuw uitvoeringsprogramma op, waarbij de nadruk komt te liggen op klimaatadaptatie, soortenrijkdom, en een gezonde leefomgeving.

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

De “Wegen” zijn een onderdeel van het programma 1: Wonen + Leven. Voor de verkeersveiligheid en sturing van het verkeer zijn continue verbeteringen aan het wegennet nodig. Onderhoud en vernieuwing van dorpskernen, rustlocaties en recreatieve fietspaden stimuleren ook recreatie, toerisme en bedrijfsontwikkelingen. Ontwikkelingen zorgen ook voor een betere woon- en leefklimaat. Met het tijdig uitvoeren van voldoende en effectief onderhoud wordt de levensduur van de verhardingen verlengd. Voor de duurzaamheid en het vernieuwen van de openbare ruimten worden de projecten integraal afgestemd. Deze afstemming vindt plaats met rioleringen op het gebied van het afkoppelen van regenwater, openbaar groen en nieuwbouwprojecten.

Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen “wegen” is het volgende kaderstellend:

  • Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025, vastgesteld door de Raad in 2020 Hierin staat het gewenste kwaliteitsniveau beschreven.
  • Beheerplan wegen 2021-2025, vastgesteld door het college december 2020.
  • Wet- en regelgeving zoals:
    • De Wegenwet en Wegenverkeerswet
    • Risico- en schuldaansprakelijkheid
    • Wet milieubeheer, Besluit bodemkwaliteit en Geluid
    • Duurzaamheid
    • Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (GVVP) 2017 – 2025, vastgesteld in april 2017.
  • De kwaliteit van de wegen is mede vormgegeven op basis van de CROW (Centrum voor Regelgeving in de Grond-, Wegen- en Waterbouw) richtlijnen.

Kosten onderhoud in 2025

De gemeente Cranendonck heeft het onderhoud aan de wegen in 2025 laten uitvoeren op basis van het Beheerplan wegen 2021-2025 en het uitvoeringsplan wegen 2024-2025. Bij de jaarlijkse uitvoeringsplan worden naast de verharde wegen ook de onverharde wegen, bermen, wegmarkeringen en civiele kunstwerken meegenomen. Na de winterperiode stelden we het uitvoeringsplan op, hoe om het gaan met verouderingen van de verhardingen, winterse invloeden, zware transporten en kabel- en leidingwerk. Deze bijlstelling van het uitvoeringsplan voerden we uit aan de hand van periodieke weginspecties en schouwgegevens. Daarnaast stemden we het uitvoeringsplan integraal af met de verkeersmaatregelen, rioleringsprojecten en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte.

Het uitvoeringsplan wegen 2024-2025 stemden we af op de kwaliteitsambities van de notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025. Deze notitie is in september 2020 vastgesteld. Hierin is afgesproken dat het garantieniveau van de kapitaalgoederen niveau C is. Hierbij streven we naar het onderhoudsniveau C-Plus voor de belangrijkere openbare ruimte en infrastructuur.

In 2024 is gestart met de realisatie van het project Meemortel Budel. De herinrichting van de Meemortel hebben we inclusief het kruispunt met de Burg. van Houtstraat in 2025 afgerond. In 2025 is ook het recreatieve fietspad tussen de Keunenhoek en Broekkant vernieuwd en verbreed.

Onderhoud wegen

Naast het klein en regulier onderhoud voerde de gemeente in 2025 ook enkele grotere projecten uit. Dit wat het groot onderhoud van de rotonde Meemortel / Geuzendijk, Randweg-Zuid (gedeelte Meemortel - Miel Davitsstraat). Ook verrichte we onderhoud aan de trottoirs en fietspaden van de Neerlanden en St. Barbaraweg (voetpad rechterkant tussen de Peeldijk en Kon. Julianastraat). Verder hebben we langs de Rijksweg (gedeelte tussen de bocht nabij de Randweg-Oost en zijweg Rijksweg) grasbetontegels aangebracht.

Tijdens het verzwaren van de elektriciteitskabels langs de Molenheide is namens het nutsbedrijf het vrij liggende fietspad tussen de Perkstraat en het Reepad vernieuwd.

De resterende middelen in de voorziening onderhoud wegen sluiten aan op de uitvoering van het beheerplan wegen voor de onderhoudsperiode 2026-2030. Het geplande onderhoud van de Mulkstraat wordt afgestemd op de planning van de nutsbedrijven in 2026 uitgevoerd.

Onderhoudsachterstanden

Er zijn geen onderhoudsachterstanden. In de meerjarenplanning stemmen we het onderhoud integraal af op de geplande reconstructies, verkeersmaatregelen, rioleringsprojecten en werkzaamheden nutsbedrijven. Bij gepland groot onderhoud en reconstructies onderhouden we de wegen, pleinen en trottoirs op basis van de ondergrens kwaliteit C. Ook houdt de gemeente in de planning rekening met kabel- en leidingwerkzaamheden van de nutsbedrijven.

Openbare verlichting (elektrische installaties)

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting (elektrische installaties)

Openbare verlichting verbetert de leefbaarheid, de sociale- en verkeersveiligheid. Een belangrijk aandachtspunt is ook duurzaamheid en energiebesparing. Het product Openbare Verlichting maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘elektrische installaties’ is het volgende kaderstellend:

  • Notitie Beheer Openbare Ruimte 2021-2025, vastgesteld door de Raad in 2020. Hierin staat het gewenste kwaliteitsniveau beschreven.
  • Richtlijn NPR 13201 (Nederlandse Praktijk Richtlijn voor de kwaliteitscriteria van openbare verlichting).
  • Nieuwe ontwikkelingen in de woonkernen. 
  • Nationaal energie-/klimaatakkoord.

Kosten onderhoud 2025

Binnen de vastgestelde beheerkaders onderhouden wij de openbare verlichting. In reactie op eigen waarneming of meldingen van anderen repareren we defecten op adequate wijze. De huidige onderhoudsbudgetten zijn toereikend voor dagelijks onderhoud.

Verduurzaming (verLEDding) van de openbare verlichting

Om tot de 50% energiebesparing (2013-2030) van het energieakkoord te komen is in 2023 gestart met de “verLEDding” van de openbare verlichting. Ongeveer 65% van de openbare verlichting bestaat vanaf dan uit duurzame LED-verlichting. De vervangingsinvesteringen voor de overige openbare verlichting wordt in het nieuwe investeringsprogrammanotitie “Beheer Openbare Ruimte” (2026 en verder) opgenomen.

Speelvoorzieningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Speelvoorzieningen

Spelen is voor kinderen van groot belang voor hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Daarnaast nodigt een veilige openbare speelruimte uit tot actief bewegen. Product Speelvoorzieningen maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘speelvoorzieningen’ is het volgende kaderstellend:

Veiligheid van de speeltoestellen wordt getoetst aan de hand van wettelijke richtlijnen.

Kosten onderhoud 2025

De jaarlijkse inspecties en de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden kunnen binnen het onderhoudsbudget worden betaald. Volgens de vastgestelde besluitvorming is er geen ruimte voor vervangingsinvesteringen op krimplocaties.

Onderhoudsachterstanden

Er zijn geen onderhoudsachterstanden.

Uitvoering projecten ter verbetering van kapitaalgoederen

Conform eerder genomen besluiten bouwen we de locaties met speeltoestellen af van 58 naar 16 locaties. De natuurlijke levensduur van de toestellen is leidend voor de afbouw. Wanneer alle speeltoestellen zijn verwijderd aan de hand van de natuurlijke levensduur, blijven de locaties wel bestaan als speelveld of groenstrook.

Ontwikkelingen 2025

In Maarheeze nabij de Smeltkroes zijn een pumptrack en panna veld gerealiseerd.

Riolering & water

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering & water

Alle inwoners en bedrijven in de gemeente Cranendonck hebben baat bij een goed en functioneel rioolstelsel uit oogpunt van volksgezondheid, voorkomen van wateroverlast en milieubescherming. Daarnaast draagt doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater bij tot een aangenaam woonklimaat met een groen karakter. “Riolering & Water” maakt onderdeel uit van programma 1: Wonen + Leven.

Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen ‘riolering & water’ is het volgende kaderstellend:

  • De Wet milieubeheer (afvalwaterzorgplicht)
  • Waterwet (hemelwater- en grondwaterzorgplicht)
  • Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2021 – 2025 (vastgesteld oktober 2020): dit is een wettelijke verplichting die is vastgelegd in de wet milieubeheer artikel 4.22. Het huidige vGRP is vertaald in de begroting 2024.

Kosten onderhoud in 2025

De gemeente Cranendonck heeft het onderhoud voor haar zorgplichten afval-hemel en grondwater uitgevoerd zoals omschreven in het vGRP 2021-2025. Bij de jaarlijkse uitvoeringsplannen voor de mechanische riolering is in 2025 aanvullend de elektrische keuring gedaan en zijn de noodzakelijke herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Als gevolg van de natte winter 2024 zijn meldingen ontvangen van wateroverlast bij watergangen in het buitengebied. Met de aanbesteding onderhoud en beheer watergangen is aandacht besteed aan onderhoud van duikers. Uitvoering hiervan is gepland in de planperiode (2025-2029) van deze overeenkomst. Daarnaast zijn ontvangen  meldingen in behandeling genomen. 

Onderhoudsachterstanden

Op dit moment zijn er geen onderhoudsachterstanden. 

Uitvoering projecten ter verbetering van kapitaalgoederen

Conform het vGRP 2021-2025 is het project Meemortel integraal uitgevoerd in 2025. De opgedane ervaringen m.b.t. bodemvervuiling zijn meegenomen in de voorbereiding van de projecten herinrichting openbare ruimte Gastelseweg Fase 3 en Brunellastraat en omgeving. In het 2e kwartaal 2026 start hiervoor de aanbesteding.  Daarnaast zijn de overleggen gestart voor het afkoppelen van basisschool De Muzenberg in Maarheeze. 

Gemeentelijke gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gemeentelijke gebouwen

De gemeente verzorgt het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. De gemeentelijke gebouwen zijn onderdeel van programma 1: Wonen + Leven en programma 2: Economie + Ondernemen.
Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘gebouwen’ is het volgende kaderstellend:

•    Nota gemeentelijke gebouwen, vastgesteld september 2016.
•    Gebouwen dienen te voldoen aan de wettelijke eisen.
•    De Raad heeft op 29 september 2020 het MJOP 2020 –2034 vastgesteld. Daarmee is het MJOP mede kaderstellend.

Naast het bovengenoemde is in 2025 gestart met het opstellen van het accommodatiebeleid. Dit beleid geeft richting aan de manier zoals wij onze gebouwen willen inzetten en welke gebouwen we juist wel of niet in beheer willen hebben.

Kosten onderhoud 2025
De middelen voor dagelijks onderhoud worden uit de exploitatie bekostigd. Klachtonderhoud en dagelijks onderhoud is niet actueel begroot, voor de begroting 2027 wordt hier een slag in gemaakt om dit beter te begroten, zodat helderheid ontstaat in de financiële middelen. De middelen voor meer jaren onderhoud (MJOP) worden uit de voorziening onderhoud gebouwen onttrokken. Voor 2025 is de stand van de voorziening besproken aan de hand van het MJOP 2020-2034. Op basis van de voorziening zijn keuzes gemaakt qua uitvoering van het MJOP. Ieder jaar wordt het MJOP bijgesteld naar aanleiding van het voorafgaande jaar.  In de afgelopen jaren is wel gebleken dat de afstemming van een herijkt MJOP niet is doorgekomen bij financiën, waardoor het bronbestand van financiën niet echt is herijkt. Dit staat voor begroting 2027 wel te gebeuren om te zorgen dat we een betere aansluiting krijgen.

Voor 2025 is gebleken dat niet alles is uitgevoerd vanuit het MJOP. Dit heeft te maken met het feit dat er gebouwen zijn waarvan nog niet duidelijk was/is wat hiermee gaat gebeuren. De kosten in het MJOP zijn daardoor blijven staan. Het gaat hier dan om bijvoorbeeld de Schaapskooi (vervanging door Cranenhoeve), De Reijnder (waarschijnlijk nieuwbouw), Smeltkroes (onduidelijkheid in toekomst renovatie of nieuwbouw) en de Schakel (start nieuwbouw in 2025).

 Het dagelijks en groot onderhoud van de bouwhallen is via de huur-, gebruiksovereenkomst belegd bij de verenigingen.

Ontwikkelingen 2025
Met meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) 2020-2034 is inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn die (theoretisch) de komende jaren op ons afkomen. Het MJOP was stap één als onderdeel van het totaalplaatje. Het duurzaamheidsmeerjarenonderhoudsplanning (DMOP) gaat in op het onderhoud dat nodig is om te voldoen aan de duurzaamheidseisen die gesteld worden vanuit het Rijk. Er zijn vanuit een subsidiepotje drie eerste scans in gang gezet, het gaat hier dan om de volgende gebouwen; De Borgh, Smeltkroes en het gemeentehuis. Met deze scans kan in 2026 worden bekeken wat er moet gebeuren om te verduurzamen. Dit zou dan moeten landen in de begroting van 2027. 

Het MJIP geeft aan welke investeringen nodig zijn bij vervanging en/of renovatie. Hierbij gaat het dus om aanvullende kosten ten opzichte van het MJOP waarin alleen het groot onderhoud is opgenomen. Het MJIP maakt het mogelijk voor de langere termijn keuzes te maken in vastgoed. Doordat inzichtelijk is welke investeringen wanneer nodig zijn kan een goede afweging gemaakt worden of deze investering nog wenselijk is of gekozen wordt voor andere oplossingen. Dit project is nog niet opgestart vanwege andere prioriteiten. Insteek is dat dit zijn invulling gaat krijgen in 2026 doorlopend naar 2027.

Gemeentelijke sportaccommodaties

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Gemeentelijke sportaccommodaties

De sportaccommodaties maken deel uit van programma 3: Toerisme + Recreatie. De gemeente wil een gevarieerd aanbod aan sportactiviteiten ondersteunen. Hierbij werd de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud van de accommodaties zoveel mogelijk bij de gebruikers (lees: verenigingen) neergelegd.

Voor het onderhoud van het kapitaalgoed ‘sportaccommodaties’ is het volgende kaderstellend:

  • Actualisering MJOP/MJIP (wordt na vaststelling accommodatiebeleid opgepakt).
  • Actualisering van de onderhoudscontracten inclusief onderhoudsbijdrage ( is lopende en volgt definitief na vaststelling van accommodatiebeleid)
  • Meting sportvelden inclusief onderhoudsadvies (KIWA)

We hebben voor 2025 een pilot gepakt met een voetbalclub. Hier is een demarcatielijst op het gebied van vastgoed en sport opgeleverd en ondertekend door gemeente en voetbalclub. Dit principe wordt in 2026 verder doorgezet naar de andere clubs, om hiermee een eenduidige insteek te hanteren.

Kosten onderhoud 2025

De kosten van het onderhoud van sportparken en binnensport zijn begroot en uitgevoerd. Deze kosten voor de sportparken zijn zo goed als overeen gekomen met de ramingen. Wel dienen we in 2026 nog een bijdrage te ontvangen via SPUK. De kosten voor de binnensport zijn negatief uitgevallen door een aantal noodzakelijke werkzaamheden en aanschaf van materiaal. Te denken valt hier aan vervanging verlichting sporthal Muzenberg, schrobmachine Smeltkroes.

Ontwikkelingen 2025

De sportaccommodaties voldoen aan de veiligheidsnormen. Hierop is in 2025 weer gecontroleerd en goed bevonden. In 2025 Hebben we alleen bij de pilot club de afspraken helder kunnen maken. De andere verenigingen dienen nog uitgerold te worden volgens de pilot aanpak.

Onderhoud & vervanging Tractie

Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Onderhoud & vervanging Tractie

Tractie (rollend materieel gemeentewerf) is een onderdeel van de gemeentelijke kapitaalgoederen. De tractie wordt gebruikt voor de producten openbare groen, sport, riool, openbare gebouwen, evenementen enzovoort.

Bij de bestelling van de tractie worden onderstaande uitgangspunten aangehouden:

  • Tractiemiddelen dienen betrouwbaar in de bedrijfsvoering en veilig te zijn. Tractiemiddelen dient te voldoen aan de wettelijke eisen.
  • Tractiemiddelen zijn elektrisch, mits dit past in het gebruik (technisch) ervan.

De kosten van de tractie is in begroting 2024 vastgesteld als een krediet. Door de keuze om het wagenpark gedeeltelijk in de lease te laten komen, dient het krediet nog omgezet te worden naar lease. Hierbij blijven een drietal tractiemiddelen als koop staan.

Kosten onderhoud 2025

We vragen geen extra middelen aan voor het onderhoud.

Ontwikkelingen 2025

Het wagenpark is in 2025 gedeeltelijk vervangen (4 wagens). De rest is besteld en zal in 2026 worden geleverd. De 4 wagens die zijn geleverd zijn allemaal elektrisch.  Daarnaast is er ook een tractor aangeschaft, deze is niet elektrisch.

In 2027 zal de graaflaadcombinatie (JCB) nog vervangen worden en in 2028 de vrachtwagen.

Paragraaf Subsidies

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Algemeen

De gemeente levert een financiële bijdrage aan diverse instellingen en verenigingen in de vorm van subsidies. De subsidies zijn verwerkt in de programma’s van de programmabegroting 2025. In totaal gaat het om een bedrag van circa € 4,3 miljoen. In deze paragraaf subsidies is het totaalbeeld van de subsidies opgenomen.

Soorten subsidies

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Soorten subsidies

Subsidie is ‘de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten’ (artikel 4:21 van de Awb).

De Awb eist dat gemeenten de grondslag voor het verstrekken van subsidie vastleggen in een algemeen verbindend voorschrift (= subsidieverordening), dat door de raad is vastgesteld. Hierop zijn vier uitzonderingen mogelijk:

  1. Subsidies die worden verleend in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift. Het wettelijk voorschrift moet dan binnen een jaar tot stand zijn gekomen;
  2. Subsidieregelingen die door de Europese Unie zijn vastgesteld;
  3.  Indien de begroting de subsidieontvanger specifiek vermeldt en het bedrag aangeeft waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld (subsidieverstrekking op basis van een begrotingspost);
  4. Eenmalige subsidies, mits deze voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.

Bij bovenstaande uitzonderingen blijft gelden dat de procedure voor subsidieverstrekking moet voldoen aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. Ook is het uitgangspunt dat de subsidie moet worden verstrekt voor een doel dat bijdraagt aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Er zijn diverse soorten subsidies, elk met eigen kaders en richtlijnen:

  1. Stimuleringssubsidies: een eenmalige subsidie voor een activiteit/activiteiten met een eenmalig of experimenteel karakter; of een eenmalige subsidie voor activiteiten waarvan het college heeft aangegeven dat ze die wil stimuleren.
  2. Budgetsubsidies: een subsidie voor activiteiten die bij voortduring dan wel periodiek (één jaar of langer) plaatsvinden en die op grondslag van meetbare activiteiten wordt verleend aan (professionele) organisaties, waarbij een uitvoeringsovereenkomst met de organisatie kan worden gesloten.
  3. Accommodatiesubsidie: een subsidie die bijdraagt aan de kosten van een accommodatie.
  4. Activiteitensubsidie: een subsidie voor activiteiten die bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen en bij voortduring dan wel periodiek (één jaar of langer) plaatsvinden waarmee de gemeente aangeeft het aanbod van bepaalde activiteiten door een organisatie van belang te vinden.
  5. Basissubsidies: optelsom van activiteiten- en accommodatiesubsidie.

Beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Beleid

Het beleid met betrekking tot subsidies is vastgelegd in het subsidiebeleid, de subsidieverordening van de gemeente Cranendonck en bijbehorende nadere subsidieregels 2022. In 2021 is de Algemene subsidieverordening Cranendonck 2021 vastgesteld. In deze subsidieverordening zijn onder andere begripsbepalingen geactualiseerd en is de datum van indienen van de vaststelling en de aanvraag aangepast. Op basis van het koersdocument en in overleg met verenigingen worden de nadere subsidieregels geactualiseerd en vastgesteld. De nadere regels zijn een bevoegdheid van het college.

Het subsidiebeleid geeft weer welke uitgangspunten de gemeente hanteert bij de toepassing van het instrument subsidie. Deze uitgangspunten vormen het kader voor de uitwerking van de subsidieverordening en de subsidieregels.

In de subsidieverordening staat de procedure van aanvraag, verlening, verantwoording en vaststelling van subsidies inclusief hieraan gekoppelde voorwaarden. Ook zijn er de administratieve verplichtingen (termijnen, te overleggen bewijsstukken, etc.) in opgenomen. Basis voor de verordening zijn de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.

In de nadere regels, aangepast in 2022, wordt aangegeven hoe de hoogte van de subsidie wordt berekend en aan welke eisen en verplichtingen een aanvrager moet voldoen.

De gemeente streeft voor de diverse beleidsterreinen specifieke doelstellingen na. Subsidie wordt ingezet als middel om bepaalde maatschappelijke doelstellingen te behalen, bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen te stimuleren.

De doelstellingen zijn uitgewerkt en vastgelegd in diverse beleidsplannen. Daarnaast wordt aangesloten op de strategische visie. De volgende algemene doelstellingen kunnen worden genoemd:

Wonen en leven

De gemeente biedt de mogelijkheid om burgers in elke kern samen te laten komen. Hierdoor versterken we de sociale cohesie. Onze burgers wonen in een omgeving waarbij ze tevreden zijn over het beheer van de openbare ruimte.

Kunst en cultuur

De gemeente biedt haar inwoners de mogelijkheid kennis te maken met en deel te nemen aan (lokale) kunst- en culturele activiteiten. Onderdeel hiervan is het behoud van de eigen identiteit van Cranendonck.

Sport

De gemeente biedt haar inwoners, met speciale aandacht voor jeugd en mensen met een beperking, de mogelijkheid kennis te maken met en deel te nemen aan een gevarieerd aanbod aan sport- en beweegactiviteiten.

Zorg

De gemeente stimuleert dat inwoners, van jong tot oud, zich kunnen ontplooien en verantwoordelijkheid nemen. Inwoners doen mee in de samenleving.

Subsidieplafond

Terug naar navigatie - Paragraaf Subsidies - Subsidieplafond

De gemeente Cranendonck werkt met een subsidieplafond. Dit subsidiebudget is het bedrag dat gedurende een subsidiejaar ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van basis- en stimuleringssubsidies. Het subsidiebudget kent een plafond dat voor 2025 wordt vastgesteld op €  527.548. Dit is het plafond van 2024 verhoogd met een index van 2,3% - € 50.000 die eenmalig is ingeleverd bij de Burap.

Door de gemeenteraad is besloten om het subsidieplafond in 2024 met € 5.000 te verhogen voor subsidiering van legeskosten. Daarmee is jaarlijks maximaal € 20.000 binnen het totale subsidiebudget beschikbaar voor stimuleringssubsidies. Bij een subsidieplafond worden subsidies verstrekt zolang er middelen beschikbaar zijn. Als het budget op is, wordt een subsidieverzoek in principe afgewezen. Voor de manier waarop de middelen worden verdeeld, zijn nadere (subsidie)regels vastgesteld.

Vanwege de huidige manier van subsidiëren, op basis van maatschappelijke doelstellingen, ondernemen verenigingen extra activiteiten om aan meer maatschappelijke doelstelling een bijdrage te kunnen leveren en daarmee meer subsidie ontvangen. Hiermee lijkt het subsidiebeleid een gewenst effect te behalen namelijk de bijdrage aan de doelstellingen van gemeentelijk beleid.

Financieel overzicht subsidies

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de subsidiebedragen zoals die zijn verleend voor 2025. Organisaties die meer dan € 2.000 subsidie ontvangen, moeten voor 1 juni 2026 een vaststellings-aanvraag indienen. De subsidies over 2025 moeten uiterlijk 31 december 2026 vastgesteld zijn. 

Basissubsidies
Beleidsterrein: Begroot 2025: Toegekend 2025:
- Kunst & Cultuur Zie totaal € 68.750
- Zorg Zie totaal € 59.500
- Wonen & Leven Zie totaal € 18.825
- Sport: maatschappelijke doelen Zie totaal € 57.290
- Sport: accommodatie subsidie Zie totaal € 294.515,27
Basissubsidies € 507.548 € 498.880,27

Stimuleringssubsidies 

25 aanvragen in 2025

€ 20.000

€ 11.338,29
Totaal basissubsidies 2025 € 527.548 € 510.218,56

 

Budgetsubsidies
  Begroot 2025: Toegekend 2025:
Cordaad € 755.225 € 755.225
Lumens € 537.612 € 512.298
Combinatie Jeugdzorg € 550.000 € 651.333
GGzE € 140.224 € 140.224
GGD Zuid-Oost Brabant € 841.198

€ 822.643

GGD-JGZ maatwerk € 49.588 € 46.825
Slachtofferhulp - € 8.069
Stichting Carrousel € 2.394 € 2.394
De Klimroos € 12.000 € 12.000
Stichting Leergeld Weert € 39.000 € 39.000
Voedselbank Weert € 7.542 € 4.200
Toon Hermans huis Weert € 3.500 € 3.500
Bibliotheek de Kempen € 482.200 € 496.544
Digitaalhuis € 28.325 € 28.325
AK de Smeltkroes € 14.500 € 15.000
Theatercommissie de Borgh € 15.000 € 15.000
Cantine theater € 5.000 € 5.000
RICK € 120.181 € 122.825
Stichting Muziekactiviteiten Grensland € 23.000 € 25.000
Stichting Cultuur Maarheeze € 17.000 € 22.000
Radio Pulsar / Horizon € 15.000 € 15.000
Stichting EU Jeugdsportdagen € 5.000 € 5.000
Gemeenschapshuis de Reinder € 34.300 € 33.500
Gemeenschapshuis de Schakel € 6.081 € 7.185,85
Totaal budgetsubsidies 2025 3.703.870 € 3.788.090,85
  Begroot 2025: Toegekend 2025:
Totaal basis- en budgetsubsidies € 4.231.418 € 4.298.309,41

Budgetsubsidies

Budgetsubsidies vallen alleen onder de werking van het subsidiebeleid voor zover het gaat om de toepassing van aanvraag- en afhandeltermijnen. Inhoudelijk wordt per budgetgesubsidieerde instelling de subsidie bepaald. Er zijn geen algemeen geldende criteria voor deze instellingen (bijvoorbeeld voor het berekenen van de subsidie), zodat ook geen sprake is van een algemeen geldend subsidieplafond voor budgetsubsidies.

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inleiding

Bij het uitvoeren van gemeentelijke processen en het nastreven van doelen heeft de gemeente te maken met een scala aan risico’s. Deze paragraaf geeft aan hoe robuust de gemeentelijke begroting bestand is om onvoorziene financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat het beleid daarvoor veranderd hoeft te worden. Daarvoor is het noodzakelijk een goed inzicht te krijgen in de omvang van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit.

Volgend op de uitgebreide risico-inventarisatie die heeft plaatsgevonden en de vertaling daarvan naar ons weerstandsvermogen, vraagt het managen van geïdentificeerde, maar zeker ook nieuwe risico’s om continue aandacht. Managen in die zin dat gefundeerde beslissingen worden genomen om nadelige effecten bij het optreden van risico’s te verminderen dan wel te elimineren. Zo kunnen risico’s worden voorkomen of verminderd, kan beleid worden aangepast en kan ook worden besloten om risico’s op verantwoorde wijze te accepteren.

Bij het verder door ontwikkelen van risicobeheersing hoort ook extra en toenemende aandacht voor risico’s als fraude, cybercriminaliteit, corruptie, ondermijning en niet-integer handelen. Naast beheersing via ‘technische’ controles gaat het hier vooral om gedrag van mensen. Een manier om vooral dit laatste beter te begrijpen kan aan de hand van de fraudedriehoek worden uitgelegd.

 

Gelegenheid: krijg ik de kans om te frauderen door hiaten in onze processen/computersystemen? Wat is de pakkans? 
Druk/motivatie: wat is de (achterliggende) reden om te frauderen? Word ik door iemand gedwongen, heb ik geld nodig, is het de kick of uitdaging om te zien wat er kan, etc. 
Rationalisatie: kan ik de handeling voor mezelf goedpraten (ik verdien meer dan dat ik krijg, niemand mist het, ik betaal het wel terug)?

Iedereen die te maken heeft met onze gemeente moet erop kunnen vertrouwen dat wij op een betrouwbare, eerlijke en zorgvuldige manier zaken doen. Als organisatie beschikken we over een breed scala aan zogenaamde soft controls waaronder het afleggen van de ambtseed/-belofte, de eis van een verklaring van goed gedrag en een vastgestelde regeling en gedragscode o.a. op het gebied van nevenwerkzaamheden en financiële belangen.
Daar is sinds 2024 de fraude-risicoanalyse aan toegevoegd waarmee via een selecte steekproef 30 medewerkers  worden bevraagd op hun ervaring met 10 organisatiekenmerken die van invloed kunnen zijn op een verhoogd of verlaagd frauderisico. De aandachtspunten die hieruit naar voren komen worden door concerncontrol opgepakt.

 

Actuele ontwikkelingen op het weerstandsvermogen 2025

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Actuele ontwikkelingen op het weerstandsvermogen 2025

Het opmaken van de jaarrekening 2025 vindt  plaats na afronding van het hoekjaar, dus in 2026. Dat maakt dat, in tegenstelling tot bij de meeste onderdelen uit deze jaarstukken, voor het bepalen van het benodigde  weerstandsvermogen, dat de risico's per heden, maart 2026, worden beoordeeld. De belangrijkste wijziging in de top 10 van risico's is het gevolg van de onlangs gestarte maar  aanhoudende onrust in het Midden Oosten en met namen door de oorlog tussen de VS, Israël en Iran. De inschatting van onze inkoop- en aanbestedingsexperts is dat we op korte termijn een aanzienlijke kostenstijgingen te maken krijgen in de Grond-, Wegen- en -Waterbouw, de afvalverwerking en de utiliteitsbouw. Sectoren waarin een groot deel van de gemeentelijke investeringen plaatsvinden. het inflatierisico is daarom in de risico-inventarisatie verhoogd van € 200.000 naar € 400.000.

Verschillende soorten risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Verschillende soorten risico’s

Bij het inventariseren van risico’s is het van belang om een onderscheid te maken tussen jaarlijks terugkerende risico’s en risico’s die specifiek zijn voor een bepaald jaar. Er zijn risico’s, zoals onzekerheden ten aanzien van de hoogte van de algemene uitkering, die van invloed zijn op het beleid van de gemeente, die elk jaar voorkomen en daarmee structureel van aard zijn. Dit betekent echter niet dat de kans op het risico en het financieel gevolg bij het voorkomen van het risico elk jaar hetzelfde is. Deze risico’s worden elk jaar opnieuw gekwantificeerd. 
 
Daarnaast zijn er risico’s die specifiek zijn voor een bepaald jaar, omdat er in dat jaar bijvoorbeeld een project loopt dat risico’s met zich meebrengt. Dit soort risico’s, zoals vertraging van een project door externe omstandigheden, moet elk jaar opnieuw in beeld worden gebracht. Bepaalde ontwikkelingen, spelen niet elk jaar en zijn daardoor enkel in bepaalde jaren een risico.  
 
Het risicoprofiel verschilt hierdoor van jaar tot jaar. Niet alleen de risico’s verschillen qua kans en impact, maar ook de benodigde weerstandscapaciteit verschilt per jaar.  
 
Naast jaarlijkse, structurele risico’s en specifieke risico’s per jaar zijn er ook nog risico’s die niet te kwantificeren zijn. Hierbij gaat het om risico’s die niet uit te drukken zijn in financiële middelen, maar waar we wel rekening mee moeten houden.  Daarbij gaat het om risico's in de kwaliteit van dienstverlening, juridische procedures, ICT applicaties, HRM processen en dergelijke.

Wat is weerstandscapaciteit?

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Wat is weerstandscapaciteit?

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de uitvoering van taken op het huidige niveau. Structurele weerstandscapaciteit omvat de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Hoe groot de totaal minimaal beschikbare weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die de gemeente loopt.  

De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de volgende onderdelen: 
•    De algemene reserve voor enerzijds het opvangen van risico’s waarvoor geen voorziening is getroffen zonder dat de uitvoering van het reguliere beleid van de gemeente wordt verstoord (= ondergrens) en anderzijds een vrij aanwendbaar deel. 
•    Vanuit het BBV is de gemeente verplicht om een post ‘onvoorziene uitgaven’ op te nemen in de begroting. Deze post is bedoeld voor het opvangen van onvoorzienbare, niet uitstelbare en onontkoombare uitgaven.  
•    De vrij aanwendbare bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de gemeente een bepaalde bestemming heeft gegeven. Er is echter voor gekozen om de vrij aanwendbare bestemmingsreserves niet mee te nemen in de beschikbare weerstandscapaciteit. Aanwending van deze reserves kan namelijk negatieve gevolgen hebben voor bestaande voorzieningen. 
•    Stille reserves bestaan uit het verkoopresultaat (verkoopopbrengst minus lagere boekwaarde) van bijvoorbeeld groenstroken, gronden, gebouwen en aandelen, voor zover de verkoop binnen één jaar te realiseren is, de verkoop niet leidt tot een gat in de begroting en de verkoop de taakuitoefening van de gemeente niet aantasten. Omdat deze stille reserves moeilijk te kwantificeren zijn bij het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit is besloten om dit niet mee te nemen.
•    De algemene reserve grondexploitatie (ARG) beschouwen we vanaf 2024 niet langer als onderdeel van de algemene weerstandscapaciteit. Deze reserve is weliswaar onderdeel van ons eigen vermogen maar reserveren we nu specifiek voor het opvangen van risico’s met betrekking tot de grondexploitatie. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid.  

Naast de incidentele weerstandscapaciteit, heeft de gemeente nog de mogelijkheid om de structurele weerstandscapaciteit te verhogen. Er is namelijk een deel onbenutte belastingcapaciteit: bij het heffen van de OZB zitten we op dit moment nog niet aan de maximaal te heffen belasting. Hier zit nog ruimte voor de gemeente, waardoor het deel uit maakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Indien het nodig is, kan de OZB verhoogd worden, zodat risico’s opgevangen kunnen worden. 

Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) 31-12-2025
Algemene reserve 10.656
Onvoorziene uitgaven 10
Stille Reserves Pm
Totaal incidentele weerstandscapaciteit 10.666
Eigenaar woning 1.314
Eigenaar niet-woning 0
Gebruiker niet-woning 0
Totaal structurele weerstandscapaciteit * 1.314
*Globaal op basis van ruimte 2026 0
Totaal weerstandsvermogen 11.980

Hoe is bepaald hoeveel weerstandscapaciteit we nodig hebben?

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Hoe is bepaald hoeveel weerstandscapaciteit we nodig hebben?

Om te bepalen of het weerstandsvermogen voldoende is, is naast de beschikbare weerstandscapaciteit ook inzicht nodig in de benodigde weerstandscapaciteit. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, zijn de risico’s die onze gemeente loopt organisatie-breed in kaart gebracht. Bij elk risico dat is genoemd in de inventarisatie, is aangegeven wat het risico inhoudt, wat de gevolgen zijn mocht het risico zich voordoen, welke beheersmaatregelen er eventueel genomen zijn en wat de geschatte maximale financiële gevolgen zijn (de impact). Op basis van deze analyse is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.



Onze top 10 aan risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Onze top 10 aan risico’s

In de onderstaande tabel presenteren we de top 10 van de risico’s. In deze top 10 bevinden zich risico’s die enerzijds een reële kans hebben om voor te komen en anderzijds als ze voorkomen, substantiële financiële gevolgen kunnen hebben.

Totaalbedrag top-10 risico's   2025 en 2026

In 2025 (begroting 2026) bedroeg het totaalbedrag voor de top-10 risico’s € 3.785.000. Bij het opmaken van de jaarstukken 2025 in maart 2026 bedraagt het totaal van de top 10  geïnventariseerde risico's   € 3.985.000. Dit verschil wordt met name verklaard doordat  we het  inflatierisico hoger inschatten vanwege recente geopolitieke gebeurtenissen met een verwachtte gevolgschade op de middellange termijn.

In de begroting 2026 is voor de laatste keer gerapporteerd over de top 10 aan risico’s die enerzijds een reële kans hebben dat ze zich voordoen en waarmee anderzijds dan ook substantiële financiële gevolgen zijn gemoeid. De risico’s zijn in het kader van deze begroting opnieuw organisatie-breed in kaart gebracht.

  Risico Gevolgen Maatregelen Kans x impact / financiële gevolgen
1 Achterblijvend volume Gemeentefonds De ontwikkeling van de algemene uitkering gemeentefonds is meerjarig onzeker mede als gevolg van bestuurlijke instabiliteit op rijksniveau. Taken en middelen zijn niet met elkaar in balans Geen, er is duidelijk sprake van een afhankelijkheidspositie 1.000.000
2 Achterblijvende compensatie stijgende kosten Jeugdzorg 2026-2029 en daadwerkelijk effect Hervormingsagenda Jeugd We kunnen te maken krijgen met toename van afnemen van zorg waarmee aanzienlijke financiële bedragen zijn gemoeid Wat compensatie betreft zijn we afhankelijk van het rijk. Instroom is nagenoeg niet te beïnvloeden  500.000
3 Cybercrime Kwetsbaarheid waardoor dienstverlening in het gedrang komt en persoonsgegevens in handen komen van criminelen. Aanzienlijke herstelkosten zijn het gevolg Investering in bewustwording, techniek en capaciteit (CISO, FG, PO) 500.000
4 Ontoereikende begrotingen bij gemeenschappelijke regelingen m.n. bij de GRSA2, waardoor de gevraagde verbetering van de dienstverlening niet (kan) worden gerealiseerd. (Inclusief 320.000 uit de risicomatrix GRSA2) Stijgende kosten voor deelnemers van gemeenschappelijke regelingen. Op regelmatige basis in gesprek zijn 400.000
5 Inflatie, met name als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen met een middellange termijn effect op energiekosten en in het verlengde daarvan algemene prijsstijgingen.  Snel oplopende hogere kosten waar niet of nauwelijks  compensatie tegenover staat Voor specifieke lasten hierop anticiperen via de begroting 400.000
6 Ontoereikende rijksmiddelen voor uitvoering van de Participatiewet/BUIG/WSW Bij conjuncturele tegenvallers blijven BUIG-middelen achter. Minimumloonstijgingen zijn gekoppeld aan bijstand.
WSW voorziening geeft daardoor een fikse kostenstijging die mogelijk niet wordt gecompenseerd
Ontwikkelingen nauwlettend volgen en daar flexibel op proberen in te spelen 250.000
7 Exploitatietekorten van gemeenschapshuizen die voor rekening van de gemeente komen Als gemeenschapshuizen niet tot een sluitende exploitatie komen, leidt dit tot faillissement/sluiting op het moment dat de gemeente niet financieel bijspringt Vanuit de gemeentelijke organisatie de verbinding met gemeenschapshuizen optimaliseren. Door met elkaar in contact te zijn en mee te denken en adviezen te geven wordt gewerkt om risico’s te verkleinen c.q. op te vangen 250.000
8 Achterblijvende competenties van het personeel en als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt  lastig kunnen invullen van vacatures met gekwalificeerd personeel. Dit alles in een snel veranderende omgeving Verminderde dienstverlening, het niet kunnen inspelen op veranderingen met als gevolg overvragen van personeel waardoor fouten optreden en sprake is van uitval Met de visie op de organisatie en het implementatieplan wordt ingestoken op het verkleinen/opvangen van risico’s. Daarnaast wordt ingezet op het verder ontwikkelen van competenties van onze medewerkers 250.000
9 Verplichte sanering en opruimen van bodemverontreiniging en drugslozingen door de gemeente Oplossen van dit soort situaties zonder dat daar financiële middelen tegenover staan   250.000
10 Renterisico Bij stijgende rente ontstaan hogere lasten die in de begroting niet zijn voorzien Herziening van het investeringsprogramma 150.000
  Totaal top 10 risico's     3.950.000

De tabel toont risico’s met interne of externe oorzaak en risico’s van meer operationele aard. Als je met wat afstand kijkt naar deze top 10, dan zou je die kunnen categoriseren in:
1.    De financiële afhankelijkheidspositie van het rijk en met name het achterblijven van aantoonbaar noodzakelijke compensatie.
2.    De zorg voor de veiligheid van onze informatie als gevolg van de toename aan cyberaanvallen op overheidsorganisaties.
3.    Risico’s op het gebied van inflatie en rente, voornamelijk veroorzaakt door geopolitieke ontwikkelingen.
4.    Op zich staande risico’s: exploitatie gemeenschapshuizen, arbeidsmarkt, financiën gemeenschappelijke regelingen en bodemsanering/opruimen drugslozingen.

Naast de financieel gekwantificeerde risico’s zijn er ook risico’s die niet meteen in geld zijn uit te drukken, doch die wel behoorlijk impact kunnen hebben. Denk hierbij aan risico’s als imagoschade, kwaliteit van dienstverlening maar ook veiligheidsrisico’s, juridische procedures, ICT-applicaties, HRM-processen enzovoorts.

Risico’s met of zonder beheersmaatregel

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Risico’s met of zonder beheersmaatregel

Als we kijken naar de sturing op de risico’s heeft het weinig zin om flink te sturen op risico’s met een kleine impact en een kleine kans. Om gestructureerd om te gaan met risico’s en te focussen op risicobeheersing richten we ons op de risico’s boven de € 200.000 en die een kans van 50% of meer hebben dat ze voor komen.  
 
Conclusie: Op dit moment is ons weerstandsvermogen uitstekend. Met beschikbare weerstandscapaciteit kunnen we alle risico's 2 keer opvangen. 
 
Het weerstandsvermogen wordt berekend aan de hand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is  € 11.980.000. Hier staat een benodigde weerstandscapaciteit tegenover van € 4.295.000. Dit is de optelsom van alle risico’s die zijn geïnventariseerd (en dus niet alleen de hiervoor gepresenteerde top 10). Verder nemen we ook naar beheersmaatregelen waardoor de risico’s zijn verkleind of de risico’s zijn niet meer actueel.  
Zoals eerder vermeld focussen we sinds een aantal jaren op een brede risico-inventarisatie. In de aankomende jaren vindt een verdere kwaliteitsverbetering plaats ten aanzien van de beoordeling en inschatting van de risico’s en wordt ook bepaald hoe Cranendonck om moet gaan met de situatie waarin verschillende risico’s tegelijk voordoen. In 2026 inventariseren we alternatieve methodes die een preciezere statistische berekening van kans x impact mogelijk maken. Statistisch gezien komen niet alle risico’s tegelijkertijd en in de volledige omvang voor terwijl we daar voor de berekening van de weerstandscapaciteit nu wel vanuit gaan. 

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Financiële kengetallen

De kengetallen en hun beoordeling in samenhang zijn enerzijds bedoeld om de financiële positie inzichtelijker te maken. Anderzijds zijn de kengetallen bedoeld om gemeenten met elkaar vergelijkbaar te maken.

Het opnemen van deze kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Daarnaast stelt het de raad in staat om op een eenvoudigere manier inzicht te krijgen in de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Deze kengetallen drukken namelijk de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting. Daarnaast maken de getallen inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Hiermee geven ze inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeentelijke begroting.

Wat betekenen deze financiële kengetallen in hun samenhang bezien?

1. Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 1. Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer, ten opzichte van de  baten. Ook geeft het een indicatie van de druk op de rentelasten en de aflossingen op de exploitaties. Dit kengetal geeft aan hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Vanaf 100% blijft te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen. Bij 130% of hoger is sprake van een zeer hoge schuld. Dit kengetal is gevoelig voor schommelingen in inkomsten.

Een hoge netto schuldquote hoeft niet per definitie een probleem te zijn: deze kan veroorzaakt zijn door afgesloten leningen die worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen Artikel Rekening Rekening Begroting
Per 1 januari van het jaar: BBV 2024 2025 2025
A Vaste schulden 46 30.681 28.063 43.317
B Netto vlottende schuld 48 8.468 5.891 5.692
C Overlopende passiva (excl. Grexen) 49 7.501 12.074 14.820
D Financiële activa 36 -1.404 -1.272 -1.299
E Uitzettingen < 1 jaar 39 -12.931 -12.280 -5.881
F Liquide middelen 40 -138 -117 -118
G Overlopende activa 40a -4 -6.422 -4.308
Totaal A t/m G 32.173 25.937 52.223
H Totale baten 17 74.143 82.257 72.442
Netto schuldquote ongecorrigeerd ed. (A+B+C-E-F-G)/H x 100% 45,3% 33,1% 73,9%
Netto schuldquote gecorrigeerd ed. (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 43,4% 31,5% 72,1%

2. Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2. Solvabiliteitsratio

Dit kengetal drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 20% en 50%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan  20% moet de gemeente oppassen en is het bezit met veel schuld belast. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Solvabiliteitsratio Artikel Rekening Rekening Begroting
BBV 2024 2025 2025
A Eigen vermogen 43 28.394 33.273 25.393
B Balanstotaal 79.360 85.037 91.948
Solvabiliteitsratio 35,8% 39,1% 27,6%

3. Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 3. Grondexploitatie

De grondexploitatie kan een grote impact hebben op de financiële positie van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Terugverdienen betekent het aflossen van de schuld en het goedmaken van de rentelasten. Het kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is dus belangrijk om te kunnen bepalen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen in de verlaging van de schuld. Het percentage valt binnen de categorie minst risicovol.

Grondexploitatie Artikel Rekening Rekening Begroting
BBV 2024 2025 2025
A Bouwgronden in exploitatie -4.794 -4.505 91
B Totale baten 17 74.143 82.257 72.442
Grondexploitaties A/B * 100% -6,5% -5,5% 0,1%

4. Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 4. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Hiervoor gebruiken we het kengetal structurele exploitatieruimte. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat er wordt gekeken naar de structurele baten en lasten ten opzichte van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. 

 Structurele exploitatieruimte Rekening Rekening Begroting
Jaar: 2024 2025 2025
A Totale structurele lasten 75.997 68.404 73.037
B Totale structurele baten 79.176 76.757 72.442
C Totale structurele toevoegingen aan de reserves 5805 0 98
D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves 6475 145 887
E Totale baten 74.143 82.257 72.442
Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/(E) x 100% 5,19% 10,15% 0,30%

5. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 5. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden

Omschrijving (toelichting)

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar opgevangen kan worden en of er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte te kunnen weergeven is een ijkpunt nodig. Er is gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven, ook omdat er behoefte is om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing).  Bij de beoordeling van dit kengetal kan daarnaast worden vermeld welke ruimte er is ten opzichte van het te heffen tarief. 

Excel-tabel

Belastingcapaciteit - gebaseerd op cijfers van de website waarstaatjegemeente.nl artikel Rekening Rekening Begroting
Per 1 januari van het jaar: BBV 2024 2025 2025
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 354 383 383
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 229 229 229
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin 243 243 243
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin 0 0 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 826 855 855
F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin 967 1050 1050
Belastingcapaciteit (E/F) x 100% 11 85% 81% 81%

De onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - De onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie

Excel-tabel

Totaaloverzicht kengetallen Jaarrek. 2024 jaarrek. 2025 Begr. 2025
1. Netto schuldquote 45,29% 33,08% 73,88%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 43,39% 31,53% 72,09%
3. Solvabiliteitsratio 35,78% 39,13% 27,62%
4. Grondexploitatie -6,47% -5,48% 0,13%
5. Structurele exploitatieruimte 5,19% 10,15% 0,30%
6. Belastingcapaciteit 85,42% 81,43% 81,43%

Omschrijving (toelichting)

De kengetallen afzonderlijk beschouwd hebben een beperkte informatiewaarde. Daarom bezien we ze in samenhang. Er is wel een algemeen aanvaarde, geen wettelijke vastgelegde norm voor elk kengetal.  In onderstaande tabel is die globale normering weergegeven. De kleuren in de tabel hierboven refereren aan de kleuren van de risicoclassificatie in de tabel hieronder.

De samenhang tussen solvabiliteit en de schuldquote ligt in het feit dat een hogere schuldquote de solvabiliteit kan beïnvloeden. Als een organisatie een groot deel van haar activa financiert met vreemd vermogen (hoge schuldquote), kan dit de financiële stabiliteit onder druk zetten, vooral als de rentelasten hoog zijn of als de organisatie  moeite heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen. Een lage schuldquote kan daarentegen wijzen op een sterke solvabiliteit, omdat de organisatie minder afhankelijk is van externe financiering en dus minder risico loopt bij economische tegenslagen.

De schuldquotes vallen binnen de categorie minst risicovol en de solvabiliteitsratio kenmerken we als neutraal. Daarnaast zijn de verwachtingen van de opbrengsten uit de grondexploitaties nog steeds positief en zijn de mogelijke verliezen voorzien. We verwachten daarom uit de grondexploitaties resultaten die bijdragen en verdere verbetering van de schuldratio en het solvabiliteitsratio. De structurele exploitatieruimte is voor 2025 positief en valt daarmee in de categorie minst risicovol. 

Gezien deze uitkomsten is de algemene conclusie dat de financiële positie van de gemeente te kwalificeren is als goed.

Excel-tabel

Leeswijzer kleuraanduiding kengetallen Laag risico Gemiddeld Hoog risico
(groen) risico (oranje) (rood)
Netto schuldquote < 90% 90% - 130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% 20% - 50% < 20%
Grondexploitatie < 20% 20% - 35% > 35%
Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0%
Belastingcapaciteit < 95% 95% - 105% > 105%

Omschrijving (toelichting)

Paragraaf Financiering

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Algemeen

In deze paragraaf wordt het financieringsbeleid voor 2025 en verder toegelicht. Het doel van deze paragraaf is het verstrekken van informatie over en het inzichtelijk maken van het treasurybeleid, het beheersen van de financiële risico`s en het zorgen voor zo voordelig mogelijke renteresultaten.

De financieringsparagraaf gaat achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen:

  1. Ontwikkelingen
  2. Kaderstelling
  3. Rentevisie
  4. Rentesystematiek
  5. Financieringspositie
  6. Leningenportefeuille
  7. Kasgeldlimiet
  8. Renterisiconorm
  9. EMU-saldo

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Ontwikkelingen

De gemeente Cranendonck maakt op basis van de informatie uit de organisatie een integrale liquiditeitsplanning. Bij het aangaan van transacties op de geld- en kapitaalmarkt houden wij rekening met die liquiditeitsplanning en de kapitaalmarktrente.

De netto-rentelasten die de gemeente verschuldigd is voor de aangetrokken geldleningen worden via het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's.  In de jaarrekening 2025 wordt, evenals in de begroting 2025, gerekend met een rente omslagpercentage van 1,9%. Ook de rente die wordt gerekend over eigen financieringsmiddelen bedraagt 1,9%.

Kaderstelling

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kaderstelling

De uitvoering van de financieringsfunctie vindt plaats binnen de kaders zoals die zijn vastgelegd in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (HOF) het besluit Begroting en Verantwoording (BBV), de regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), en in de financiële verordening en het treasurystatuut van de gemeente Cranendonck. In de vastgelegde kaders staan transparantie en risicobeheersing centraal.

Rentevisie

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentevisie

Een visie omtrent de renteontwikkeling van de korte- en de lange termijn rente is een voorwaarde om de treasuryfunctie adequaat uit te oefenen. Door de huidige economische en politieke ontwikkelingen is het maken van een goede visie op de renteontwikkeling niet eenvoudig. Voor een rentevisie vertrouwt de gemeente op de publicaties en verwachtingen van de Europese Centrale Bank (ECB).

Als gesproken wordt over de rente van de ECB gaat het meestal om de zogenaamde refirente. De refirente is de rente die banken moeten betalen aan de ECB wanneer zij geld bij de ECB opnemen (de zogenaamde herfinancieringsrente).  In 2025 is de refirente gedaald 2,90% naar 2,15%.  Na een periode van daling laten de de percentages weer een stijging zien. Gelet op de instabiele situatie van de wereldeconomie is de rente voorspelling voor 2026 onzeker. De inflatie  in de eurozone loopt inmiddels op.  De kan een indicatie zijn dat de ECB de rente gaat verhogen. .

Een stijgende rente betekent een risico dat de werkelijke rentelasten hoger kunnen zijn dan de geraamde rentelasten. In de risicobeheermatrix hebben we een risicobedrag (€ 150.000) hiervoor meegenomen.

Rentesystematiek

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Rentesystematiek

Als regel past de gemeente totaalfinanciering toe en als uitzondering financiert de gemeente op projectbasis. Van projectfinanciering is sprake als een lening specifiek is aangetrokken voor een project of (door)verstrekking (o.a. voor het project zonnepanelen). Van totaalfinanciering wordt gesproken als er geen verband is tussen de financieringsmiddelen en de activa die daarmee zijn verkregen.

Alle rentebaten en -lasten met betrekking tot de financiering worden vastgelegd binnen het taakveld treasury waarna het saldo wordt toegerekend aan de aanwezige vaste activa via de omslagrente. Vervolgens worden de kapitaallasten (rente + afschrijving), zoals die zijn berekend in de staat van activa toebedeeld aan de producten/taakvelden.

Deze werkwijze wordt in onderstaand schema weergegeven.

Verzameling rentelasten en -baten (bedragen x € 1.000) 2025 2024 2023
a. Externe rentelasten over korte en lange financiering 629 600 418
b. Externe rentebaten (-/-) -110 -233 -91
Totaal door te rekenen externe rente 519 367 327
c1. Rente die aan grondexploitatie wordt toegerekend (-/-) -91 -8 -2
c2. Rente van projectfinanciering (-/-) 8 9 10
c2. Rentebaat van doorverstrekte leningen (projectfinanciering) 8 9 10
Totaal door te rekenen externe rente 610 375 329
d. (1) Rente over eigen vermogen* 501 495 322
(2) Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde) -
De aan taakvelden toe te rekenen rente 1.111 871 651
e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 1.197 885 603
f. Renteresultaat op het taakveld treasury -85 -14 48

Financieringspositie

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financieringspositie

Bij de aanvang van het begrotingsjaar 2025 werd een theoretisch financieringstekort van afgerond € 15,1 miljoen verwacht. In werkelijkheid is er sprake van een financieringsoverschot van afgerond € 0,9 miljoen. Een verschil van ruim € 16 miljoen. Grote veroorzakers hiervan is het positief rekeningresultaat van 2024 en de vertraging in de uitvoering van de investeringen (o.a. De Schakel, De schaapskooi, Dorpshart Budel). Het beeld van financieringspositie ziet er als volgt uit: 

Financiering meerjarig (x € 1.000) Ultimo 2024 Ultimo 2025
Vaste activa 64.980 71.012
Voorraad grond grexen -5.048 -4.795
Reserves en voorzieningen -32.710 -39.009
Langlopende schulden -30.669 -28.051
Financieringstekort / -overschot (-) -3.446 -842

Vorenstaand overzicht vormt de basis voor de op te stellen liquiditeiten- en kapitaalsbehoefte voor de komende perioden. Alle onderdelen worden beoordeeld op basis van bovenstaand overzicht voor de bepaling van de behoefte aan middelen.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

Het doel van de kasgeldlimiet is conform de Wet Fido het beperken van de renterisico’s rond de kortlopende schulden. Dit betekent dat de kortlopende schulden maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mogen bedragen zodat het risico van het op enig moment om moeten zetten naar langlopende financiering is beperkt. Voor 2025 is het beeld van de kasgeldlimiet als volgt:

Q1 Bedrag x € 1.000 Q2 Bedrag x € 1.000 Q3 Bedrag x € 1.000 Q4 Bedrag x € 1.000
(1) Vlottende (korte) schuld jan - apr - juli - okt -
feb - mei - aug - nov -
mrt - jun - sep - dec -
(2) Vlottende middelen jan 6.112 apr 2.353 juli 9.806 okt 6.085
feb 1.723 mei 927 aug 6.745 nov 7.971
mrt 1.688 jun 880 sep 8.173 dec 8.290
(3) Vlottende schuld - Vlottende middelen (1-2) jan -6.112 apr -2.353 juli -9.806 okt -6.085
feb -1.723 mei -927 aug -6.745 nov -7.971
mrt -1.688 jun -880 sep -8.173 dec -8.290
(4) Gemiddeld vlottende schuld - Gemiddeld
vlottende middelen (gemiddelde van nr. 3) -3.174 -1.387 -8.241 -7.449
(5) Kasgeldlimiet 6.322 6.322 6.322 6.322
(6a) Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4) 9.496 7.708 14.563 13.770
(6b) Overschrijding kasgeldlimiet (4-5) - - - -
Berekening kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet moet worden berekend bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van het percentage (post 8)
(7) Begrotingstotaal 74.372
(8) Bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,5 %
(9) Kasgeldlimiet: (7 x 8) 6.322

Indien de kasgeldlimiet meer dan 2 kwartalen achtereen wordt overschreden, dient de gemeente maatregelen te nemen. Het beleid van de gemeente is erop gericht om binnen de norm te blijven.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is conform de Wet Fido het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hiermee wordt voorkomen dat op eenzelfde moment herfinanciering van leningen plaats dient te vinden tegen een op dat moment ongunstige rente waardoor de rentelasten snel zouden oplopen.

Renterisiconorm (x € 1.000,--) 2025
1. Renteherzieningen 0
2. Aflossingen 2.618
3. Renterisico (1 + 2) 2.618
4a. Begrotingstotaal (lasten) 74.372
4b. Percentage regeling 20%
4. Renterisiconorm (4a x 4b) 14.874
5. Ruimte (+) / overschrijding (-/-) 12.256

Dit betekent dat de gemeente voldoet aan de renterisiconorm.

Paragraaf Lokale heffingen

Wettelijk kader

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Wettelijk kader

Op grond van het besluit “Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)” dient in de paragraaf “Lokale heffingen” in ieder geval de volgende onderdelen te worden vermeld:

Onderdeel Op grond van:
De geraamde inkomsten art. 10, a BBV
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen art. 10, b BBV
Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, inclusief onderbouwing berekening maximaal kostendekkende tarieven art. 10, c BBV
Een aanduiding van de lokale lastendruk art. 10,  d BBV
Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid art. 10, letter e BBV

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Wat willen we bereiken?

De lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken waarbij de lastendruk voor de inwoners in een goede verhouding staat tot het niveau van de voorzieningen. Bovendien vindt door middel van de lokale heffingen sturing plaats op bepaalde doelstellingen, zoals het scheiden van afval en bewuster omgaan met water.

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemeen

De gemeente is autonoom in het bepalen van de hoogte van de gemeentelijke heffingen. Het bedrag van een gemeentelijke heffing mag niet afhankelijk worden gesteld van inkomen, winst of vermogen. Dit wil zeggen dat het voor gemeenten niet is toegestaan om door middel van belastingverordeningen inkomenspolitiek te voeren.

In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. In de gemeente Cranendonck zijn de volgende verordeningen van toepassing:

Verordening op de heffing en invordering van:

  • Afvalstoffenheffing
  • Leges
  • Lijkbezorgingrechten
  • Marktgelden
  • Onroerende Zaakbelastingen
  • Reclamebelasting
  • Rechten en precariobelastingen
  • Rechten voor het innemen van standplaatsen
  • Rioolheffing
  • Toeristenbelasting

Bovenstaande verordeningen zijn te raadplegen op de website van de gemeente www.cranendonck.nl onder het tabblad wonen en leven bij het onderdeel “belastingen”. De gemeente Cranendonck heft geen hondenbelasting, forensenbelasting en parkeerbelasting. Bij de redactie van de belastingverordeningen gelden zoveel als mogelijk de modelverordeningen van de VNG als leidraad.

In deze paragraaf zijn de bestaande beleidsuitgangspunten en –voornemens betreffende belastingen opgenomen, toegelicht en vervolgens op hun uitkomsten geanalyseerd. Hierbij zijn voor de woonlasten en de toeristenbelasting de tarieven vermeld. Voor de hoogte van de belastingen, rechten en tarieven gelden de volgende uitgangspunten:

  • Binnen de wettelijke kaders de leges berekenen met toepassing van het profijtbeginsel en streven naar zo veel als mogelijk kostendekkende tarieven. Het profijtbeginsel houdt in dat hoe meer iemand profijt heeft van de door de overheid geleverde prestaties, hoe meer belasting/rechten daarvoor betaald dient te worden.
  • Daar waar mogelijk binnen de wettelijke kaders specificeren van de producten en diensten in de legesverordening.

Vergelijking tarieven 2025 met gemeenten van A2-samenwerking volgens Coelo:

Coelo 2025 Cranendonck Valkenswaard Heeze-Leende
1-persoonshuishouden 941 954 1.056
Meerpersoonshuishouden *1.008 1.057 1.211
Rangnummer eigenaar meerpersoonshuishouden 147 198 299
Rangnummer huurder meerpersoonshuishouden 217 64 318
OZB:      
Tarief woningen 0,1068 0,0978 0,0928
Tarief niet-woningen eigenaar 0,3094 0,2614 0,2051
Tarief niet-woningen gebruiker 0,2456 0,2054 0,1717
Afvalstoffenheffing:      
Tarief 1-persoonshuishouden*** 239 257 234
Tarief meerpersoonshuishouden*** 305 360 309
Rioolheffing:      
Tarief 1 persoons huishouden*** 229 225 302
Tarief meerpersoonshuishouden*** 229 225 383

* De verdeling van de lastendruk is als volgt: afvalstoffenheffing € 302, OZB € 436 en rioolheffing € 229

**Voor het rangnummer geldt dat nummer 1 de laagste woonlasten heeft. Coelo gaat uit van 355 gemeenten.

*** In Cranendonck is het vastrecht voor 1-persoons of meerpersoonshuishoudens gelijk. Het Coelo gaat bij afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens uit van een ander aantal containerledigingen.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ontwikkelingen

Lokaal belastinggebied

Al vele jaren bepleit de VNG, maar ook andere instellingen zoals Raad voor de financiële verhoudingen en de Raad van State, voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. De VNG pleit voor een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Deze uitbreiding houdt in dat gemeenten meer inkomsten uit de eigen belastingheffing krijgen en tegelijkertijd minder uitkeringen van het Rijk ontvangen. Het gevolg hiervan zal zijn dat er meer verschillen tussen gemeenten ontstaan doordat de verschillende gemeenteraden lokaal andere afwegingen maken tussen inkomsten en uitgaven.

Per saldo hoeft een uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied niet tot stijging van de belastingdruk te leiden. Door de vermindering van de uitkeringen van het Rijk aan gemeenten heeft het Rijk minder uitgaven en kunnen de rijksbelastingen omlaag. De uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied zal wel leiden tot verschuiving van belastingdruk tussen individuele burgers en bedrijven. Gemeenten heffen de belastingen immers naar andere maatstaven dan het Rijk doet en de tarieven zullen per gemeente verschillen.

In het regeerakkoord houdt het nieuwe kabinet vast aan de bestaande financieringssystematiek. Een uitbreiding van het lokaal belastinggebied komt er in ieder geval niet. Het kabinet wil de belastingautonomie van gemeenten eerder beperken door een plafond vast te stellen voor tariefsverhogingen voor de onroerende zaak belastingen (ozb). 

Handreiking kostenonderbouwing VNG

Voorgeschreven is om de mate van kostendekking van de lokale heffingen toe te lichten. Hiervoor heeft de VNG een handreiking opgesteld. In deze handreiking wordt o.a. ingegaan hoe om te gaan met:

  • De directe lasten;
  • De indirecte lasten;
  • Baten en kruissubsidiëring;
  • Beleidsuitgangspunten en toelichting.

Deze aspecten richten zich voornamelijk op de bestemmingsheffingen (afval, riool, leges). Bij deze heffingen wordt hierop ingegaan.

Aansluiting landelijke voorziening WOZ

Vanaf 1 oktober 2016 dienen gemeenten/samenwerkingsverbanden de WOZ-waarden van woningen openbaar te maken. Dit openbaar maken geschiedt landelijk door een WOZ-viewer (LV WOZ), waarmee de WOZ-waarden van woningen bekeken kunnen worden. Van gemeenten die op dat moment nog niet zijn aangesloten op de LV WOZ zijn de WOZ-waarden niet zichtbaar. De gemeente Cranendonck is sinds december 2016 aangesloten op de LV WOZ.

Ontwikkeling lastendruk gemeente Cranendonck 2023-2026 meerpersoonshuishouden

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ontwikkeling lastendruk gemeente Cranendonck 2023-2026 meerpersoonshuishouden

De berekening van de lastendruk is gebaseerd op de gemiddelde lastendruk per meerpersoonshuishouden.

  2023 2024 2025
OZB 341 354 383
Afvalstoffenheffing 260 243 243
Rioolheffing 210 229 229
Totaal 811 826 855
Stijgingspercentage  -2,87% 1,73% 3,6%

LET OP: bovenstaande aantallen wijken af van de gehanteerde aantallen door Coelo. De afwijking van de lastendruk zoals berekend door Coelo wordt veroorzaakt door de afvalstoffenheffing.

Ten opzichte van 2024 stijgen de lokale lasten in 2025 met 3,6%. De riool- en afvalstoffenheffing zijn gelijk gebleven en de ozb is gestegen  met 8,0%. Enerzijds steeg de ozb-opbrengst met het inflatiepercentage en een compensatie voor het niet verhogen het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. Anderzijds is in 2025 een extra verhoging van 3% doorgevoerd om de extra lasten van de gemeenschapsvoorzieningen te dekken. Deze extra opbrengst van 3% (€ 177.000) storten we in de reserve gemeenschapsvoorzieningen. In de burap 2025 is toegelicht dat in 2025 deze storting nog niet nodig was

Belastingopbrengsten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Belastingopbrengsten

In onderstaande tabel zijn de begrote en werkelijke opbrengsten van het jaar 2025 opgenomen. Ter vergelijking zijn de opbrengsten 2024 .

De onderstaande vermelde bedragen vermenigvuldigen met € 1.000

  Jaarrekening 2024 Begroting 2025 incl. begr.wijz.  Werkelijk 2025
Onroerendezaakbelastingen 6.038 6.656 6.670
Afvalstoffenheffing 2.453 2.381 2.529
Rioolheffing (vGRP) 2.463 2.350 2.393
Toeristenbelasting 243 253 214
Begraafplaatsrechten (v/h Lijkbezorgingrechten) 69 55 47
Leges omgevingsvergunningen 693 651 817
Marktgelden 11 12 8
Precariobelasting/leges bijz.wetten 30 24 29
Leges verkeer 151 110 115
Leges bestemmingsplannen 40 78 78
Leges secretarie 475 425 449
Reclamebelasting 26 33 26
Totaal 12.692 13.028 13.375

Uit bovenstaande tabel blijkt, dat de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing voor het overgrote deel van de belastingopbrengsten zorgen. Deze heffingen en belastingen bepalen dan ook de lokale belastingdruk.

Toelichting per belastingsoort

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Toelichting per belastingsoort

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” worden van onroerende zaken die binnen de gemeentegrenzen liggen de volgende belastingen geheven:

  • Een gebruikersbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken gebruiken. Dit geldt alleen voor niet-woningen.
  • Een eigenarenbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar eigenaar zijn van onroerende zaken. Dit geldt voor woningen en niet-woningen.

Het tarief van de onroerendezaakbelastingen wordt weergegeven als een percentage van de waarde van een onroerende zaak. Daalt de gemiddelde waarde van de objecten, dan stijgen de tarieven OZB meer. Stijgt echter de waarde, dan dalen de tarieven. Door het hanteren van deze systematiek betaalt de belastingplichtige van een gemiddeld gewaardeerd object het voor dat jaar van toepassing zijnde indexatiepercentage meer dan in het voorgaande jaar.

De heffingsgrondslag voor 2025 is de waarde van de onroerende zaak naar peildatum 1 januari 2024. Hierbij is rekening gehouden met de waardeontwikkelingen tussen de vorige waarde-peildatum 1 januari 2023 en de geldende waarde-peildatum 1 januari 2024.

Ontwikkeling tarieven OZB-gemeente Cranendonck:

Tarieven 2023 2024 2025
Woningen      
Eigenaren 0,1019 % 0,1028 % 0,1068%
Niet-woningen      
Eigenaren 0,2799% 0,2879% 0,3094%
Gebruikers 0,2221% 0,2285% 0,2456%

De opbrengsten voor 2025 zijn gebaseerd op het totaal van de opgelegde kohieren inclusief de areaaluitbreiding in 2024 op basis van de vastgestelde tarieven. In incidentele gevallen is de opbrengst aangepast. 

Opbrengst OZB Jaarrekening 2024 Begroting 2025 incl begr.wijz.  Jaarrekening 2025
Eigenaren woningen en niet-woningen € 4.996.851 € 5.506.149 € 5.530.499
Gebruikers niet-woningen € 1.041.920 € 1.149.797 € 1.139.885
Totaal € 6.038.309 € 6.655.946 € 6.670.384

Vanwege een hoger stijgingspercentage van de WOZ-waarden is de geraamde ozb opbrengst van begroting 2025 in de burap met € 101.000 naar boven gesteld. De werkelijke ozb opbrengst is € 15.000 hoger dan de bijgestelde raming. 

 

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing wordt geheven van degenen die in de gemeente gebruik maken van een perceel waarvoor een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval geldt.
De afvalstoffenheffing in de gemeente Cranendonck bestaat uit een vast en een variabel gedeelte. Elk huishouden is het vaste gedeelte verschuldigd. Het variabele gedeelte bestaat uit het aantal ledigingen, waarbij de bestemming (container voor gft-afval of restafval) en de grootte van de container van invloed zijn op het tarief.

Uitgangspunt bij de bepaling van de tarieven is een kostendekkendheid van 100%. De opbrengsten mogen op begrotingsbasis niet hoger zijn dan de kosten.  In 2025 realiseerden we een voordeel van  € 60.000 op het product afval. In programma 1 onder het het product openbare ruimte zijn de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting toegelicht. Dit voordeel is toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing. Deze voorziening heeft naast het alloceren van gelden verkregen via heffingen van burgers tot doel om fluctuaties in de tariefstelling van de afvalstoffenheffing tot een minimum te beperken.

Ontwikkeling tarieven afvalstoffenheffing gemeente Cranendonck:

  2023 2024 2025
Vastrecht per jaar € 190,25 € 172,92 € 172,92
Ledigen container gft-afval      
140 liter * € 2,75 € 2,75 € 2,75
240 liter * € 3,75 € 3,75 € 3,75
Ledigen container restafval      
60 liter (ondergronds)   € 6,00 € 4,00
140 liter € 14,00 € 14,00 € 14,00
240 liter € 24,00 € 24,00 € 24,00

* 20 oktober tot en met 31 december gratis

 

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel, waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Met ingang van 2018 is er nieuw systeem van heffen van toepassing. Om meer tegemoet te komen aan het principe “de vervuiler betaalt” wordt vanaf 2018 de rioolheffing gebaseerd op het geloosde water op het riool op basis van de waterverbruik gegevens van Brabant Water. Dat deze wijze van heffen een verschuiving te zien geeft is evident. De rioolheffing voor bedrijven en niet-woningen zal afhankelijk van hun gebruik worden bepaald. De termijn waarbinnen het beoogde tarief voor particulieren op basis van het vastgestelde vGRP bereikt wordt, zal als gevolg van de nieuwe heffingssystematiek toenemen.

In het vGRP is weergegeven hoe de gemeente haar zorgplichten de komende planperiode vorm zal geven. De kosten die hiermee gepaard gaan zijn ook in het plan verwerkt. In november 2020 stelde uw raad het vGRP 2021-2025 vast. Hierin zijn de lasten en baten voor het product riolering onderbouwd voor de periode 2021-2025. De rioolheffing is gebaseerd op dit vGRP.

De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder a bedraagt per jaar:

a. Van 0 m3 tot en met 250 m3   € 228,60
b. Van 251 m3 tot en met 500 m3 Bedrag onder a. + € 141,00 € 369,60
c. Van 501 m3 tot en met 750 m3 Bedrag onder b. + € 141,00 € 510,60
d. Van 751 m3 tot en met 1.000 m3 Bedrag onder c. + € 141,00 € 651,60
e. Van 1.001 m3 tot en met 1.250 m3 Bedrag onder d. + € 141,00 € 792,60
f. Van 1.251 m3 tot en met 1.500 m3 Bedrag onder e. + € 141,00 € 933,60

Indien in een belastingtijdvak meer dan 1.500 m3 wordt verbruikt, is boven het ingevolge het onder f verschuldigde bedrag een recht verschuldigd van € 141,00 per jaar van het belastingtijdvak, voor elke hoeveelheid van 250 m3 of gedeelte daarvan waarmee de hoeveelheid van 1.500 m3 wordt overschreden.

De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder a en b bedraagt per jaar:

a. Tot 15.000 m3 is de opbouw van de belasting gelijk aan het vermelde onder artikel 3, lid 1 onder a;  
b. Boven de 15.000 m3 maar minder dan  30.000 m3 € 11.580,00
c. Boven de 30.000 m3 maar minder dan 100.000 m3 € 23.160,00
d. Boven de 100.001 m3 € 34.740,00

Ontwikkeling tarief rioolheffing:

Tarief per jaar                                                             2023 2024 2025
Gebruiker € 210,00 € 228,60 € 228,60
Kosten - en baten riool                       Werkelijk 2024   Begroot 2025 Werkelijk 2025
Kosten van riolering (inclusief BTW) € 2.165.342  € 2.582.340 € 2.350.851 
Opbrengsten € 2.431.171  € 2.350.000 € 2.393.255
Het exploitatieverschil/storting 2025 aan voorziening riolering €     265.829   €     232.340 €    42.404 

Bij programma 1 onder het product openbare ruimte zijn de afwijkingen ten opzichte van de begroting toegelicht.

 

Toeristenbelasting

Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.

Ontwikkeling tarief toeristenbelasting

Tarief per overnachting 2023 2024 2025
Bedrag € 1,55 € 1,60 € 1,65

In afwijking van het tarief per overnachting bedraagt met ingang van 2020 een tarief voor het verblijf in verhuurde kampeermiddelen op een vaste standplaats of woningen op een recreatieterrein, die voor een seizoen of jaar worden verhuurd.

De (geraamde) opbrengst van de toeristenbelasting bedraagt voor:

Toeristenbelasting Werkelijk 2023 Werkelijk 2024 Begroot 2025 Werkelijk 2025
Bedrag € 235.306 € 243.490 € 253.066 € 213.683

De opbrengst van de toeristenbelasting is lager dan de raming. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een lagere opbrengst van vakantiepark Slot Cranendonck

 

Begraafrechten (v/h Lijkbezorgingrechten)

De naam “lijkbezorgingrechten” is gewijzigd in begraafrechten. Hierbij worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven voor 2025 zijn gebaseerd op de tarieven 2024 aangepast met de inflatiecorrectie. Hierbij is rekening gehouden met een afronding van de tarieven op 5 eurocent.

In de laatste jaren neemt het percentage begraven ten opzichte van cremeren af. Hierdoor nemen de inkomsten verder af.  

Begraafrechten       Werkelijk 2023 Werkelijk 2024 Begroot 2025 Werkelijk 2025
Bedrag € 34.852 € 69.495 € 54.899 € 47.312

Leges

Onder naam “leges” wordt een aantal verschillende rechten geheven voor verstrekte diensten. De tarieventabel kent dan ook een diversiteit aan tarieven.

De kostendekkendheid van de leges en overige rechten en heffingen dient op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) jaarlijks te worden onderbouwd.  De tarieven voor 2025 zijn voor het merendeel gebaseerd op de tarieven 2024 aangepast met de inflatiecorrectie (2,3%). Hierbij houden we rekening met een afronding van de tarieven op 5 eurocent.

Bij de berekening van de legestarieven houden we rekening met de kaders van uw raad. Geconcludeerd is dat het bereiken van 100% kostendekkendheid van tarieven complex is. Dit is complex omdat we rekening moeten houden met regionale afspraken, kaders van de raad, maatschappelijke doelstellingen en wettelijk vastgestelde tarieven. Het kostendekkingspercentage 2025 voor de totale leges komt uit op 78,20% 

 

Marktgelden

Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op markten, daaronder begrepen de diensten welke in verband met een en ander, door of vanwege de gemeente worden verleend. De tarieven voor 2025 zijn gebaseerd op de tarieven 2024 aangepast met de inflatiecorrectie van 2,3%. Hierbij is rekening gehouden met een afronding van tarieven op 5 eurocent.

Naast het marktgeld wordt bij iedere marktkoopman die standplaats inneemt op de markt tevens service-kosten in rekening gebracht op basis van het solidariteitsprincipe. Onder deze servicekosten vallen de kosten voor de stroomvoorziening en de bijdrage in de kosten voor het organiseren van centrumactiviteiten. Omdat de inkomsten van de marktgelden ieder jaar minder worden, hebben we de inkomsten naar beneden bijgesteld. 

Opbrengst marktgelden inclusief bijdrage in servicekosten:

Marktgelden           Werkelijk 2023 Werkelijk 2024 Begroot 2025 Werkelijk 2025
Bedrag € 13.314 € 10.799 € 12.470 € 8.092

Reclamebelasting

Sinds 1 januari 2014 wordt in het centrum van Budel onder de naam reclamebelasting een belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. De opbrengst van de heffing, na aftrek van de heffingskosten, komt ten goede aan de ondernemersvereniging Budel-Centrum ten behoeve van het algemene ondernemersklimaat van het centrum van Budel.

Opbrengst reclamebelasting:

Reclamebelasting Werkelijk 2023 Werkelijk 2024 Begroot 2025 Werkelijk 2025
Bedrag 0 € 26.335 € 32.577 € 25.627

Kwijtscheldingsbeleid

De minima komen in aanmerking voor bijzondere bijstand, woonkostentoeslag, zorgtoeslag, huurtoeslag, minimaregelingen enzovoorts. Kwijtschelding van gemeentelijke heffingen komen daar nog bovenop. Door uw raad is op 29 januari 2019 de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen vastgesteld. In onderstaande tabel staat weergegeven het beroep dat op de regeling is gedaan in de periode 2023-2025

Kwijtscheldingen Werkelijk 2023 Werkelijk 2024 Begroot 2025 Werkelijk 2025
Bedrag € 43.938 € 52.611 € 35.160 € 36.990

Paragraaf Verbonden partijen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Algemeen

De gemeente Cranendonck heeft bestuurlijke en financiële belangen in verschillende verbonden partijen, te verdelen in gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en samenwerkingsverbanden.

Als een gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft in een andere organisatie, spreken we van een verbonden partij. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente een zetel heeft in het bestuur of dat de gemeente stemrecht heeft. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van een faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de partij verhaald kunnen worden op de gemeente.

Gemeenschappelijke regelingen/stichtingen

  • GRSA2 samenwerking
  • GGD Brabant-Zuidoost
  • Keyport 2020
  • Metropoolregio Eindhoven
  • Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
  • Regionaal samenwerkingsverband openbaar basisonderwijs De Kempen
  • Veiligheidsregio Brabant Zuidoost
  • Werkvoorzieningsschap de Risse Groep

Deelnemingen

  • Bank Nederlandse Gemeenten
  • NV Brabant Water

Samenwerkingsverbanden

  • Stichting Bureau Inkoop en aanbesteding Zuidoost Brabant (BIZOB)
  • Taskforce - RIEC Brabant Zeeland
  • Zorg- en Veiligheidshuis

De totale bijdrage 2025 aan de verbonden partijen is 13.3 miljoen (16,5%  van de begroting). In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bedragen zoals ze zijn opgenomen in de desbetreffende jaarrekeningen 2025 .

x1000 2025 2025
begroot werkelijk
GRSa2 7.800 8.074
GGD 859 823
Keyport 2020 53 53
MRE 343 343
ODZOB 623 646
VRBZO 1.451 1.451
De Risse (WSW) 2.041 2.168
De Risse (extra) - -
Werk.kom 127 -
Totaal 13.297 13.558

Gemeenschappelijke regelingen/stichtingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Gemeenschappelijke regelingen/stichtingen

A2 samenwerking

Vestigingsplaats Heeze-Leende
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Zitting in dagelijks bestuur Ja, college van B&W
Belang op basis van stemverhouding 33,3%
Relatie met programma Programma 5: bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doel Doelstelling van de samenwerking is het verbeteren van de kwaliteit, het verminderen van de kwetsbaarheid, het borgen van de continuïteit en verminderen van de kosten.
Bestuurlijke ontwikkelingen

Gekeken vanuit de opgaves zijn er voor 2025 drie thema’s benoemd: 
1. De basis op orde 
2. Procesverbetering 
3. Arbeidsmarkt 

Risico

Zoals in de gemeenschappelijke regeling is aangegeven ligt het financiële risico bij de deelnemende gemeenten. De gezamenlijke risico's voor gemeenten tezamen is € 945.000 als buffer in hun jaarrekening dienen aan te houden.                    
Bij toepassing van het aantal inwoners als verdeelsleutel betekent dit voor gemeente Cranendonck een niet-gedekt financieel risico van € 292.950.

 De 3 colleges hebben afgesproken om de GRSA2 in 2025 een extra impuls te geven. De middelen die hiervoor nodig zijn zijn niet in de begroting opgenomen.                  

Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 1-1-2025 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 1-1-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  -76 -427  -76  7.778 9.897
Bijdrage gemeente 2024 2025
Regulier 6.993 7.873
Totaal bijdrage (inclusief specials) 7.430 8.074

 

GGD

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk H. Driessen
Zitting in dagelijks bestuur Ja, portefeuille financiën
Belang op basis van bijdrage 2,8%
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein
Doel

De GGD Brabant Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband met de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ).

Kerntaken

  • Effecten van COVID-19 op de volksgezondheid
  • Het verkleinen van gezondheidsverschillen
  • Bevorderen van een een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving
  • Bevorderen van een mentaal gezonde samenleving
  • Een signalerende regionale functie in de openbare geestelijke gezondheidszorg
  • De juiste ambulancezorg (AZ) als onderdeel van de acute zorgketen. 
Bestuurlijke ontwikkelingen

  De ontwikkelingen die van belang waren  voor de GGD  in 2025 zijn:

  • Heroriëntatie op het takenpakket van de GGD in het licht van de schaalsprong en toekomstig ravijnjaar
  • Verdere vernieuwing van de de Jeugdgezondheidszorg  (Generatie Gezond) waaronder SPUK GALA/IZA /AZWA.
  • Start en uitwerking van de vaccinatievoorziening 0 - 100 jaar
  • Structurele versterking informatieveiligheid, informatiehuishouding en NEN 7510
  • Realisatie en borging van kwaliteits- en informatiebeheersystemen (o.a. KIDO, KMA)
  • Start van meerdere strategische organisatie- en HR programma's (o.a. leiderschapsontwikkeling, 'Gezond Voorop')
  • Voorbereidingen voor nieuwe meerjarige beleidsvisie 2026 - 2030. 
  • Versterking van infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid
  • Organisatiebrede bijdrage aan landelijke positionering en datagedreven werken
  • Verdere professionalisering van forensische geneeskunde (Centrummodel)

N.B. De meerjarige visie  2026 - 2030 wordt momenteel voorbereid inclusief een financieel meerjarig perspectief.    

Risico Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s PG en 
AZ afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het  weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de  kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn.  
Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van een hogere omvang niet uit de algemene reserve 
kunnen worden opgevangen. Gegeven de omzet 2025 (exclusief crises-financieringen) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 2.000.000 en maximaal € 2.400.000 en voor AZ van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000. De Algemene Reserve werd/wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten. De risico-inventarisatie resulteert voor AZ in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.200.000,-. De Algemene Reserve AZ bedraagt na 
resultaatbestemming 2024 ca. € 1.950.000,-. Voor een bedrag van € 2.200.000 -/- € 1.950.000 = ca. € 250.000 lopen de gemeenten dus een risico. Voor Cranendonck gaat dit om een bedrag van € 18.695 -/-.  Gezien de omvang van het resultaat 2025, waarvan de bestemming nog vastgesteld dient te worden, is nu nog geen  schatting te maken van de omvang van beide reserves na resultaatbestemming 2025; mogelijk wijzigt de omvang van 
het rest-risico dus nog. 
Financiële informatie (x €1.000,-)  
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 1-1-2025 Eigen vermogen per 31-12-2025

Vreemd vermogen per 1-1-2025

Vreemd vermogen per 31-12-2025

  2.180  7.746 9.439 29.551 29.987
Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier 810 823

 

Stichting Keyport

Vestigingsplaats Weert
Rechtsvorm Stichting
Bestuurlijk verantwoordelijk J. Drieman
Zitting in dagelijks bestuur J. Drieman heeft zitting in het algemeen bestuur.
Belang op basis van stemverhouding Het bestuur van de Stichting Keyport bestaat uit:
Bestuurders A namens de helix partner overheid (één per gemeente)
Bestuurders B namens de helix partner bedrijfsleven (maximaal vier bestuurders)
Bestuurders C namens de helix partner onderwijs- en kennisinstellingen (maximaal vier bestuurders)            
De stemverhouding tussen de bestuurders A, B of C moet te allen tijde in gelijke verhouding zijn en onafhankelijk van het aantal bestuurders namens het bedrijfsleven, het onderwijs of de overheid.
Relatie met programma Programma 2: Economie + Ondernemen
Doel Stichting Keyport is de samenwerking tussen de gemeenten Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Weert en Cranendonck, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen. De stichting wil een substantiële bijdrage leveren aan het versterken van de sociaal-economische structuur en het creëren van een stimulerend vestigingsklimaat van de regio Keyport. De strategie om de doelen te bereiken is uitgewerkt in het Routeplan 2025-2028. 
Bestuurlijke ontwikkelingen

De gemeente is in 2015 toegetreden tot Keyport, waarmee de connectie met de grensprovincie en de daarin gelegen gemeenten versterkt wordt.    
In december 2024 heeft het Algemeen Bestuur het Routeplan 2025 - 2028 vastgesteld. 

De komende jaren wordt binnen Keyport de focus gelegd op twee programmalijnen:

  1. Economie, arbeidsmarkt en onderwijs;
  2.  Ondernemerschap en innovatie.

De bijdrage aan Stichting Keyport is een bedrag per inwoner (€2,54 in 2025). In haar begroting rekent de stichting met een indexering van 3% per jaar.           

Risico De stichting heeft bij het Routeplan 2025-2028 een begroting gemaakt met meer inkomsten en uitgaven dan voorheen. Dit betekent voor de gemeente dat de gevraagde bijdrage per inwoner hoger is en jaarlijks een indexering krijgt. Deze verhoging is bescheiden. Andere extra middelen komen uit bijdragen van bedrijfsleven, onderwijs en de Regio Deal Midden-Limburg. 
Financiële informatie (x €1.000,-) 
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigenvermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  43  8 44 1.062 1.015
Bijdrage gemeente 2025 2025
Regulier 54 53

 

Metropoolregio Eindhoven

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk J. Drieman
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Belang op basis van stemverhouding De gemeente Cranendonck heeft 1 vertegenwoordiging in het AB met 2 stemmen (gelijk aan de andere twintig gemeenten m.u.v. Eindhoven, Helmond en Laarbeek).
Relatie met programma

Programma 1:  Wonen + Leven

Programma 2: Economie + Ondernemen

Doel

De 21 gemeenten in de Regio Eindhoven zetten zich op het terrein van ruimte, wonen, economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied gezamenlijk in voor hun inwoners. 

De 21 gemeenten binnen de MRE zijn: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

Bestuurlijke ontwikkelingen

De strategie van de MRE is uitgewerkt in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026. De regio Eindhoven groeit uit tot de eerste economie van Nederland, hierdoor maakt de complete regio een schaalsprong door.  Doel van de MRE is deze schaalsprong in goede banen te leiden met oog op een fijne woon- en leefomgeving. Voor haar strategie onderscheidt de MRE twee ontwikkellijnen: Schaalsprong Brainport en Nieuwe balans landelijke gebieden. 

Risico Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken.    
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  170 20.597 21.952 21.827 62.687
Bijdrage gemeente 2024 2025
Regulier 293 343

 

Omgevingsdienst Zuidoost Brabant

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk K. Boonen
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Belang op basis van stemverhouding Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Cranendonck heeft dus 1/22 van de stemmen. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen van de    
aanwezige leden.                                
Besluiten betreffende vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen en jaarrekening
worden genomen met een meerderheid van stemmen, met dien verstande dat de     meerderheid van stemmen eveneens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigt
welke de uitvoeringsdienst in het voorafgaande jaar heeft gegenereerd op basis van de
basistaken en verzoektaken.                                
Relatie met programma Programma 1: Wonen en leven                    
Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen    
Doel De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) voert namens de provincie Brabant en de
gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezichthouden en handhaving.    
Bestuurlijke ontwikkelingen

De ODZOB voert volgens afspraak met de deelnemers taken uit volgens twee programmadelen. Enerzijds het programma lokale dienstverlening, zoals de basis- en verzoektaken. Anderzijds het programma regionale samenwerking. Dit betreft gemeentegrens-overstijgende ontwikkelingen, bundeling van expertise en schaalvoordelen.

In maart 2023 is de meerjarenvisie vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Deze visie is het
uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB voor de komende jaren.

Risico

De omgevingsdienst heeft in haar begroting (niet-limitatief) een aantal risico’s benoemd:

  • Ransomware
  • Publiciteit en negatieve berichtgeving leidt tot negatief imago
  • Niet actuele beheer en investeringsplannen voor apparatuur / faciliteiten
  • Toename regeldruk vanuit de rijksoverheid
  • Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten
  • Niet kunnen beschikken over voldoende en gekwalificeerd personeel, zowel vast als inhuur
  • Kennisverlies als gevolg van uitstroom van medewerkers / inhuur via flexibele schil

Deze risico’s kunnen leiden tot een negatief resultaat. Volgens de GR kan een negatief resultaat ten laste komen van de reserves en/of ten laste van de deelnemers. 

Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  916 4.183 4.748 4.907 3.999
Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier 538 646
Totaal 990 947

* Schatting van de 'Overige opdrachten'.

 

 

 

Regionaal Bestuur Openbaar Onderwijs de Kempen/Fluks

Vestigingsplaats Veldhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk J. Drieman
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein
Doel Samen met negen andere gemeenten (Bladel, Eersel, Heeze-Leende, Nederweert, Oirschot, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre) houdt de gemeente Cranendonck het openbaar basisonderwijs in stand via een gemeenschappelijke regeling. De schoolbestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn overgedragen aan de Stichting de Kempen, regionaal bestuur voor openbaar en algemeen basisonderwijs.
Bestuurlijke ontwikkelingen De gemeente heeft in principe geen enkele inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid en bevoegdheid ten opzichte van Stichting de Kempen. Ook niet waar het gaat om de begroting van het schoolbestuur. Alleen als het schoolbestuur failliet zou gaan, wordt de gemeente weer verantwoordelijk voor de binnen de gemeentegrenzen aanwezige openbare basisscholen.                    
De 10 aangesloten gemeenten vormen tezamen het Regionaal Samenwerkingsverband Openbaar Basisonderwijs De Kempen.            
Risico Er zijn op dit moment geen risico's benoemd.
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
           
bijdrage gemeente 2024 2025
Regulier € 0 € 0

 

Veiligheidsregio Brabant Zuidoost

Vestigingsplaats Eindhoven
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Belang op basis van stemverhouding

Bij het vaststellen van de jaarrekening, begroting en begrotingswijzigingen brengen de
leden die een gemeente vertegenwoordigen tot 20.000 inwoners één stem uit, de leden die een gemeente vertegenwoordigen met 20.000 of meer inwoners brengen twee stemmen uit, vermeerderd met een stem per volledig veelvoud van 15.000 inwoners, waarmee het aantal van 20.000 inwoners door die gemeente wordt overschreden. In dit geval heeft de gemeente Cranendonck twee stemmen.

Bij de overige besluitvorming door het algemeen bestuur vindt stemming plaat op basis van de gewone stemwaardering (één stem per gemeente).              

Het bestuur van VRBZO bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten en kent een Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter. De bestuursorganen laten zich in hun taakuitoefening adviseren door de Commissie Financiën & Bedrijfsvoering waarin vertegenwoordigers van het bestuur, gemeentesecretarissen (2) en controllers van gemeenten (2) zitting hebben. Daarnaast zijn er 2 inhoudelijke commissies waarin onderwerpen met betrekking tot brandweerzorg en crisisbeheersing met enkele burgemeesters inhoudelijk worden voorgesproken. 

Terugkoppeling naar de raad vindt formeel jaarlijks tweemaal plaats (begroting en jaarrekening). Daarnaast informatiebrieven en voortgangsberichten na kwartaal 1, 2 (bestuursrapportage 1e halfjaar) en 3 over de voortgang van de begroting en bestuurlijke opdrachten.  

Relatie met programma Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doel

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden.  VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant.

Kerntaken op het terrein van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet veiligheidsregio’s. 

Bestuurlijke ontwikkelingen

 Belangrijkste ontwikkelingen 2025:

  • Bestuurlijke opdrachten:
    In april 2025 is bestuurlijke deelopdracht 1 en de bijhorende begrotingswijziging definitief vastgesteld door het bestuur. In de eerste helft van 2025 hebben we ons ingezet om de nieuwe formatie uit de deelopdracht 1 van de bestuurlijke opdracht zo snel mogelijk in te vullen. 
    Vanuit de overtuiging dat alleen de basis van de veiligheidsregio op orde brengen niet voldoende is om de uitdagingen aan te kunnen is in het 1e kwartaal van 2025 een omgevingsanalyse opgesteld. Uit deze omgevingsanalyse zijn 4 thema’s te onderscheiden die tijdens de bestuursconferentie op in juni 2025 zijn verkend en doorleefd. Het betreffen de volgende strategische thema’s, waarmee we verder gaan om het beleidsplan 2027-2030 en de strategische visie (waarin we een doorkijk geven naar 2040) vorm te geven: klimaatveiligheid, weerbaarheid, schaalsprong en complexe infrastructuur en technologie, informatie en innovatie. We formuleerden op basis van deze thema’s een strategische visie voor VRBZO. Veel van deze thema’s en uitdagingen gaan de komende tijd spelen en vragen verdere aandacht van VRBZO en gemeenten. Maar we beseffen ons terdege dat diverse ontwikkelingen en uitdagingen op het gebied van veiligheid nu al spelen en nu al vragen om maatregelen en betrokkenheid. We willen vooruitlopend op het vaststellen van strategische visie en het beleidsplan samen met bestuur en de organisatie nu al bekijken wat mogelijk en haalbaar is.

  • Landelijke Regeling PTSS:
    Op 14 juli 2025 bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord over de ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’. Een belangrijke stap naar een gelijke en zorgvuldige aanpak van PTSS in alle veiligheidsregio’s. Tot begin 2026 is tijd nodig om te komen tot een uniforme landelijke uitvoering van de Regeling PTSS, welke ook aan ons bestuur wordt voorgelegd voor besluitvorming. Die tijd wordt gebruikt voor een aantal landelijke acties, zoals: werven en selecteren van inhoudsdeskundigen, inrichten van een adviescommissie, afspraken maken met een erkend diagnostisch instituut en inrichten van uniforme communicatie. De regeling gaat daarom in op 1 februari 2026, met een terugwerkende kracht van 5 jaar.

  • Korting brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR):

    Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) beschikbaar aan veiligheidsregio’s via de systematiek van een specifieke uitkering (SPUK). Het vorige kabinet paste een efficiencykorting van 10% toe op de uitkering. In de departementale Rijksbegroting 2025 van het ministerie JenV is de korting op de BDuR van in totaal € 27,7 miljoen vanaf 2026 opgenomen. Voor VRBZO bedraagt de korting vanaf 2026 circa € 1.013.000 structureel. Tegelijk krijgen we extra Rijksbijdragen voor a) pilots noodsteunpunten (incidenteel € 180.000 in 2025 en € 400.000 in 2026) en b) lokale/regionale weerbaarheid (€ 320.000 in 2026, oplopend tot € 1.000.000 structureel vanaf 2027). In het Veiligheidsberaad is besproken dat het bedrag voor lokale/regionale weerbaarheid de facto tegemoetkoming voor de 10% BDuR korting betreft, uit te keren via de BDuR volgens de reguliere BDuR verdeelsleutel en bestaande BDuR verantwoordingssystematiek. 

    Hiermee resteert nog wel incidenteel lagere inkomsten van de BDuR dan begroot in 2026. Om deze reden hebben we in 2025 een dotatie gedaan in de algemene reserve. In de 1e wijziging van de begroting 2026 voegen we het incidenteel toe aan de begroting. In de 4e begrotingswijziging 2025 is voorgaande verwerkt in de begroting 2025.

  • Noodsteunpunten en weerbare samenleving:
    In het najaar van 2025 is het onderwerp weerbaarheid besproken op de bestuurs-conferentie in het najaar. Het onderwerp weerbaarheid hangt strek samen met noodsteunpunten, waar we volgend jaar hard mee aan de slag gaan. In 2026 gaan we samen met gemeenten een pilots uitvoeren gericht op de inrichting en werking van zogenoemde noodsteunpunten

    (coördinerende en lokale). Deze noodsteunpunten vormen een essentieel onderdeel van de bredere crisisvoorbereiding. Het Rijk stelde in 2025 incidenteel geld beschikbaar voor pilots. Het bedrag van € 180.000 voor pilots noodsteunpunten kregen we in 2025 pas laat in het jaar ter beschikking, daarom is het voorstel bij het bestuur gedaan om er een reserve voor te vormen en deze in 2026 vrij te laten vallen, hiermee is ingestemd.

  • Bedrijfscontinuïteitsmanagement:
    In 2025 is gestart met een project rondom bedrijfscontinuïteitsmanagement. Doel van het project is om maatregelen te treffen waarmee de continuïteit van de (meest) kritische bedrijfsprocessen van VRBZO wordt gegarandeerd. En de impact van verstoringen op onze dienstverlening wordt geminimaliseerd.
Risico

In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2025 zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In de jaarstukken 2025 is deze paragraaf geactualiseerd. De belangrijkste risico’s staan hieronder benoemd:

  • Huisvesting: huurlasten, gebruikersonderhoud en duurzaamheid
  • Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit
  • Eigen risicodrager WW
  • Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident  
  • PTSS situaties

Daarnaast loopt er nog een schadeclaim Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag. Op basis van de laatste juridische stand van zaken schatten we het daadwerkelijk voordoen van het risico als zeer onwaarschijnlijk in. 

De huidige omvang van de algemene reserve is onvoldoende t.o.v. het gewenste weerstandsvermogen op basis van de analyse van de risico’s. Het is echter niet reëel dat alle benoemde risico’s zich gelijktijdig én in de geraamde omvang voordoen. Daarmee achten we het acceptabel dat niet alle risico’s via de algemene reserve zijn afgedekt. 

Voor de uitvoering van bestuurlijke opdracht om te voldoen aan wet- en regelgeving wordt in 2025 de gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd. Om de verhoging van de gemeentelijke bijdrage in 2026 en 2027 te dempen, doen we in deze jaren een onttrekking uit de algemene reserve. Door deze onttrekkingen loopt de algemene reserve vrijwel leeg in 2027. De algemene reserve gebruiken we ook als weerstandsvermogen voor risico’s. Dat betekent dat we mogelijk onvoldoende reserve hebben om onverwachte grote incidentele tegenvallers op te vangen binnen de organisatie. 

Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  291 3.262 5.788 30.215 31.755
Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier 1.330 1.451

 

Werkvoorzieningsschap de Risse Groep

Vestigingsplaats Weert
Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
Bestuurlijk verantwoordelijk H. Driessen en J. Drieman
Zitting in bestuur H. Driessen
Belang De gemeente Cranendonck is, evenals de andere deelnemende gemeenten, met twee leden in het bestuur vertegenwoordigd. 
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein         
Uitvoering vanuit GR A2 samenwerking    
Doel Werkvoorzieningsschap Risse Groep zorgt voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening voor de gemeenten Cranendonck, Nederweert en Weert. Risse Groep richt zich op het verbinden van mensen met werk, meer specifiek de mensen indicatie voor de sociale werkvoorziening dan wel de Participatiewet. Werk binnen de Risse Groep dan wel bij partners in de regio. Het detacheren en begeleiden van mensen bij onze partners verzorgt het onderdeel Werk.Kom.                                    
Bestuurlijke ontwikkelingen Risse Groep heeft een duidelijke koers tot 2030. Ondernemen en ontwikkelen met aandacht voor mensen, vanuit een gezonde financiële bedrijfsvoering. Dat doel blijft voor ogen in de opgave om de komende jaren te transformeren van een sociaal werkbedrijf naar een ontwikkelbedrijf.
Risico Uit de jaarrekening 2023 van Risse Groep blijkt dat het weerstandsvermogen € 1.256.000 bedraagt en daarmee boven de bandbreedte ligt van € 0,6 tot € 1,1 miljoen. De bandbreedte heeft het bestuur van Risse groep aangegeven als benodigd om financiële risico's op te vangen.  Belangrijke opgaven waar Risse Groep zijn de herinrichting van de infrastructuur, de transformatie van werkbedrijf naar ontwikkelbedrijf en de verduurzaming van haar gebouwen op de ontwikkelcampus. Samen met de gemeenten, al dan niet ondersteund met middelen van het Rijk, krijgen deze vorm in business-cases  passend  binnen de financiële bandbreedte van de begroting van Risse Groep.
Financiële informatie (x €1.000,-)
  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  207 937 1.144 4.786 4.153
Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier  2.348  2.336

Deelnemingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Deelnemingen

Bank Nederlandse Gemeenten

Vestigingsplaats 's-Gravenhage
Bestuurlijk verantwoordelijk De burgemeester vertegenwoordigt, als wettelijke vertegenwoordiger, de gemeente in de algemene aandeelhoudersvergaderingen.    
Aantal aandelen 5.000
Belang 0,009% (de BNG heeft in totaal 55.690.720 aandelen). De gemeente heeft zeggenschap in de BNG ia het stemrecht op de aandelen (1 stem per aandeel)    
Doel De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang, Met gespecialiseerde dienstverlening draagt BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.    

Financiële informatie (x €1.000)

  Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024 Vreemd vermogen per 31-12-2025
  172 miljoen NNB NNB NNB NNB

 

NV Brabant Water

Vestigingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Aantal aandelen 19.976
Belang 0,2% (Brabant Water heeft 10 miljoen aandelen geplaatst)
Doel Brabant Water N.V. is het waterleidingbedrijf voor vrijwel geheel Noord-Brabant. De aandelen zijn in handen van de provincie Noord-Brabant en het overgrote deel van de gemeenten in het voorzieningsgebied.                                        
De aandelen zijn in handen van de provincie Noord-Brabant en het overgrote deel van de gemeenten in het voorzieningsgebied.                            

Financiële
informatie (x €1.000)

Resultaat 2025 Eigen vermogen per 31-12-2024 Eigen vermogen per 31-12-2025 Vreemd vermogen per 31-12-2024

Vreemd vermogen per 31-12-2025

NNB 716 miljoen NBB 667 miljoen NBB

Samenwerkingsverbanden

Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Samenwerkingsverbanden

Stichting Bureau Inkoop en aanbesteding Zuidoost Brabant (BIZOB)

Vestigingsplaats Oirschot
Bestuurlijk verantwoordelijk R. van Kessel
Belang 5,6%
Relatie met programma Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doel De stichting Bizob is een samenwerking door achttien gemeenten in Zuidoost Brabant op inkoopgebied, waarbij een drietal doelstellingen worden nagestreefd: financieel (betere condities en prijzen, lagere inkoopkosten), kwaliteit (verbeterde specificaties, verkorte levertijden enz.) en procesmatig (transparant inkoopproces, integriteit inkoopprocessen, betrouwbaarheid enzovoort).

Financiële informatie (x €1.000,-)

Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier 199 182

 

Taskforce - RIEC Brabant Zeeland

Portefeuillehouder R. van Kessel
Relatie met programma Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doelstelling Georganiseerde misdaad komt in allerlei vormen voor. Denk aan hennepteelt, witwassen en vermogenscriminaliteit. Taskforce  RIEC Brabant-Zeeland  is een bondgenootschap van gemeentelijke en provinciale overheden tegen ondermijning in Brabant en Zeeland. Zij ondersteund met haar producten en diensten gemeenten en veiligheidspartners in de herkenning en aanpak van criminele activiteiten. Zo helpen ze onder meer bij de versterking van bestuurlijke weerbaarheid en een geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit.    
Taskforce RIEC Brabant-Zeeland positioneert zich als partner, die intelligence, expertise, innovatie en uitvoering (actie) met elkaar verbindt. Zij bundelen krachten door samen te werken met bestuurders, overheidsdiensten, ondernemers en inwoners in Brabant en Zeeland om samen ondermijnende criminaliteit te bestrijden en te voorkomen.   Vanaf 2025 splitst het Taskforce RIEC Brabant-Zeeland zich  in twee RIEC'S.  Gemeente Cranendonck valt vanaf dan  onder het RIEC Oost-Brabant. De doelstelling van het RIEC Oost-Brabant blijft hetzelfde. 
Financiële informatie (x €1.000,-)
Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier 16 17

 

Zorg- en Veiligheidshuis

Vestigingsplaats Helmond
Bestuurlijk verantwoordelijk H. Driessen
Zitting in dagelijks bestuur Nee
Relatie met programma Programma 4: Sociaal Domein    
Programma 5: Bestuur en algemene dekkingsmiddelen
Doelstelling Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost zorgt voor een succesvolle aanpak van complexe casuïstiek binnen de thema’s (risico)jeugd, veelplegers, nazorg ex-gedetineerden, relationeel geweld, overlast en verslaving is een gezamenlijke inspanning van gemeenten en ketenpartners een voorwaarde. Het gaat om het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijk uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.    
Financiële bijdrage (x €1.000,-)
Bijdrage gemeente  2024 2025
Regulier 5 7